Ga naar inhoud

Marieke de Wit over opvoeden: ‘Wat is er gebeurd met dit kind toen ik even niet oplette?’

Marieke de Wit
Foto: Jasper Groen
leestijd 3 minuten
Column 05 juli 2026

‘Mag ik je optillen, mamaatje?’, vraagt mijn zoon. Hij kijkt me een beetje schalks aan. ‘Nee’, zeg ik. Ik heb geen zin om opgetild te worden. En al helemaal niet door een 12-jarig ventje dat gisteren nog niet eens kon lopen. Straks laat ie me nog vallen. 

Wat is er gebeurd met dit kind toen ik even niet oplette? Hij is vroeg gaan groeien en met zijn 1,78 meter inmiddels langer dan ik. Sportief, gespierd lijf. Hij zou het vast makkelijk kunnen. Al vind ik dat nog moeilijk te geloven. 

Soms lijkt het wel of de uitgebalanceerde volwassen man al ontsproten is uit dit kind. Het hoge stemmetje waarmee hij me onlangs nog geagiteerd wees op hem aangedaan onrecht vanwege verschillen in behandeling tussen hem en zijn één jaar oudere broer met Down is vervangen door een kalme tenor waarmee hij deze broer beter dan wie ook uit diens koppige buien kan praten. Als hij me tijdens het koken hoort mopperen omdat ik ontdek dat ik een ingrediënt mis, slentert hij naar me toe en biedt aan om het even te gaan halen. En na het eten zegt hij: ‘Dankjewel mama, het was lekker.’

‘Ik zie hem stoeien met zijn nieuwe ledematen, die slingerend om hem heen hangen’

Op andere momenten zie ik hem stoeien met zijn nieuwe ledematen, die slingerend om hem heen hangen. Hij loopt vaak wat gebogen, alsof hij zelf ook vindt dat hij groter is dan eigenlijk de bedoeling is. Want je kunt nu helemaal niet meer aan hem zien dat hij eigenlijk liever wil dat je meegaat naar een controle-afspraak bij de ortho. En in het donker bang is om alleen naar boven te lopen. 

Ik weet heus wel: er moet eerst nog een hormonenstorm door dat lichaam woeden voor zijn echte volwassen zelf tevoorschijn komt. Jaren waarin hij de wereld in gaat, wil blowen en shotjes drinken met zijn vrienden, ondanks afspraken pas diep in de nacht thuiskomt en onverschillig gromt als ik er wat van zeg. Jaren waarin ik vast nog vaak zal terugverlangen naar de zoon die zijn mamaatje wilde optillen. 

En naar de zoon die tijdens een logeerpartij graag bij mij op de kamer wil liggen, ook al is het bed daar eigenlijk te smal voor. ‘Ja’, zeg ik daarom meteen als hij het vraagt, ‘dat is goed.’ 

Later die avond kijk ik stilletjes naar mijn breeduitliggende slapende grote kleine kind. Dan schuif ik die lange armen en benen een stukje opzij zodat er een randje vrijkomt, en kruip er naast. Nu het nog kan. 

Lees ook: Zo blijf je in gesprek met je experimenterende puber

Meer lezen over dit thema?
De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."