Jean-Pierre van de Ven: ‘Ik begrijp dat je boos wordt als je wordt weggezet als vrouwenhater’
Relatietherapeut Jean-Pierre van de Ven geeft elke maand een inkijkje in zijn praktijk.
‘Ze haalde er zelfs de MeToo-beweging bij!’ Verbluft kijkt Kees me aan. ‘Leg uit’, zeg ik. Gedetailleerd beschrijft Kees de scene die zich eerder deze week heeft afgespeeld in het samengestelde gezin waarvan hij deel uitmaakt: ‘Emma’s dochter, je weet wel, Hannah van zes, kreeg een bal tegen haar hoofd. Van mijn zoon Tjibbe, die is vijftien. Zij zette het op een huilen. Dus wat zegt zo’n jongen?’ Kees kijkt me aan. Ik zeg niks. ‘Stel je niet aan!’
Omdat ik weer niets zeg, vervolgt Kees: ‘Dat is logisch, toch? Zo hard was die bal niet, hoor. Maar ja, heibel in huis natuurlijk. Dus ik zeg tegen Hannah dat ze niet zo moet jengelen. En wat denk je? Emma ontploft gewoon. Niet te geloven. Ze zegt dat ik Tjibbe voortrek. En dat ik Hannah belemmer in het uitdrukken van haar gevoelens. En nou komt-ie: omdat hij een man is en zij een vrouw!’ Kees pauzeert voor het effect. ‘Ze zei zelfs dat ik zo’n onderdrukker ben waartegen de MeToo-beweging in het leven is geroepen. Kun je je voorstellen?’
‘Ik kan me voorstellen dat je beledigd bent’, zeg ik, ‘maar dat betekent nog niet dat ik goedkeur wat je deed.’
‘Begin jij nou ook al?’ Kees kijkt boos weg, gekrenkt in zijn morele gelijk. ‘Luister’, zeg ik, ‘ik begrijp dat je boos wordt als je wordt weggezet als vrouwenhater. Maar ik begrijp je vriendin ook. Misschien doe je dat wel vaker, de gevoelens van vrouwen negeren – ook al zijn ze pas zes.’
Ik begrijp het als jullie jongste dochter fungeert als bliksemafleider voor de spanningen in jullie relatie
Kees kijkt me wantrouwig aan. Waar gaat dit heen? ‘En weet je wat ik ook zou begrijpen? Ik zou het ook begrijpen als jullie jongste dochter fungeert als bliksemafleider voor de spanningen die momenteel in jullie relatie bestaan. En ik zou het ook begrijpen als je dochter aandacht vraagt. Voor zichzelf bijvoorbeeld, of voor een of andere kwestie die een kind van zes nog niet kan uitspreken.’
‘Ja, dus?’ Kees kent me al langer, hij weet dat er altijd een pointe komt.
‘Ik kan me dus van alles voorstellen, maar daar gaat het niet om. Het gaat in de situatie die je hebt beschreven niet over wie er gelijk heeft. Het gaat erover dat jij en je vriendin niet in staat zijn om de lont uit zo’n kruitvat te trekken, waardoor de situatie escaleert.’
‘Jaja, we praten niet’, zegt Kees braaf, herhalend wat ik hem al zo vaak heb gezegd. ‘Nou’, zeg ik, ‘jullie nemen de leiding niet. Jullie gaan kibbelen, in plaats van te overleggen over de beste manier om met zo’n situatie om te gaan.’
‘Dus?’ zegt Kees. Ik zwijg, ten teken dat hij deze vraag zelf moet beantwoorden. ‘Dus misschien ben ik een vrouwenhater en misschien is mijn vriendin een kenau’, denkt hij hardop, ‘maar daar gaat het niet om. De echte vraag is: hoe praat je met iemand die duidelijk niet goed bij haar hoofd is?’
‘Kees…’
Lees ook: Ben ik veilig bij jou? Hoe onze hechtingsstijl ál onze relaties beïnvloedt