Praten mannen niet over hun gevoelens omdat ze een ander brein hebben dan vrouwen? Journalist Tim van Boxtel zoekt een antwoord
Mannen praten niet over hun gevoel. Dat concludeerde journalist Tim van Boxtel door vijftien jaar lang voor diverse media te schrijven over de mentale gezondheid van mannen. Maar waarom niet?
In zijn boek Waarom mannen niet praten onderzoekt journalist en ervaringsdeskundige Tim van Boxtel waardoor het komt dat mannen het lastig vinden om over hun gevoelens te praten. Hij interviewde experts, hoogleraren, wetenschappers, psychologen en bekende en minder bekende mannen over hun ervaringen met mentale gezondheid. Dit is een (bewerkte) voorpublicatie uit zijn boek.
Maken chromosomen ons brein ‘mannelijk’?
Ons lichaam is opgebouwd uit duizenden miljarden cellen. Je kunt ze zien als jouw bouwstenen. In al die cellen zitten chromosomen. Chromosomen zijn de plekken waarop genen liggen opgeslagen. Een gen is een stukje dna. Jouw genen vormen samen een unieke code die de blauwdruk is van wie je bent. Die code bepaalt niet alleen uiterlijke kenmerken zoals je oogkleur, maar beïnvloedt bijvoorbeeld ook hoe gevoelig je bent voor angst.
Kortom, chromosomen zitten vrijwel door je hele lichaam verspreid en dragen allerlei erfelijke informatie over jou met zich mee, zo ook over jouw geslacht. Bijna ieder mens heeft 23 chromosoomparen. Het laatste is het geslachtspaar. Dat zorgt voor het verschil tussen jongens en meisjes: jongens hebben een x en een y, meisjes twee x’en. Er bestaat tevens een heel kleine groep meisjes met xy-chromosomen en jongens met xxy-chromosomen.
Vanaf de zesde week van de zwangerschap zorgt een gen op het mannelijke y-chromosoom ervoor dat ‘onze’ geslachtsklieren zich tot teelballen ontwikkelen, waar vrouwen eierstokken krijgen. Een week of twee later beginnen de teelballen van de man grote hoeveelheden androgenen, zogenoemde mannelijke hormonen waarvan het bekendste voorbeeld testosteron is, te produceren. Het hoogtepunt van die productie ligt rond de zestiende week.
Twee x’en
Volgens neurowetenschapper Lara Wierenga profiteren meisjes van hun twee x’en. Die houden elkaar namelijk in balans. Ze staan niet allebei ‘aan’, want anders zouden vrouwen veel meer genen hebben. Als in een van die x-chromosomen iets misgaat, kan de andere x het overnemen.
Mannen hebben niet zo’n nooduitgang. Daarom heb je bijvoorbeeld veel meer mannen die kleurenblind zijn. Dat is gebonden aan je x-chromosoom. Als een man een x heeft die kleurenblindheid voorschrijft, is hij sowieso de pineut. Bij vrouwen kan de andere x het overnemen.
Zo slecht als ik was in vakken als biologie, zo goed ben ik met katten. Daarom werkt het heel goed voor mij dat Wierenga de lapjeskat aanhaalt als voorbeeld. Die naam is misleidend: het is namelijk vrijwel altijd een poes.
De lapjespoes heeft ook twee x’en, die willekeurig in- en uitgeschakeld kunnen zijn. Zo kan Minoes op de ene plek rood zijn en op de andere plek zwart. Katers hebben vrijwel altijd, op een enkele afwijking na, één kleur. Zo was onze Joep, die tijdens het schrijven van dit boek helaas overleed, een trotse, vuurrode kater.
Aangeboren sekseverschillen
Wat zou die x nog meer doen? En wat doet die y? Hebben de geslachtschromosomen effect op onze hersenen? Er is nog zoveel onbekend over het brein, laat staan over de aangeboren sekseverschillen.
Eén constatering die onderschreven wordt door diverse specialisten verbaast mij enorm: jongensbreinen verschillen onderling meer van elkaar, dan het gemiddelde jongensbrein ten opzichte van het gemiddelde meisjesbrein. In structuur, maar ook in grootte. Een logische, mogelijke oorzaak is de compenserende x die meisjes kan beschermen en een stabiliserende factor kan zijn. Jongens hebben die niet en kunnen dus alle kanten op met hun brein. Wij kunnen bijvoorbeeld een extreem grote of kleine hebben.
Jongensbreinen verschillen onderling meer van elkaar, dan het gemiddelde jongensbrein ten opzichte van het gemiddelde meisjesbrein
Die constatering is zo belangrijk, omdat het ‘wij zijn nou eenmaal anders’ van tafel veegt. Hoe kun je over ‘wij mannen’ spreken, als mannenbreinen zo extreem van elkaar verschillen? Je kunt met een som wel een gemiddelde maken, maar wat zegt dat als je zoveel uitersten hebt? Uiterste mannenbreinen die minder op elkaar lijken, dan dat gemiddelde mannenbrein ten opzichte van het gemiddelde vrouwenbrein?
Stel dat ik op de middelbare school zou zitten, in een klas met nog één andere jongen. Ik haalde voor mijn proefwerk een 9, hij een 1. Dan had ik toch gebaald als de docent had gezegd: de jongens haalden gemiddeld een 5.
Ieder brein is uniek
Een belangrijk onderzoek is dat van de Israëlische neurowetenschapper Daphna Joel uit 2015. Ze analyseerde samen met internationale collega’s veertienhonderd menselijke breinen. Als je op verschillende kenmerken van het brein inzoomt, kun je dan zeggen dat mensen een volledig mannelijk of vrouwelijk brein hebben?
Nee, was het antwoord. Bijna ieder brein heeft ‘een uniek mozaïek van kenmerken’, zo schreven de onderzoekers. Een mozaïek van kenmerken die betiteld worden als mannelijk of vrouwelijk. Kortom, het is niet eerlijk om over een mannenbrein te spreken als ieder brein zo uniek is. ‘Als je het brein een geslacht wil geven, dan is het intersekse,’ zijn Joels woorden.