Ik deed alles om te voorkomen dat ik ging blozen: dit hielp om mijn bloosangst te overwinnen
Ooit weleens zo vreselijk gebloosd dat het voelde alsof je hoofd van je lichaam af zou smelten? Ik wel. Sterker nog: heel vaak.
Toen ik in het derde jaar van mijn psychologiestudie zat, werd ik tijdens een evaluatiegesprek met het opleidingshoofd eens zo rood dat ik me een cartoonfiguur voelde, compleet met zweetdruppels, een ader in mijn slaap en tranen in mijn ogen.
Mijn bloosangst – een vorm van sociale angst, net als tril- en zweetangst – nam op de universiteit zulke heftige vormen aan dat ik op een gegeven moment werkgroepen begon te vermijden, feestjes afzei, en mezelf op mijn kamer opsloot. Alles om te voorkomen dat ik ging blozen, of dat anderen het zouden zien.
Waarom? Omdat ik me kapót schaamde. En dat was juist onderdeel van het probleem. Hoe vaker ik mezelf vertelde dat mijn gebloos niet normaal was, dat ik me als een kind gedroeg, en dat mensen me niet meer serieus zouden nemen, hoe banger ik werd. En hoe sneller ik dus weer bloosde. Een vicieuze cirkel.
Wat hielp tegen bloosangst?
Die doorbreken was niet makkelijk. Maar met behulp van exposure– en cognitieve gedragstherapie is het uiteindelijk gelukt. Ik schminkte mijn wangen rood met een lippenstift en liep zo door de universiteitsbibliotheek. Ik vroeg aan bezoekers van de Albert Heijn wat ze van mijn rode hoofd vonden. En op de Dam vroeg ik aan voorbijgangers of ze me konden vertellen waar de Dam was.
Dat klinkt als marteling, en zo voelde dat ook, maar het werkte. Ik weet nu dat mensen veel minder streng naar mij kijken dan ik altijd dacht. En dat ik het ook wel overleef als mensen mij wel negatief beoordelen.
Inmiddels durf ik zelfs uitgebreid over mijn bloosverleden te vertellen. Ik heb nota bene een boek over (mijn) verlegenheid geschreven, waarin ik beschrijf hoe lastig het is om op te groeien in een maatschappij waarbinnen je niet verlegen mag zijn. Dat leidde ironisch genoeg tot interviews voor de krant, radio, en zelfs even de tv, waar ik mocht uitleggen hoe ongemakkelijk ik het vind om in het middelpunt van de aandacht te staan.
De schaamte ben ik kortom – grotendeels – voorbij.
Lees ook: O jee, ze kijken! Dit is waarom we blozen (en wat helpt als je voelt dat je rood wordt)