Ga naar inhoud

4 obstakels waar tieners met ADHD tegenaan lopen (en hoe je daar als ouder mee omgaat)

tieners op middelbare school
Beeld: Getty Images
leestijd 5 minuten
Een expert legt uit 19 oktober 2026

De puberteit is een onstuimige fase in een mensenleven, en volgens GZ-psycholoog Tirtsa Ehrlich kan de puberteit voor tieners met ADHD nog lastiger zijn. En voor hun ouders ook. Hoe help je je tiener erdoorheen – ook als die ogenschijnlijk helemaal niet op jouw hulp zit te wachten?

Tieners zijn grote kinderen die hun weg moeten zoeken in de wereld terwijl de hormonen door hun lijf gieren. Vanaf het moment dat kinderen naar de middelbare school gaan, wordt ineens van ze verwacht dat ze hun schoolwerk en alle levensperikelen daaromheen zelf kunnen overzien, en ze willen allesbehalve van hun ouders horen hoe het zit.

Zelfstandig worden is op zichzelf al lastig, maar voor tieners met ADHD is die omslag vaak extra groot, zegt Tirtsa Ehrlich, GZ-psycholoog en auteur van het handboek Kinderen en jongeren met AD(H)D, waar help je ze mee?. Ehrlich zet vier uitdagingen van tieners met ADHD op een rij en vertelt hoe je als ouder kunt helpen.

1. Als tiener moet je ineens veel meer zelf kunnen

Als kinderen naar de middelbare school gaan, komt er van alles op ze af. Ze moeten hun huiswerk plannen, vooruitdenken en de juiste boeken meenemen, de geodriehoek niet vergeten, op tijd komen en bij iedere docent weer aan andere dingen denken. ‘Dat is voor alle twaalfjarigen lastig’, zegt Ehrlich, ‘maar voor tieners met ADHD is dat extra moeilijk. Plannen, organiseren en vooruitdenken zijn vaak juist de dingen waar zij moeite mee hebben.’

In het kort: Begin al vóór de brugklas met het oefenen in organiseren en het aanbrengen van een (huiswerk)routine. Doe en bedenk dat samen. Leg je kind niet van alles op, maar geef suggesties en vraag je kind wat hij denkt dat het beste werkt.

Als ouder ben je misschien geneigd je in deze fase terug te trekken, want ‘ze moeten het nu toch echt zelf gaan doen’. Maar die instelling werkt juist averechts. Opgroeien betekent volgens haar niet dat we tieners volledig los moeten laten.

Ehrlich: ‘Begin op tijd met oefenen in structuur en routines. Liefst al voordat je kind naar de middelbare gaat en niet meer wil dat jij je nog ergens mee bemoeit. Bedenk bijvoorbeeld samen waar je kind het beste kan leren en maak daar een fijne plek van, met laatjes en opbergbakken voor losse papieren of schriften. Wat ook helpt: creëer vaste momenten waarop iedereen in huis zijn spullen opruimt.’

2. Tieners willen zelfstandig zijn, maar hebben je soms juist extra nodig

Tieners ontwikkelen hun eigen identiteit en spiegelen zich minder aan hun ouders. ‘Ze gaan zich tegen je afzetten, maar omdat er zoveel op ze afkomt hebben ze je hulp stiekem ook hard nodig. Met name als je kind ADHD heeft en sowieso al meer moeite heeft met hun nieuwe zelfstandigheid. Dat kan botsen’, aldus Ehrlich.

In het kort: Als ouder is het constant zoeken naar een balans tussen je kind vrijlaten en hulp bieden. Geef de vrijheid waar het kan, maar help waar het kind vastloopt. Investeer bovendien in een goede band door interesse te tonen in de dingen die je kind bezighouden.

Wanneer moet je je kind vrijlaten en vertrouwen geven, en wanneer moet je juist helpen met organisatorische dingen? ‘Die afweging is niet altijd makkelijk’, beaamt Ehrlich. ‘Probeer waar het kan je kind de vrijheid te geven die het graag wil, want autonomie is gezond en belangrijk. Maar let goed op waar je kind je hulp wel nodig heeft. Ga op een rustig moment het gesprek daarover aan. Vraag bijvoorbeeld of hij het lastig vindt om zijn huiswerk te plannen en of hij wil dat jullie samen nadenken over een oplossing.’

Als je wilt dat je kind wat van je aanneemt, is het bovendien belangrijk dat jullie een goede band hebben. Je kind er enkel op wijzen dat hij zijn huiswerk nog moet maken, maakt het contact er niet leuker op. ‘Verplaats je in de belevingswereld van je tiener en toon belangstelling’, zegt Ehrlich. ‘Ook als dat onderwerpen zijn waar jij niets mee hebt. Gamet je tiener veel? Vraag eens wat hij in Minecraft of Roblox aan het bouwen is. Als het contact goed is, is een tiener vaak een stuk welwillender.’

3. Emoties van tieners met ADHD schieten alle kanten op

Dankzij een lichaam vol hormonen en een slaapritme dat verschuift, slingeren de emoties van pubers vaak alle kanten op. Tieners met ADHD hebben vaak meer moeite met het reguleren van die emoties, aldus Ehrlich. ‘Het zijn pubers in het kwadraat.’

In het kort: Begrijp dat er in deze fase veel tegelijk gebeurt. Probeer een emotionele uitbarsting niet persoonlijk te nemen en langs je heen te laten gaan. Kom later terug op gedrag dat niet oké was. Humor kan helpen om de angel eruit te halen.

‘De wetenschap dat je kind ‘under construction’ is, helpt vaak al’, zegt de GZ-psycholoog. Wie begrijpt wat een tiener doormaakt, kan diens woede-uitbarstingen en hormonale buien beter langs zich heen laten gaan. ‘Ik zeg altijd: wees een pan met anti-aanbaklaag. Dat wil niet zeggen dat je alles moet accepteren wat je kind zegt’, zegt Ehrlich. ‘Maar bespreek dat wel pas als het stof is neergedaald. Zeg bijvoorbeeld: ik snap dat je boos was, maar schelden doen we hier niet.’

Zo ga je om met een experimenterende puber volgens kinderpsycholoog Tischa Neve: ‘Wat telt is dat je kind jou belt als hij in de problemen komt’

4. Kritiek komt bij tieners met ADHD extra hard binnen

Pubers met ADHD hebben als kind vaak al veel kritiek over zich heen gekregen (‘Vergeet je gymtas nou niet’, ‘Ben je nu alweer je drinkbeker kwijt?’). Dat maakt ze extra gevoelig voor kritiek of afwijzing. ‘Soms hoef je maar naar een tiener met ADHD te kijken en ze voelen zich al beledigd’, aldus Ehrlich.

In het kort: Ook hier geldt: neem harde opmerkingen niet persoonlijk en reageer niet vanuit je eigen boosheid. Jouw kind is niet lastig, jouw kind heeft het lastig. Investeer bovendien in goed contact, dan kan jullie relatie wel tegen een stootje.

Als je kritiek hebt, kunnen tieners daar overdreven kwaad of geïrriteerd op reageren. ‘Ze kunnen echt lelijke dingen zeggen. Het helpt als je begrijpt dat ze zich op zo’n moment gekwetst voelen. Probeer de boosheid en de woorden die daaruit volgen niet serieus te nemen. Bedenk: mijn kind is niet lastig, mijn kind heeft het lastig.’

Vuur niet met vuur bestrijden en een dikke olifantenhuid kweken, dat is wat je volgens Ehrlich als ouder wilt doen. ‘Neem harde uitspraken niet persoonlijk, zeg niks naars terug en kom er op een later moment op terug als dat nodig is. Onthoud: je bent een anti-aanbakpan.’

Lees ook: Wat neurodiversiteit is, en waarom we niet allemaal in dezelfde mal hoeven te passen

Meer lezen over dit thema?
De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."