Wat weet je over jouw familie? Waarom familieverhalen zo belangrijk zijn (en 20 vragen om te stellen)
Er zit meer kracht in het delen van familieverhalen dan je misschien denkt. Zo blijkt dat kinderen die regelmatig familieverhalen te horen krijgen, lekkerder in hun vel zitten en meer zelfvertrouwen hebben. Met deze 20 vragen kun je het gesprek over je familie met je ouders (of kinderen) aangaan.
Vertel je kinderen geregeld over je eigen levenservaringen en die van je voorouders. Maakt niet uit of dat voorgeslacht nou in het Blauwe Boekje van Nederlandse patriciërs stond of nauwelijks hun naam onder de trouwakte kon schrijven; kennis van hun familiegeschiedenis geeft kinderen meer vertrouwen in eigen kunnen.
Het beschermt ze tegen angst en depressie, geeft ze een gevoel van controle over hun eigen leven en vergroot hun veerkracht. Dat is, kort gezegd, de boodschap van de Amerikaanse psychologen Marshall Duke en Robyn Fivush.
De (emotionele) kracht van familieverhalen
Duke en Fivush kwamen begin deze eeuw tot dit inzicht na onderzoek bij tientallen gezinnen. Ze interviewden hen, namen hun eettafelgesprekken op en lieten de kinderen psychologische tests doen. Dat alles leverde direct al het inzicht op dat kinderen bij wie thuis geregeld aan het familiaire verleden werd gerefereerd – denk aan: ‘Oma moest als kind een bed met haar zusje delen’, maar ook: ‘Weet je nog, die vakantie dat jij in een zee-egel trapte?’ – duidelijk beter in hun vel zaten.
Je zou kunnen zeggen: kunsjt, dat zijn sowieso de families waarin beter wordt gecommuniceerd en meer saamhorigheidsgevoel heerst. Maar er lijkt nog iets te spelen, namelijk dat familieverhalen emotionele lessen bevatten.
Dat laatste aspect kwam duidelijk naar voren toen kort na dit eerste onderzoek de aanslagen van 9/11 plaatsvonden. Duke en Fivush besloten hun ‘proefgezinnen’ nogmaals te bezoeken en stelden vast: in gezinnen met veel familieverhaal waren de kinderen minder van slag door die traumatische gebeurtenissen.
Kennis van hun familiegeschiedenis geeft kinderen meer vertrouwen in eigen kunnen
Het heeft er alle schijn van, concludeerden de onderzoekers, dat een kind op moeilijke momenten stressbestendiger is als het weet dat eerdere generaties ook het hoofd hebben geboden aan tegenslagen.
Om vervolgonderzoek naar de relatie tussen familieverhalen en welzijn simpeler te maken, stelden de onderzoekers in 2007 een lijst op van twintig vragen waarmee snel vastgesteld kan worden aan hoeveel familieverleden een kind is blootgesteld. Want vergis je niet, merken ze op: kinderen horen die verhalen écht en slaan ze ook op, zelfs al stralen ze nadrukkelijk uit dat ze niet luisteren.
Vragen om je familieverleden te onderzoeken
Deze vragenlijst heeft in Amerika een zekere cultstatus bereikt doordat bestseller-auteur Bruce Feiler (‘The secrets of happy families’) er in 2013 een paar voorbeelden uit citeerde in The New York Times.
De boodschap van Feilers artikel was niet anders dan die van Duke en Fivush: een happy family wordt gekarakteriseerd door een levendige verhalencultuur en het sterke ‘intergenerationele zelf’ dat daarvan het gevolg is. Maar Marshall werd vervolgens van alle kanten bestookt met verzoeken om de complete vragenlijst, door ouders die hun kinderen dolgraag de ‘juiste antwoorden’ wilden bijbrengen.
Daar gaat het dus niet om bij deze vragen voor je familie, liet Duke al snel publiekelijk weten: het werkzame bestanddeel is namelijk niet de ‘kennis’ op zich – vergeet niet dat veel familieverhalen miegelen van de overdrijvingen en omissies – maar de sfeer waarin ze wordt overgedragen.
De gezamenlijke etentjes, vakanties en uitjes dus. Plus het feit dat (groot)ouders hun (klein)kinderen vaak persoonlijke anekdotes vertellen omdat die een troostende boodschap of levensles bevatten. Niettemin, hieronder kun je de complete vragenlijst zelf invullen. Hoe scoor je? En je eventuele kinderen? Maak er geen wedstrijd van – zie de lijst met vragen voor je familie vooral als aanleiding voor een Goed Gesprek.
Vragen voor familie
Deze vragen kun je je ouders (of kinderen) stellen. Weet je eigenlijk…
- hoe je ouders elkaar hebben ontmoet?
- waar je moeder is opgegroeid?
- waar je vader is opgegroeid?
- waar je grootouders zijn opgegroeid?
- waar je grootouders elkaar hebben ontmoet?
- waar je ouders zijn getrouwd?
- onder welke omstandigheden je werd geboren?
- waar je naam vandaan komt?
- onder welke omstandigheden je broers of zussen werden geboren?
- op welk familielid je uiterlijk het meeste lijkt?
- op welk familielid je qua manier van doen het meeste lijkt?
- met welke ziektes of ongelukjes je ouders in hun jeugd zoal te maken kregen?
- welke levenslessen je ouders hebben getrokken uit goede of slechte ervaringen?
- wat je ouders zoal meemaakten op school?
- welke nationaliteiten er in je familie zitten (bijvoorbeeld Nederlands, Duits, Russisch)?
- wat voor banen of baantjes je ouders zoal hadden toen ze jong waren?
- of je ouders in hun jeugd prijzen of onderscheidingen hebben gekregen?
- hoe de scholen heetten waar je moeder naartoe ging?
- hoe de scholen heetten waar je vader naartoe ging?
- of er een familielid is dat altijd zo lelijk keek dat zijn of haar gezicht op een dag voor altijd in die stand bleef staan?
Hoe meer ‘ja, dat weet ik’-vinkjes je kunt zetten, hoe beter.
Opmerkelijk: in het oorspronkelijke onderzoek werd de laatste vraag door maar liefst 15 procent van de ondervraagden met ‘ja’ beantwoord. Familieverhalen zijn nou eenmaal niet altijd volledig conform de waarheid. Vaak worden ze verteld bij wijze van standje of als troost bij fysieke of emotionele pijn, en de verteller past het verhaal aan aan de situatie van dat moment.
Of alle details kloppen, doet er niet zo toe. Sterker nog: vaak zijn familieleden het oneens over wat er nou precies gebeurde, en zulke welles-nietes-gesprekken worden dan zelf ook weer onderdeel van het familieverhaal.
Lees ook: Onderzoek je psychologische overerving met een genogram
Bronnen o.a.: R. Fivush, M. Duke e.a., The intergenerational self: Subjective perspective and family history, in: Individual and collective self-continuity, 2008 / R. Fivush, M. Duke e.a., Do you know…?, Journal of Family Life, 2010 / B. Feiler, The stories that bind us, The New York Times, 15 maart 2013 / R. Fivush, M. Duke, The Do you know scale, 2007, vertaald en gepubliceerd met toestemming
Dit artikel verscheen eerder in Psychologie Magazine.