Jean-Pierre van de Ven over familiepatronen: ‘En wat gebeurt er dan, als jij de schuld krijgt van die ruzies?’
Relatietherapeut Jean-Pierre van de Ven geeft elke maand een inkijkje in zijn praktijk.
Tegen het einde van het gesprek neemt de oude vader het woord. Hij kijkt naar zijn drie zoons en zegt: ‘Jim was vroeger de lastigste van dit stel. Altijd druk, altijd gillen. Hem moest ik verreweg het vaakst corrigeren.’
Dan is het stil. Voor deze nogal abrupte mededeling ging het gesprek over een patroon waar zijn zoons al jaren mee worstelen. Een patroon van nergens over praten totdat er een enorme ruzie uitbreekt, waarna ze zich alledrie weer maanden stil houden. Maar nu dit.
Jim kijkt stuurs voor zich uit. Ook zijn broers zwijgen. Dus zeg ik: ‘Dank je wel, Leo, voor dit kijkje in de keuken van jullie gezin. Dit is dus wat er gebeurt. Jij wijst Jim aan als de schuldige voor de ruzies en al het andere dat misgaat. Zo gaat dat bij jullie. Ik moet je zeggen, dit voelt niet veilig.’
‘We komen allemaal regelmatig aan de beurt. Helemaal sinds mama dood is’
Je hebt stiltes, je hebt doodse stiltes en je hebt dit: een stilte om te snijden met een vlijmscherp mes. Marco doorbreekt als eerste de omerta: ‘Nu is het dan toevallig Jim, maar het had net zo goed Luca kunnen zijn, of ik. We komen allemaal regelmatig aan de beurt. Helemaal sinds mama dood is.’
‘Zo? Dus Leo mag jullie alle drie zomaar aanvallen.’ In de periferie van mijn blikveld zie ik Leo nee schudden, maar ik blijf bij Marco: ‘En wat gebeurt er dan, als jij bijvoorbeeld de schuld krijgt van die ruzies?’
‘Dan denk ik: zoek het uit’, zegt hij meteen.
‘Je trekt je terug.’ Hij knikt.
Ik kijk naar Jim. ‘En wat doe jij na zo’n aanval van je vader?’ Hij schraapt zijn keel. ‘Ik ben blij dat we het eindelijk over die aanvallen hebben, want daar gaat het om. En wat doe ik? Niks. Ik bevries.’ Hij kijkt naar de grond.
Luca, de oudste, beschermt zijn vader. ‘Het klopt hoor, wat papa zegt. Jim was nogal… wild. Papa moest wel streng zijn.’ Ik vraag aan Luca of zijn vader hem ook wel eens aanvalt. ‘Zeker. Maar dan verdien ik het ook. En hij bedoelt het altijd goed.’
Leo werpt hem een dankbare blik toe. Hij zegt: ‘Ik wilde alleen maar zeggen dat er vroeger reële moeilijkheden waren met Jim.’
‘Merk je wat er gebeurt, Leo?’ zeg ik. ‘Nu heb ik jou een soort van aangevallen en de schuld gegeven. En je begint je meteen te verdedigen. Dat doen je zoons ook als jij hen aanvalt. De een trekt zich terug, de ander bevriest, de derde zoekt de harmonie. Dat zijn verdedigingsmechanismen.’
Leo zwijgt, gekwetst. Hij ziet de uitweg nog niet. ‘Het hoort andersom te zijn, Leo. Als je zoons jou aanvallen in plaats van jij hen, worden ze sneller volwassen. Bovendien hoeven ze dan geen ruzie meer te maken met elkaar.’
‘En wat moet ik dan?’ zegt hij.
‘Incasseren. Niet uitdelen.’
‘Wat een rotbaan, dat vaderschap’, zegt Leo.
Tja, soms wel.
Lees ook: Opvoeddeskundige Philippa Perry: ‘Ouders zijn ook maar gewoon mensen’