Ga naar inhoud

Hoeveel invloed heb je op je geluksgevoel (en nog 5 andere levensgebieden)? Experts lichten toe

persoonlijkheid-veranderen
Beeld: Curated Lifestyle
leestijd 6 minuten
Een expert legt uit 22 juli 2026

De persoon op wie we de meeste invloed hebben zijn we zelf, leerden we van managementgoeroe Stephen Covey. Dit is wat wetenschappers inmiddels weten over de invloed die we hebben op zes belangrijke onderdelen van je leven.

Hoeveel invloed heb je op je persoonlijkheid?

Psychologen beschrijven onze persoonlijkheid aan de hand van vijf belangrijke eigenschappen. Deze ‘Big Five’ zijn: extraversie-introversie, vriendelijkheid, zorgvuldigheid, emotionele stabiliteit en openheid naar nieuwe ervaringen.

Wat vastligt: de vijf belangrijkste eigenschappen zijn voor ongeveer 50 procent erfelijk en voor 2 à 3 procent bepaald door onze opvoeding. Dat is gebleken uit onderzoek met eeneiige tweelingen die afzonderlijk waren opgevoed.

De overige 47-48 procent is nog niet verklaard, maar onze ‘unieke omgeving’ zou er een belangrijke rol bij spelen: wat we leren op school, op sportclubs, via vrienden, enzovoort. Op de keus van vrienden hebben we zelf wel enige invloed, maar het zijn vooral onze ouders die onze school en sportclubs kiezen.

En ook als we die keuzes zelf maken, zijn ze vooral ingegeven door onze aangeboren natuur, denken persoonlijkheidspsychologen. Zo zal een introverte persoon bijvoorbeeld niet zo gauw kiezen voor een teamsport.

Hierop heb je invloed: je kunt leren om je in bepaalde situaties anders te gedragen. Psychologen noemen dat ‘aangeleerde competenties’. Een introvert die in een extraverte omgeving leeft, neemt meestal een aantal extraverte vaardigheden over. En een nonchalant type kan door een studie of baan waarin plichtbewustheid belangrijk is, zorgvuldiger worden.

Ook wanneer mensen ouder worden, worden sommige eigenschappen juist meer of minder uitgesproken, zo blijkt uit onderzoek: introverte mensen worden wat extraverter, milde mensen worden wat kritischer, of juist andersom.

Lees ook: Kun je je persoonlijkheid veranderen? Journalist Roos van Hennekeler ging het experiment aan

Bron: Boele de Raad, emeritus hoogleraar persoonlijkheidspsychologie Rijksuniversiteit Groningen en auteur

Hoeveel invloed heb je op je intelligentie?

Wat vastligt: de intelligentieverschillen tussen volwassenen zijn voor 80 procent een kwestie van genen en voor 20 procent te verklaren door een verschil in omgeving. Hoe slim je bent, is dus vooral erfelijk.

Hierop heb je invloed: desondanks ligt je intelligentie niet vast. Mensen die genetisch niet zoveel geluk hebben gehad op het gebied van intelligentie – dat wordt gemeten met een dna-test – doen het soms toch beter bij een examen of een IQ-test dan genetisch bevoordeelden.

Meestal komt dat doordat ze leergierig of nieuwsgierig zijn, of zijn opgegroeid in een omgeving die nadenken stimuleerde, of bevinden ze zich nu in zo’n omgeving. Vooral wilskracht en jezelf in de juiste omstandigheden plaatsen, bijvoorbeeld door bepaalde vrienden of studies te kiezen, zijn belangrijk om je IQ te verhogen.

Bron: Danielle Posthuma, hoogleraar statistische genetica Vrije Universiteit Amsterdam

Hoeveel invloed heb je op je geluksgevoel?

Wat vastligt: in landen als Nederland zijn verschillen in geluksgevoel voor gemiddeld 30 à 40 procent toe te schrijven aan genetische factoren: dat hebben we maar te accepteren.

Hierop heb je invloed: verschil in geluksgevoel wordt in Nederland voor ongeveer 25 procent veroorzaakt door een verschil in levensomstandigheden. Daar kunnen we soms wel en soms niets aan doen; zo’n 10 procent valt in de laatste categorie.

75 procent van het verschil in geluksgevoel is nog niet helemaal verklaard; een groot deel ervan zit waarschijnlijk in aangeleerde competenties, in dit verband ook wel ‘levenskunst’ genoemd.

Het belangrijkste is ontdekken wat je gelukkig maakt, wat je een prettige levensstijl vindt, en vervolgens de juiste keuzes maken. Daarvoor moet je eerst jezelf goed leren kennen – en tja, sommige mensen hebben daar een heel leven voor nodig.

Lees ook: Gelukkiger worden in 7 dagen: kan dat?

Bron: Ruut Veenhoven, socioloog en emeritus hoogleraar ‘sociale condities voor menselijk geluk’, Erasmus Universiteit Rotterdam

Hoeveel invloed heb je op je partnervoorkeur?

Wat vastligt: je kunt niet sturen op wie je valt. Verliefdheid is een vorm van projectie, zeggen psychologen: we zien de ander als een invulling van onze diepste verlangens en noden, die vaak teruggaan op onze kindertijd. Het is dat wat ons emotioneel in vervoering brengt. En vaak voelen we ons ook aangetrokken door mensen die dezelfde pijn als kind ervaren hebben als wijzelf. We vallen dus ook op elkaars pijnplekken.

Hierop heb je invloed: laat het idee los dat je meteen moet voelen of weten of dit de ware is, adviseren veel relatietherapeuten. Je kunt dat gevoel rustig ­laten groeien. Volgens onderzoek zijn de meeste langdurige relaties zelfs zo begonnen. Ze kwamen pas tot stand nadat mensen eerst goede vrienden waren geweest of elkaar als kennissen kenden.

Bron: Rika Ponnet, seksuologe, relatiebemiddelaar en auteur

Hoeveel invloed heb je op je gevoeligheid?

Wetenschappers discussiëren al jaren over wat er wel en niet vastligt aan gevoeligheid. Sommigen, onder wie de beroemde psycholoog Elaine Aron, zeggen dat meer gevoelige mensen een andere bedrading in de hersenen hebben; die is aangeboren en dus niet of nauwelijks beïnvloedbaar.

Andere experts menen dat gevoeligheid een gevolg is van een trauma in iemands leven. Door dat trauma zou diens amygdala, het hersengebied dat de emoties reguleert, sneller in werking treden. Wordt het trauma verwerkt, dan neemt de gevoeligheid ook af.

Volgens een studie van de Vrije Universiteit Brussel liggen de zaken net anders. De onderzoekers onderscheiden de begrippen ‘sensitief’ en ‘gevoelig’.

Wat vastligt: je sensitiviteit, wat betekent hoeveel je ziet, hoort, ruikt, proeft en aanvoelt in een situatie. Sensitiviteit is aangeboren; je centrale zenuwstelsel filtert prikkels in meer of mindere mate.

Hierop heb je invloed: je gevoeligheid, en dat is iets anders, zeggen de onderzoekers. Gevoeligheid bestaat uit twee elementen: reactiviteit (overgevoelig reageren door een situatie in het verleden die je erg gekwetst heeft) en emotionaliteit (lichtgeraaktheid). ­Beide zijn volgens hen niet aangeboren.

De nadelige ­effecten ervan zijn goed weg te werken door je denk-instelling en je levensstijl aan te passen. Bij een verhoogde emotionaliteit zijn vooral genoeg slaap en beweging heel effectief, net als zelfcompassie-meditatie, waarin je leert vriendelijker voor jezelf te zijn.

Bij reactiviteit reageert iemand op basis van een pijnlijke situatie van vroeger, en dat is meestal een onbewuste gewoonte geworden. In dit geval is therapie heel doeltreffend, vooral de snelle-oogbewegingstherapie EMDR.

Lees ook: Hoogsensitieve mensen verwerken prikkels intensiever: hoe werkt overprikkeling bij HSP’s?

Bron: Elke van Hoof, klinisch psychoog en onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel en auteur

Hoeveel invloed heb je op je gewicht?

Wat vastligt: van de verschillen die er tussen mensen bestaan in BMI (lichaamsgewicht gedeeld door lichaamslengte in het kwadraat) is zo’n 50 procent toe te schrijven aan erfelijke factoren.

Hierop heb je invloed: de andere 50 procent hangt af van omgevingsfactoren, zoals hoeveel we eten en hoeveel we sporten. Dat betekent dat we een flink aandeel van ons gewicht zelf onder controle hebben. Wie wil afvallen, moet minder eten, dat staat wetenschappelijk vast. Maar voor sommige mensen is dat lastiger omdat ze van nature meer honger hebben, oftewel minder snel verzadigd zijn.

Bij hen gaat het niet om een gebrek aan discipline; het is genetisch bepaald. Dat betekent dat op gewicht blijven voor hen moeilijker is. Voor mensen met een ernstige erfelijke belasting doet de omgeving er niet meer toe: ze zullen in alle omstandigheden blijven eten.

Lees ook: Proteïne stapelen, fibremaxxing, time-restricted eating: in hoeverre doen deze eettrends wat ze beloven?

Bron: Sander Kersten, hoogleraar molecular nutrition, Wageningen Universiteit

Dit artikel verscheen eerder in Psychologie Magazine.

Meer lezen over dit thema?
De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."