Waarom een narcist op het werk sneller de leiding neemt (en krijgt)
Narcisten overschatten zichzelf op alle fronten. Wees niet verbaasd als een narcistische collega binnenkort aangeeft een leidinggevende functie te willen, en die nog krijgt ook.
Heb je een collega die…
- opvallend extravert is?
- nieuwkomers op de werkvloer direct voor zich inneemt?
- gesprekken en vergaderingen domineert?
- graag vertelt over zijn/haar persoonlijke successen en beroemde kennissen?
- dol is op gadgets, merkkleding en andere statusobjecten?
Vijf keer ‘ja’ geantwoord? Dan heb je hoogstwaarschijnlijk met een rasechte narcist te maken. Wees dan niet verbaasd als deze narcistische collega binnenkort aangeeft een leidinggevende functie te willen, en die nog krijgt ook.
Waarom een narcist sneller de leiding neemt
Amerikaanse onderzoekers lieten 432 proefpersonen opdraven, zogenaamd om mee te doen aan een discussie. Het bleek dat deelnemers die hoog scoorden op narcismetests veel vaker aangaven dat ze dat debat graag wilden leiden – én dat de minder narcistische deelnemers hun die rol ook graag toebedeelden.
Narcisten vinden dus niet alleen zelf dat de leiding hun toekomt, hun omgeving gaat daar ook snel in mee, concluderen de onderzoekers.
Iedereen dus gelukkig? Nee. Want mensen die op deze manier komen bovendrijven, zijn niet per se de beste leiders. In ieder geval scoorden narcisten beslist niet beter bij de proef waaraan de deelnemers vervolgens werden onderworpen – de simulatie van een schipbreuk.
Narcisten overschatten zichzelf op alle fronten, concluderen de onderzoekers. En zolang hun omgeving zich daardoor laat misleiden, is het gevaar groot dat incompetente leiders komen bovendrijven.
Kenmerken van een narcist
Zichzelf centraal stellen, charmant, manipulatief, overtuigd van de eigen superioriteit, weinig empathisch en zich niet verplaatsen in de belevingswereld van een ander: allemaal kenmerken van narcisme. Maar de ene narcist is de andere niet.
- De openlijke narcist is vooral bezig met de aandacht opeisen. Hij voelt zich verheven boven de ander die hem moet dienen. In feite is hij bang om alleen te zijn.
- De verborgen narcist heeft een depressieve kern die hij ‘wegwerkt’ door solistisch te presteren. De ander moet vooral applaudisseren, maar mag niet dichtbij komen. Dit type narcist is minder makkelijk te herkennen en wordt ook wel gezien als de ‘vrouwelijke’ variant.
- De agressieve narcist wordt omschreven als iemand die weinig empathisch is, een kwaadaardige houding heeft, er niet voor terugschrikt anderen te gebruiken en zich antisociaal en agressief gedraagt.
Omgaan met een narcistische collega of leidinggevende
Als je te maken hebt met een narcistische collega of leidinggevende kan dat de werksfeer negatief beïnvloeden. Psycholoog Alice Vlottes is gespecialiseerd in narcisme en geeft tips voor omgaan met narcisme op de werkvloer:
- Een narcist kan niet tegen kritiek, dus breng feedback voorzichtig. Wie kritiek heeft op een narcist, krijgt al gauw een pittige reactie terug, waarbij je eigen gedrag ter discussie wordt gesteld. Verpak je kritiek of feedback daarom als compliment: ‘Fantastisch plan, heb je ook gedacht om X erbij te betrekken?’
- Een narcist houdt van waardering, dus geef iemand de credits als die ook maar een beetje verdiend zijn. Soms betekent het dat je over je eigen ego heen moet stappen, maar je krijgt er een tevreden baas of collega voor terug.
- Een narcist schrijft fouten aan anderen toe, laat je daar niet door kisten. Vaak verdraaid een narcist de situatie waardoor jij uiteindelijk sorry moet zeggen, terwijl de ander fout zat. Dat kan kwetsend zijn, maar probeer het gedrag als uiting van een persoonlijkheidsstoornis te zien. Onthoud: het zegt niets over jou.
Meer verdieping? In de online training Bescherm jezelf tegen narcisme leer psycholoog, gedragstherapeut en ervaringsdeskundige Martin Appelo hoe je het beste kunt omgaan met een narcistische collega, baas, partner, vriend of familielid.
Dit vind je misschien ook interessant: 5 gouden regels voor omgaan met narcisme (en wat vooral niet te doen)
Bron: Personality and Social Psychology Bulletin, december 2008