Emotioneel weten: 3 oefeningen die helpen als je hoofd en je gevoel elkaar tegenspreken
Je weet wel dat die vriendin heus niet boos wordt als je ‘nee’ zegt, maar toch vóélt het niet zo. Vaak begrijpen we rationeel wel dat je je geen zorgen hoeft te maken, maar we doen we het wel. Ons hart lijkt niet altijd te luisteren naar ons hoofd. Met deze drie oefeningen kom je tot emotioneel weten.
Er zijn verschillende therapieën die kunnen helpen om tot doorvoeld weten te komen. Maar je kunt ook thuis aan de slag met oefeningen uit gevoelsgerichte benaderingen zoals mindfulness en schematherapie. Hoe vaker je ze doet, hoe bedrevener je erin wordt. Op deze drie manieren leer je voelen wat je wil of waar je voor staat.
1. Luister naar je lichaam
De bodyscan is een mindfulnessoefening die je leert om je aandacht bewust ergens op te richten, en te herkennen wanneer je afdwaalt. Hij helpt je om gedachten en gevoelens te doorleven, waarna ze vanzelf weer overwaaien.
Je begint met comfortabel te gaan liggen. Probeer om tijdens deze oefening niet iets te doen, maar gewoon te zijn en met milde, open aandacht aanwezig te zijn in dit moment. Breng je aandacht bij je ademhaling. Grijp niet in, maar merk gewoon op hoe je in- en uitademt. Oordeel niet, voel het gebeuren, zonder dat er iets moet.
Verplaats vervolgens je onverdeelde aandacht naar je linkervoet. Hoe voelt die nu? Breid je aandacht uit van je voet naar je hele been, adem er als het ware naartoe. Laat hem weer los, en ga met je aandacht naar je rechtervoet. Ga zo je hele lichaam langs, zonder ergens iets aan te veranderen. Wees gewoon aanwezig in het moment, voel achtereenvolgens je rug, je armen, schouders, hoofd. Laat alles gewoon zijn en geef dan op een milde en niet-oordelende manier aandacht aan je gedachten en emoties. Voel waar ze spanning veroorzaken, laat ze opkomen zonder ertegen te vechten, en laat ze ook weer gaan.
Voorbeeld:
Je voelt je schuldig omdat je kind op school gepest wordt. Je weet rationeel dat jou geen blaam treft, maar je kunt je gevoel niet helpen. Begin met een bodyscan en voel de sensaties in je voeten en benen, onderrug en buik, borstkas en schouders, armen en handen, en hals, gezicht en hoofd. Probeer te voelen waar het schuldgevoel zich precies bevindt. Misschien voel je een soort bal in je maag, klem op je borst of spanning in je schouders. Ervaar het ongemak en de pijn, met heel veel vriendelijkheid voor jezelf. Erken ze en doorleef ze, maar zonder dwang. Je zult zien dat dat eerst pijnlijk is, maar het daarna opluchting oplevert.
2. Schrijf een brief aan jezelf
Deze techniek helpt je om problemen en patronen die in je kindertijd ontstaan zijn los te laten en te helen. Je schrijft een brief vanuit het nu aan jezelf als klein meisje of jongetje. Het mag een kattenbelletje of een uitgebreid epistel zijn, zolang je je bij het schrijven maar goed inleeft in de pijn die je vroeger voelde.
Neem het kind dat je was bij de hand en leg uit dat je begrijpt hoe hij of zij zich voelt. Schrijf precies dat wat jij als kind vroeger had moeten of willen horen, wat je toen nodig had om de negatieve emoties te kunnen verwerken. Wat dat is, hoe jij je ‘kleine ik’ kunt troosten en helpen, weet jij zelf het best.
Om emoties uit je kindertijd helemaal los te laten, kun je de brief hardop aan jezelf voorlezen, bijvoorbeeld voor de spiegel. Hoe vaker je dit doet, hoe meer je de inzichten verankert die je erin hebt beschreven.
Lees ook: Schrijven brengt je dichter bij jezelf: 7 oefeningen voor meer zelfinzicht
3. Weerleg oude boodschappen
Deze oefening helpt om kritische innerlijke stemmen – ‘Ik ben niet goed genoeg’ – de mond te snoeren. Vaak komen die voort uit boodschappen die je vroeger kreeg – van je ouders, een leerkracht of een ander kritisch persoon in je leven.
Door die oude boodschappen te inventariseren, onder de loep te nemen en vervolgens met tegenargumenten te weerleggen, corrigeer je je negatieve gedachten over jezelf. Hoe vaker je het doet, hoe makkelijker het je afgaat om positiever over jezelf te denken – tot het een automatisme wordt.
- Welke negatieve boodschappen kreeg je vroeger? Bijvoorbeeld: ‘Jij denkt alleen maar aan jezelf’
- Van welke mensen kreeg je ze?
- In welke situaties had je veel last van deze boodschappen? Bijvoorbeeld: ‘Als ik me wilde terugtrekken op mijn kamer en niet wilde meedoen met het gezin’
- Waarom kloppen de boodschappen niet? Bijvoorbeeld: ‘Ik ben juist heel gevoelig voor de behoeften van anderen’
- Hoe kun je de boodschappen zo herschrijven dat ze je wél steunen? Bijvoorbeeld: ‘Ik kan pas voor anderen zorgen als ik eerst goed voor mezelf zorg’
Lees ook: Gevoel vs verstand: waarom patronen lastig te doorbreken zijn
Deze oefeningen verschenen eerder in Psychologie Magazine.