Jean-Pierre van de Ven: ‘Lin en ik leven langs elkaar heen’, zegt Duco. ‘We hebben nooit seks’
Relatietherapeut Jean-Pierre van de Ven geeft elke maand een inkijkje in zijn praktijk.
Duco wil graag zijn relatie verbeteren. ‘Wat noem jij een goede relatie?’ vraag ik aan de telefoon. Dat vindt hij een goede vraag. ‘En wat vindt je vrouw een goede relatie?’ vraag ik. Het blijft even stil aan de andere kant van de lijn. ‘Dat zal ik aan haar vragen voordat wij elkaar zien’, belooft Duco. ‘Bedankt voor de tip.’
Vroeger maakte ik nooit individuele afspraken met cliënten die over relatieproblemen willen praten. Want een relatie behoort toe aan twee mensen. En je krijgt als therapeut meer informatie van twee personen dan van een. Sterker nog, je ziet voor je neus misgaan wat gerepareerd moet worden. Maar de tijden veranderen. Nu denk ik: de klant is koning. Misschien wil Duco wel van zijn vrouw af. Of er speelt een ander probleem, geen relatieprobleem. Of er is een geheim.
‘Lin en ik leven langs elkaar heen’, zegt Duco in het eerste gesprek. ‘We hebben nooit seks. Ik vind haar niet meer aantrekkelijk. Ze is te dik.’ We bespreken manieren waarop ze weer meer in contact kunnen komen. Maar de sessie loopt niet lekker. Het is geen gesprek. Het is meer: Duco vraagt en ik geef antwoord. In therapie is dat nooit zo’n goed teken.
Tijdens de derde sessie zegt Duco dat hij een date heeft met een vrouw die hij via een app heeft leren kennen. ‘We hebben afgesproken in een hotel. Maar we gaan gewoon wat drinken’, zegt hij. ‘Duco, niemand gaat gewoon wat drinken in een hotel’, zeg ik. Hij knikt, maar zegt niets.
In de weken daarna moet ik horen wat Duco allemaal doet met deze vrouw en andere vrouwen met wie hij afspreekt in hotels. Meestal heeft hij seks met ze, soms een goed gesprek. Duco voelt zich ‘gewild’. We hebben het zelden over Lin. Duco vertelt wel veel over zijn afwezige moeder, die niet van knuffelen hield en over zijn vader, die een slappe zak was.
Maar op een dag zegt hij: ‘Lin en ik hebben weer gezoend. En seks gehad. Het was fijn. Ze doet tegenwoordig aan sport.’
‘Is een relatie goed als je partner aan sport doet?’ zeg ik. Zo had Duco het niet bedoeld. ‘Ik weet heus wel dat een goede relatie van twee kanten komt.’ Hij is zelf opener geworden. Hij vertelt bijvoorbeeld meer over zijn werk. Maar hij vertelt niets over de andere vrouwen. ‘Is een relatie goed als je niet alles vertelt?’ zeg ik. ‘Misschien wel’, zegt Duco. ‘En wat zou Lin op die vraag antwoorden?’ zeg ik. Daar gaat Duco over nadenken. ‘Goeie tip.’
De volgende keer is Duco stiller dan anders. ‘Ik heb verteld van de vrouwen en de hotels’, zegt hij, ‘maar dat wist ze al die tijd al. Ze vindt het niet erg. Ze zegt dat je elkaar moet vrijlaten in een relatie.’
Goeie tip.