Familie
Onze familie heeft veel invloed op ons leven, zowel positief als negatief. Wat kunnen we leren van de band met onze verwanten? En hoe zorgen we voor een fijne omgang met elkaar?
Dit thema is samengesteld met dank aan Gerrie Reijersen van Buuren. Gerrie is contextueel therapeut en systeemtherapeut. Deze therapievormen gaan ervan uit dat de omgeving waarin je bent opgegroeid bepalend is voor wie je bent, en dus ook voor eventuele klachten die je ontwikkelt. Ze heeft een eigen praktijk en schreef verschillende boeken. Samen met Psychologie Magazine ontwikkelde ze de training Laat familiepatronen los – maak je eigen keuzes.
Familieband
Hechte relatie
In Nederland wonen we doorgaans niet met opa en oma onder één dak – hoewel er natuurlijk genoeg uitzonderingen zijn. Maar dat betekent zeker niet dat we onze ouders op leeftijd laten verpieteren; voor veel Nederlanders blijft de familierelatie hun hele leven lang een hechte relatie.
Meer dan negentig procent van de ouderen heeft wekelijks contact met de kinderen. Ook hebben ouderen regelmatig contact met hun broers of zussen: 75 procent heeft ten minste een keer in de maand contact.
Loyaliteit naar onze ouders
Voor de een is familie als een warm bad, voor de ander een bron van verdriet en boosheid. Maar zeker is dat we niet ontkomen aan de invloed van onze familie. Ook als we allang niet meer onder één dak wonen met onze ouders, zijn we loyaal naar onze ouders toe.
We doen ons best om te voldoen aan hun verwachtingen en houden rekening met hun belangen. Die intense verbinding en loyaliteit tussen ouders en kind wordt ook wel de existentiële driehoek genoemd.
Voor de een is familie als een warm bad, voor de ander een bron van verdriet en boosheid. Maar zeker is dat we niet ontkomen aan de invloed van onze familie. Het is zelfs heel lastig om het anders te doen dan je ouders, ook al wil je dat nog zo graag.
Maar die loyaliteit kan ons op allerlei vlakken in het leven ook in de weg zitten. Zo kan het ons lastig maken om dingen anders aan te pakken dan onze ouders. Wie streng is opgevoed, wordt bijvoorbeeld zelf ook een strenge ouder. Als we er niet bewust voor kiezen om het op onze manier te doen, is de kans groot dat we in familiepatronen vervallen die niet bij ons (of onze partner of kinderen) passen.
Maar als we ons wel bewust zijn van wat we meekrijgen vanuit huis en wat we anders willen doen, kunnen we die patronen doorbreken. Volgens psychiater en grondlegger van de contextuele therapie Ivan Boszormenyi-Nagy hebben we als kind een zogenaamde ‘kiesplicht’: we mogen zelf bepalen waar we loyaal in willen zijn en wat we niet meenemen in ons verdere leven of in de opvoeding van onze kinderen.
Goedkeuring van je ouders
De relatie met familie is zo belangrijk, dat veel van de keuzes die we in de loop van ons leven maken min of meer gebaseerd zijn op de goedkeuring van onze ouders, al is dat niet altijd bewust. Denk aan welke studie we doen, welk beroep we kiezen, voor welke partner we gaan en waar we gaan wonen.
Dat gaat soms zelfs zo ver dat een kind een stuk van zijn eigenheid opoffert om de ouder niet teleur te stellen. Dat heet ‘parentificatie’. Parentificatie leidt ertoe dat een kind zo bezig is met de wensen en behoeften van zijn ouders dat het kind ook als het volwassen is niet goed weet wat zijn eigen behoeften zijn.
Zelfs als er sprake is van misbruik of mishandeling is het pijnlijk voor kinderen om hun ouders af te vallen. Dat is hoe ver deze zogenaamde existentiële loyaliteit gaat. ‘Van onze ouders stammen we af, dat zijn onze wortels, en daaraan ontrouw zijn is alsof we die wortels doorsnijden’, aldus contextueel therapeut Gerrie Reijersen van Buuren.
Laat familiepatronen los
Maak je keuzes op basis van wat jij verlangt of op basis van wat thuis ‘normaal’ was? Familiepatronen, die soms al generaties oud zijn, kunnen je belemmeren om werkelijk je eigen pad te bewandelen.
In de training Laat familiepatronen los – maak je eigen keuzes van Psychologie Academy, in samenwerking met contextueel therapeut Gerrie Reijersen van Buuren, ontdek je welke familiepatronen een rol spelen in jouw leven en hoe je deze kunt doorbreken, zodat je uiteindelijk meer jezelf kunt zijn.
Ouderschap
Behoedend ouderschap
De meeste ouders voeden hun kinderen op vanuit goede wil: ze willen hun kind behoeden voor fouten en gunnen hun kind datgene waarvan zij denken dat goed is. Dat kan betekenen dat ouders boos worden als hun kind een onvoldoende haalt, omdat ze graag willen dat het kind zijn studie haalt.
Vaak vergeten ouders te onderzoeken of dat wat zij gunnen wel bij het kind past. Hier kan het fout gaan. Als het niet past, kan het botsen met de persoonlijkheid van het opgroeiende kind.
Door hier met elkaar over in gesprek te gaan (waarvoor willen ouders hun kind behoeden? Wat gunnen ze hun kind? En wat zijn de behoeften van het kind zelf?) leer je elkaar beter begrijpen. Zo’n gesprek geeft vaak verhelderende inzichten en er ontstaat een diepere verbinding.
Loyaliteit aan de vorige generatie
Tegelijk speelt er iets ingewikkelds: ouders zijn behoedend en gunnend naar hun kinderen, maar ze zijn ook nog steeds loyaal aan hun eigen ouders. Die loyaliteit aan de vorige generatie weegt zwaar, soms zwaarder dan de verbinding met het kind.
Dat wil zeggen: ouders kunnen dingen eisen van hun kinderen om hun eigen ouders te plezieren. Zo kunnen ze van hun kinderen verlangen dat ze wekelijks bij opa en oma op bezoek gaan, of dat ze nette kleding moeten dragen.
Wie rekening blijft houden met de verlangens van zijn ouders en niet zijn eigen keuzes maakt – of wie nog niet zijn ‘volwassen zelf’ is geworden, zoals contextueel therapeut Gerrie Reijersen van Buuren dat omschrijft – blijft makkelijk in de loyaliteit richting zijn ouders steken. Dat maakt de eerder genoemde kiesplicht zo belangrijk: we mogen zelf kiezen wat we uit onze opvoeding meenemen in ons verdere leven.
Jeugdherinneringen
Het bijzondere is dat twee kinderen uit hetzelfde gezin totaal anders op hun jeugd kunnen terugkijken. Dat heeft deels te maken met dat broers en/of zussen nooit helemaal dezelfde opvoeding kunnen krijgen – hoe hard ouders daar ook hun best voor doen. Bijvoorbeeld omdat ouders bij het tweede kind al meer ervaren zijn in de opvoeding dan bij het eerste kind, of omdat ze dingen hebben meegemaakt die hen hebben gevormd.
Daarnaast is elk kind anders en heeft elke kind simpelweg een andere opvoeding nodig. Ouders hebben volgens Reijersen van Buuren de plicht om per kind te kijken: wat heeft dit kind nodig zodat het zich gezien voelt en zich optimaal kan ontwikkelen? Daardoor kan de opvoeding van het eerste kind verschillen van de opvoeding van de tweede (of derde, et cetera).
Opvoeden gaat volgens Reijersen van Buuren niet over dezelfde liefde en aandacht geven aan elk kind, maar over het geven van de liefde en aandacht die bij ieder kind past. Dat kan er dus per kind anders uitzien.
Broer en zus
Gezamenlijke geschiedenis
De relatie met onze broers en zussen mag dan minder bepalend zijn dan die met onze ouders, belangrijk is ze wel. Je hebt een gezamenlijke geschiedenis en zult voor altijd met elkaar verbonden blijven en dat maakt de band anders dan met vrienden. Het is heel fijn om het goed met ze te kunnen vinden en bijvoorbeeld de zorg voor ouder wordende ouders te kunnen delen.
Ruzie met je broer of zus
Helaas is een bloedband geen garantie dat je elkaar aardig vindt. Soms zijn broers en zussen elkaars tegenpolen of lijken ze juist te veel op elkaar, en dat kan botsen. Wat de relatie anders dan anders maakt, is dat je met elkaar concurreert om de liefde van je ouders, ook als je al lang en breed volwassen bent. Het idee dat de ander wellicht favoriet is bij pa of ma is heel pijnlijk.
Daarnaast zeggen broers en zussen makkelijker tegen elkaar waar het op staat dan tegen vrienden, juist door de onderlinge verbondenheid. Dat heeft tot gevolg dat je elkaar ook flink kunt kwetsen. Bovendien gedragen sommige broers en zussen zich af en toe gewoonweg onuitstaanbaar. Het zijn wat dat betreft net mensen.
De rol van de ouder
Veel rivaliteit tussen broers en zussen wordt – onbewust – veroorzaakt door loyaliteit aan de ouders. Elk kind probeert op zijn manier te voldoen aan de belangen en verwachtingen van de ouders. Als de loyaliteit van het ene kind botst met die van het andere kind, of als het daarin wordt gehinderd, neemt het kind dat de broer of zus kwalijk.
Denk aan een kind dat een ouder wilt ontzorgen door ervoor te zorgen dat de kamer opgeruimd is als de ouder thuiskomt, en boos wordt op haar broers en zussen als die het weer rommelig maken.
Als ouder is het onmogelijk om zulke scenario’s altijd te herkennen, laat staan te voorkomen. Maar door open met elkaar over gevoelens en gedrag te praten, kunnen we dergelijke patronen eerder signaleren. De ouder kan het kind dan laten weten dat het niet zijn verantwoordelijkheid is om voor een opgeruimd huis te zorgen, bijvoorbeeld.
Breken met je broer of zus
Als het echt niet botert en er vervelende dingen zijn voorgevallen, kan dat een reden zijn om te breken met een broer of zus. Dat gebeurt nog best vaak: de schattingen zijn dat een kwart van de mensen een broer of zus heeft die hij niet meer ziet. Makkelijk is het niet, zeker omdat het een splijtzwam kan vormen voor het contact met je ouders en eventuele andere broers of zussen. Die voelen zich er vaak ’tussen staan’.
Om een familiebreuk te voorkomen, kan het helpen om te kijken hoe jullie zijn geparentificeerd. Met andere woorden: als we van elkaar begrijpen hoe we aan de wensen en verwachtingen van ouders proberen te voldoen (en waar bepaalde gedragingen of overtuigingen dus vandaan komen) gaat er vaak een wereld voor ons open.
‘Ga de dialoog met elkaar aan’, adviseert Reijersen van Buuren, ‘en neem de tijd om de ouder-kindband van elkaar te begrijpen.’ Praten en luisteren is lastig, maar de enige manier om ruzies en conflicten op te lossen. Wees benieuwd naar wat de ander beweegt, deel wat jou beweegt en leer hoe je dat op elkaar afstemt. Hoe je het gesprek met je familie kunt aangaan, lees je hier.
Familieproblemen
Dysfunctionele families
Er zijn allerlei soorten dysfunctionele families. De oorzaak van veel niet werkende patronen ligt vaak bij de ouders die zelf beschadigd zijn geraakt in hun eigen jeugd, en daardoor niet in staat zijn gezond voor hun kinderen te zorgen.
Het kan hierbij om heel ernstige dingen gaan, zoals incest of mishandeling, waardoor kinderen zwaar getraumatiseerd raken. Maar ook als ouders vroeger geen grenzen aangaven, depressief of verslaafd waren, kunnen we daar levenslang last van houden.
Wat het extra moeilijk maakt, is dat het not done is om de vuile was buiten te hangen, om je familie zwart te maken. Daardoor lopen veel mensen met familiegeheimen rond.
We hebben die geheimen, omdat we loyaal willen zijn aan onze ouders of familie en onze eigen nest niet willen bevuilen. Ook cohesie speelt een rol: we zijn zelf onderdeel van de familie en willen hen, en dus onszelf, beschermen.
Familieruzie
Ruzie met een ouder, broer of zus en echt gebrouilleerd raken, gaat niemand in de koude kleren zitten. Zelfs als het in de eerste instantie als een opluchting voelt, blijft een ruzie binnen de familie een heet hangijzer. ‘Je kunt het contact wel verbreken’, zegt familietherapeut Else-Marie van den Eerenbeemt, ‘maar je blijft toch verbonden. De paradox van de liefde, noem ik dat.’
Zelfs mensen die zeggen dat ze niets meer met hun ouders te maken willen hebben, veranderen soms van gedachten en staan er toch weer als het erop aankomt. Als een familielid belt met de mededeling dat hun moeder ernstig ziek is, raakt het ze toch meer dan ze dachten. ‘Hoe boos je ook bent: je familie blijft je familie.’
Gelukkig kunnen we ruzies of problemen naar elkaar uitspreken. Door goed naar elkaar te luisteren en elkaar te wíllen begrijpen. Hoe je dat doet, lees je in hoofdstuk 5: familieproblemen oplossen.
Geen onvoorwaardelijke liefde
Sommige ouders zijn niet in staat tot onvoorwaardelijke liefde – meestal door hun eigen geschiedenis – en daar lijden kinderen onder. Er zijn vijf typen ouders die niet op een gezonde manier van hun kinderen kunnen houden: de sterk narcistische ouder, de verstikkende ouder, de controlfreak, de ouder die zelf een ouder nodig heeft en de ouder die verwaarloost, in de steek laat of mishandelt.
Vaak is er jaren therapie nodig om de krassen op je ziel iets minder diep te maken als je de pech had bij zo’n ouder op te groeien. Het helpt hierbij om te begrijpen waarom je ouders zo hebben gehandeld, wat hen heeft gemaakt tot wie ze zijn, en ze daarvoor te ‘ontschuldigen’, zoals contextueel therapeut Gerrie Reijersen van Buuren dat noemt. Onder ogen zien wat er is gebeurd en je daarbij ook inleven in de ander.
Erken ook je eigen pijn die zich achter de loyaliteit naar je ouders schuilhoudt. Vaak hebben kinderen hun eigen leed niet echt onder ogen kunnen zien, uit de behoefte om trouw te blijven aan de ouder. Waar heb je last van (gehad)? Accepteer de pijn of het verdriet voor wat het is; het zijn legitieme gevoelens die er mogen zijn.
Mantelzorg: soms te zwaar
Als ouders ouder worden, draaien de rollen om: ineens hebben ze ons harder nodig dan wij hen. Kinderen die een goede band hebben met hun ouders, vinden het vaak juist fijn om er voor hen te kunnen zijn. Maar mantelzorg valt vaak wel zwaar, zeker in combinatie met werk en eigen gezin. En al helemaal als ouders ver weg wonen of te veel gaan claimen.
Het helpt om als gezin te bespreken wie wat oppakt, zodat er een verdeling ontstaat die voor iedereen werkt. Daarvoor moet je wel dingen bespreekbaar durven maken: wat kun je dragen, en wat niet? Als broers en zussen, maar ook de ouder(s) zelf, dat niet uitspreken, kan er onenigheid ontstaan.
Familieproblemen oplossen
Ouders die een claim op je leggen en je een schuldgevoel bezorgen, jaloezie en rivaliteit tussen broers en zussen, gedoe om de erfenis: allemaal redenen om met elkaar in het onmin te raken. De hamvraag hierbij is natuurlijk: hoe los je familieproblemen het beste op?
Want we zijn uiteindelijk allemaal mens, en mensen functioneren het best als ze goed verbonden zijn met elkaar. ‘Als de verbinding met je familie goed is, kun je goed jezelf zijn’, benadrukt contextueel therapeut Gerrie Reijersen van Buuren.
Oud zeer
Als de band tussen ouder en kind niet goed is of verstoord raakt, heeft dat een negatieve invloed op het geluksgevoel van beiden. Juist omdat de rol van de ouder zo belangrijk is, kunnen oud zeer of onuitgesproken wrijvingen (bijvoorbeeld over hoe je je leven leidt of je kinderen opvoedt) volwassen kinderen flink dwars zitten.
Hoe kun je zo’n negatief patroon doorbreken? Op een goede manier het gesprek durven aangaan, kan veel verhelderen en de ouder-kindband flink verbeteren. Dat is zeker niet makkelijk, want het zijn wel je ouders. Je bent loyaal en wilt je ze geen pijn doen.
Toch is het meestal helend om het gesprek aan te gaan. Het gaat daarbij niet om goed of fout, maar om het vinden van verbinding in het verschil of conflict: kun je benoemen wat je dwarszit, zonder dat het een aanklacht richting de ander wordt?
Zeg bijvoorbeeld: ‘Ik weet dat je wilt dat het goed met ons gaat, maar als je me advies geeft over hoe ik de kinderen moet opvoeden, krijg ik het gevoel dat je niet vertrouwt dat ik het zelf kan.’ Zo voorkom je dat je voor de ander invult wat die bedoelt, en ontstaat er ruimte om oud zeer te verzachten.
Probeer te praten
We vinden het vaak lastig om te praten, omdat we bang zijn dat we de ander daarmee kwetsen of afvallen. Daarom is het belangrijk dat je jouw kant van het verhaal vertelt. Rustig uitleggen waar de pijn zit of hoe je het contact wel zou willen, werkt eigenlijk altijd het beste om de lucht te klaren. Durf als volwassen kind je plek in te nemen door je ouders mee te nemen in wat iets met je doet en hoe je het graag anders zou zien.
Probeer het zoveel mogelijk bij jezelf te houden: leg uit wat er gebeurt en wat dat met jou doet, zonder de ander te beschuldigen. En wees ook nieuwsgierig naar de ander. Vraag bijvoorbeeld: ‘Wat betekent het voor jou dat ik dit zeg?’ Soms helpt het om te benadrukken dat het niet betekent dat jullie niet van elkaar houden. Zo blijft het een gesprek en wordt het geen conflict.
Willen je ouders jou bijvoorbeeld vaker zien dan andersom en claimen ze je te veel, dan kun je daar het beste duidelijk over zijn. ‘Soms kun je je ouders alleen maar in een bepaalde dosering verdragen. Dat is niet erg, het omgekeerde komt ook voor, en het kan tevens gelden voor sommige vrienden’, zegt psycholoog René Diekstra.
Deel wat de situatie voor jou lastig maakt, vraag wat de behoefte van de ander is en onderzoek hoe je elkaar daarin kunt begrijpen of ontmoeten.
‘Kijk hoe je ruzies of irritaties met elkaar kunt oplossen door de dialoog aan te gaan. En neem de tijd om te begrijpen waar de ander vandaan komt’, zegt contextueel therapeut Gerrie Reijersen van Buuren. Alleen dan kom je dichter tot elkaar.
Onderneem zelf actie
Een andere manier om familieproblemen op te lossen, is om te zien of je iets aan je onvrede of boosheid kunt doen. Vind je dat je zo weinig hoort van familieleden, bel dan zelf vaker en toon belangstelling. Dan komt het contact maar meer van jouw kant, dat is beter dan je verongelijkt of verdrietig voelen. Relaties hoeven niet altijd 100 procent in balans te zijn.
Bezorgen je ouders je misschien een schuldgevoel, dan kan het ook helpen om telkens als dat opspeelt tegen jezelf te zeggen: stop, ik doe genoeg, ik ben een attente, behulpzame dochter.
Maar, benadrukt Reijersen van Buuren, ‘probeer uiteindelijk altijd het gesprek aan te gaan over wat iets met je doet en wat dat voor de ander betekent.’ Neem elkaars belangen serieus. Ook dat is actie ondernemen. Alleen vanuit goede communicatie kan verbinding ontstaan.
De schoonfamilie
Bonusfamilie
Je hebt geen bloedband of gedeelde geschiedenis, maar toch heb je er met je schoonouders een familie bij. En dat kan een echte verrijking van je leven zijn. Maar als het niet botert, is dat flink lastig. Je zit namelijk toch met elkaar opgescheept.
En daar zit ‘m de crux: de verwachting is dat je elkaar behandelt als familie, terwijl je dat niet bent. Soms is de liefde voor een persoon (jouw partner, hun kind) het enige wat je deelt. Tegelijkertijd hoor je wel geregeld bij elkaar op bezoek te gaan, vier je de feestdagen samen en moet je elkaar bijstaan in moeilijke tijden.
Dat kan leiden tot fricties, jaloezie en irreële verwachtingen. Bijvoorbeeld als een van je schoonouders vindt dat je huis niet schoon genoeg is,of als ze aanmerkingen heeft op je uiterlijk of op hoe je de kinderen opvoedt.
En dat is zonde, want het schoonkind en de schoonouders leggen een brug tussen twee families waaruit kinderen kunnen voortkomen voor wie beide families belangrijk zijn. Oftewel, jouw schoonfamilie is de echte familie van je kinderen en partner. Dat maakt het belangrijk dat de onderlinge band goed is.
Je plek afstaan
Een goede verhouding begint op het moment dat je eigen kind een partner kiest: ouders die hun kind de ruimte geven om die partner op de eerste plek te zetten (in plaats van de ouders), kunnen veel loyaliteitsconflicten tussen schoonkind en schoonouders voorkomen.
Je plek afstaan Een goede verhouding begint op het moment dat je eigen kind eAls ouders kun je bewust een stapje terug doen en het vertrouwen uiten naar je schoonkind. Je kunt ook naar je eigen kind uitspreken: ‘Je mag dingen anders doen dan wij hebben voorgedaan, we blijven van je houden.’
Uiteindelijk geef je met die houding ook een mooi voorbeeld aan je kleinkinderen. Een kind voelt haarfijn aan of oma of opa de vader of moeder accepteert en waardeert om wie die is, en dat legt de basis voor vertrouwen.
Verbinden met je schoonouders
Het contact verbreken met schoonouders is bijna net zo ingewikkeld en ongewenst als met je eigen familie. Het zijn immers de ouders van je partner: de grond onder hun voeten. Zeker als je kinderen hebt, is het belangrijk om de band met je schoonouders zo goed mogelijk te houden. Je gunt je kinderen immers leuk contact met hun opa en oma.
Je kunt ervoor kiezen om niet meer bij elke gelegenheid mee te gaan. Maar beter dan je terugtrekken, is het gesprek aangaan. Deel wat iets met je doet, bijvoorbeeld: ‘Ik vind het lastig dat…’ of ‘voor mij voelt dit anders’, zonder de ander te beschuldigen.
Familieverhalen
Onderzoek je familiegeschiedenis
Door te begrijpen waar je ouders vandaan komen, kun je patronen herkennen en meer begrip voor elkaar hebben. Een manier om dat te doen is door de familiegeschiedenis te onderzoeken. Waar komen zij vandaan? Wat hebben ze zelf meegekregen?
De geschiedenis van een familie speelt vaak (bewust of onbewust) een rol in het leven van de individuele familieleden. Dragen je (groot)ouders bijvoorbeeld littekens van de Tweede Wereldoorlog met zich mee, dan geven ze deze trauma’s in zekere zin aan je door. Maar ook lichtere dingen, zoals heel vrijgevochten of juist streng opgevoed zijn, beïnvloeden je levensloop.
Duik in het verleden
Als je bepaalde feiten niet of nauwelijks kent en niet begrijpt waar bepaalde gedragingen, tradities of gewoontes vandaan komen, kan het zinvol en boeiend zijn om daar eens echt in te duiken. Dat helpt je ook om je waar nodig te bevrijden van bepaalde verwachtingen of last uit het verleden.
Ga daarover met elkaar in gesprek. Vragen die je kunt stellen, zijn bijvoorbeeld: Wat heb jij van jouw ouders meegekregen in de opvoeding? Wat vond je daarin belangrijk? En heb je bewust gekozen wat je wel of niet wilde doorgeven?
Nog een mooie vraag: Waar wilden jullie mij het meest voor behoeden als kind? En als puber? En wat gunden jullie mij het meest? Zo kom je dichter bij iemands (onbewuste) beweegredenen. Het helpt als je inziet dat ouders ook maar gewoon mensen zijn die er het beste van probeerden te maken.
Teken je genogram
Je kunt daar vervolgens zelf mee aan de slag gaan door je familiefeiten te noteren in een zogenaamd genogram. Een genogram ziet eruit als een stamboom, maar bevat bovendien allerlei persoonlijke gegevens.
Zo’n feitelijk familieonderzoek geeft je vaak verrassende inzichten over jezelf. Het genogram is een oefening die in de contextuele therapie gebruikt wordt – een therapievorm die gericht is op het herkennen en loslaten van belemmerende patronen. In dit artikel over psychologische overerving lees je meer over het genogram en met dit werkboek krijg je meer inzicht in je familiedynamiek.
Familieverhalen
De gebeurtenissen in je familieverleden – je context – bepalen meer dan je denkt. Contextuele therapie is erop gericht om zulke feiten helder te krijgen. Je ziet ineens waar bepaalde eigenschappen of gedragingen vandaan komen. Je voorgeslacht bepaalt immers of je blauwe ogen hebt, maar ook waar je aanleg voor hebt. Misschien valt op dat het in je familie wemelt van de creatievelingen.
Ook geeft het inzicht in bepaalde gebeurtenissen. Zo ontdek je misschien dat de moeder van je vader overleed in het jaar dat je ouders uit elkaar gingen. Of zie je dat je moeder al op jonge leeftijd haar eigen moeder verloor. Als je ziet waarom de dingen toen zo zijn gelopen, begrijp je beter waarom de dingen nu zijn zoals ze zijn.
Hoe meer je te weten komt over de generaties voor je, hoe meer bodem je creëert onder je eigen bestaan. Familieverhalen geven houvast, ook als ze niet altijd mooi zijn. Vervolgens kun je zelf kiezen hoe je je daartoe verhoudt, of je bepaalde patronen wilt stoppen of doorzetten.
Familiepatronen doorbreken
Meer leren over (ongewenste) patronen en het doorbreken daarvan? Of direct met het maken van jouw genogram aan de slag? In de training Laat familiepatronen los – maak je eigen keuzes van Psychologie Academy, in samenwerking met contextueel therapeut Gerrie Reijersen van Buuren, leer je hoe je dat doet.