Leven volgens je natuur: zo luister je beter naar je oerbehoeften
Hoewel we niet meer als jager-verzamelaars leven, is ons brein daar nog wel op voorgeprogrammeerd. Deze mismatch maakt ons niet gelukkiger, signaleren onderzoekers. Hoe leef je meer volgens je natuur?
Tegenstrijdige gevoelens plagen de beroemde Amerikaanse bioloog Jared Diamond als hij aankomt op het vliegveld van Los Angeles. Hij heeft net maanden gekampeerd bij een primitieve Papoea-stam in Nieuw-Guinea. Ja, hij is blij om weer thuis te zijn, bij zijn familie en vrienden. Thuis, waar altijd genoeg te eten is, een zacht bed, muziek, de zekerheid van ziekenhuizen en medicijnen.
Maar op de snelweg naar huis overvalt hem een gevoel van onbehagen. ‘Het landschap om mij heen bestaat volledig uit asfalt, bebouwing en auto’s,’ schrijft hij in De wereld tot gisteren. ‘Om mij heen hoor ik verkeerslawaai. Het contrast met de heldere, schone lucht van Nieuw-Guinea, met de grote verscheidenheid aan tinten groen van de dichte regenwouden en de honderden verschillende vogelgeluiden kan niet groter zijn. Reflexmatig draai ik de volumeknoppen van mijn gevoelens en emoties lager, in de wetenschap dat ze het komende jaar het grootste deel van de tijd op die stand zullen staan, tot mijn volgende reis naar Nieuw-Guinea.’
Aardse paradijs
Het moderne leven heeft ons veel gebracht. Kou, hitte, honger, dorst, pijn: de grootste ontberingen die onze voorouders plaagden, zijn al op te lossen met één druk op de thermostaat, een loopje naar de koelkast of een pijnstiller. We hebben apparaatjes die ons de weg wijzen, het weer voorspellen, een heel orkest in onze oren laten klinken of ons urenlang vermaken met spelletjes. We hoeven niet meer met pijl-en-boog achter beesten aan te rennen of knollen op te graven voordat we te eten hebben, of ons te verdedigen tegen wilde tijgers en vijandige stammen.
‘Zonder twijfel is onze moderne maatschappij een soort paradijs’, schrijft de Amerikaanse wetenschapsjournalist Sebastian Junger in zijn bestseller Tribe. ‘De armste bevolkingslagen in onze westerse wereld leven op een niveau van lichamelijk comfort dat duizend jaar geleden onvoorstelbaar was, en de rijkste leven op een manier waarvan we dachten dat de goden leefden.’
Geëvolueerd tot jager-verzamelaar
Maar hoe we onze dagen invullen, staat vaak ver af van onze biologische ‘instellingen’, die nog stammen uit de oertijd. We zijn in miljoenen jaren geëvolueerd tot perfect aangepaste jager-verzamelaars. Mensen die buiten leven, veel bewegen en in kleine, hechte groepen rondtrekken door een omgeving vol gevaren.
Van alle tijd die wij, homo sapiens, op aarde zijn, hebben we pakweg 99 procent als jager-verzamelaars geleefd. Pas tienduizend jaar geleden werd de landbouw uitgevonden en gingen we ons steeds meer op vaste plekken vestigen. En pas de afgelopen honderd jaar kwamen er technische hoogstandjes als auto’s, koelkasten en smartphones binnen ons bereik. Te kort om ons lichaam en onze hersenstructuren aan te passen aan deze totaal andere manier van leven.
Niet pluis
Dat levert serieuze problemen op, signaleren steeds meer wetenschappers. Hoe paradijselijk ook, onze huidige manier van leven lijkt ons niet altijd gelukkig te maken. In welvarende westerse landen is een alarmerende stijging te zien van het aantal gevallen van depressie, burn-out, angststoornissen, zelfmoord, eenzaamheid en slapeloosheid. Terwijl deze ziekten in traditionelere samenlevingen – ondanks onzekerheid en armoede – nauwelijks voorkomen.
Nu zal niet iedereen direct een psychische stoornis ontwikkelen. Maar net als dieren in gevangenschap missen we ons natuurlijke gedrag en onze natuurlijke omgeving – ook al zijn wij vrij. Dat is vaak onbewust. Een legbatterijkip weet niet wat er precies mankeert aan de onnatuurlijke omgeving waarin ze haar hele leven al doorbrengt. Wat ze wel voelt, is stress en onrust. Ook ons lichaam geeft regelmatig het signaal ‘niet pluis’ af in dit leven vol overvloed, schermpjes en files. We voelen ons opgefokt, moe, onrustig, overprikkeld. We verlangen naar iets, maar weten niet wat.
4 dingen die we missen in onze moderne samenleving (+wat we eraan kunnen doen)
Onderzoek uit verschillende hoeken maakt steeds inzichtelijker welke aspecten van het moderne leven wringen met onze oerinstellingen, en wat we precies missen. En net zoals legbatterijkippen opbloeien als ze mogen scharrelen en een stofbad kunnen nemen, zo kunnen ook wij ons beter gaan voelen als we aansluiten bij onze natuurlijke behoeften. Zoals een groene omgeving, hechte sociale contacten, daglicht, duidelijke uitdagingen en lichaamsbeweging.
1. Gebrek aan groen
We zijn ‘voorgeprogrammeerd’ om bepaalde omgevingen prettig te vinden, volgens evolutionair psychologen. Daardoor zoeken we automatisch die plekken op waarin we goed kunnen overleven. Veilige plaatsen waar voldoende voedsel en water is, geven onze hersenen een geruststellend seintje: hier is het goed.
Inderdaad blijken groene omgevingen met bomen, bloemen en water een grote aantrekkingskracht op ons te hebben. Zelfs het soort water maakt verschil: heldere bergmeren en stromende beekjes doen het beter dan troebele plassen. Ook voelen we ons het prettigst in omgevingen die overzicht bieden, zoals een hoger gelegen plek waar we gevaar op tijd zien aankomen. Tegelijkertijd hebben we baat bij een plek met beschutting en rugdekking.
‘Mensen hebben geen moeite met ontbering, sterker nog: ze krijgen er vleugels van’
Hoeveel voordelen ze ook bieden, moderne omgevingen als flats, industrieterreinen, wegen en winkelcentra hebben deze geruststellende eigenschappen te weinig. Wel hebben ze veel kenmerken die volgens onze oerinstellingen juist duiden op dreiging. Zoals lawaai. Harde geluiden betekenen vanouds niet veel goeds: afbrokkelend gesteente, het gekraak van een vallende boom.
Hogere bloeddruk
En ook al weten we heus wel dat gillende sirenes, ronkende motoren en bonkende heipalen onschuldig zijn, onbewust worden we er toch door beïnvloed. Zo blijken mensen die in de buurt van een vliegveld wonen vaker vernauwde bloedvaten en een hoge bloeddruk te hebben. Werknemers die dagelijks in lawaai werken, hebben vaker een maagzweer en meer kans op een hartaanval.
Een ander voorbeeld: in steden staan we dagelijks op een kluitje met vreemden, bijvoorbeeld in de spitstrein of de uitverkoop. Al weten we best dat die mensen niet uit vijandige stammen komen en er niet op uit zijn ons iets aan te doen, toch verhogen zulke situaties onze bloeddruk en stresshormonen.
Zo is er steeds meer onderzoek dat aantoont dat stedelijke bebouwing ons opgefokt maakt en dat groen – al is het een aangelegd park – juist stressverlagend werkt. ‘Onze lichamen ontspannen in vredige, natuurlijke omgevingen omdat ze daarin zijn geëvolueerd,’ zegt de Japanse onderzoeker Yoshifumi Miyazaki van de universiteit van Chiba. ‘Onze zintuigen zijn aangepast om informatie te interpreteren over planten en beekjes, niet over het verkeer en hoge bebouwing.’
Wat kunnen we doen?
- Regelmatig een dosis groen halen. Uit Miyazaki’s onderzoek blijkt dat een boswandeling van 15 minuten de hoeveelheid stresshormonen al vermindert.
- Als je niet naar buiten kunt: ook uitzicht op groen, kamerplanten of alleen al het bekijken van natuurfilmpjes hebben een kalmerend effect.
2. Oppervlakkig contact
Wat we het meest missen in ons huidige bestaan, is het leven in stamverband, laat journalist Sebastian Junger zien in Tribe. Een hechte groep waarin iedereen hetzelfde duidelijke doel heeft: overleven.
Om het te redden zijn we lang afhankelijk geweest van onze banden met anderen. Voor wederzijdse bescherming, om in nauwe samenwerking op grotere dieren te jagen, om voedsel te delen en kwetsbare kinderen te verzorgen. In stamverband waren we nooit alleen en erbij horen was van levensbelang. Sociaal contact is dan ook wat ons het gelukkigst maakt, blijkt uit talloze onderzoeken.
Elkaar nodig hebben
Tegenwoordig hebben we die nauwe banden niet meer nodig om te overleven. Eten is op elke straathoek te koop, de politie en het leger beschermen ons, de crèche past op de kinderen. We hoeven zelfs geen gebruiksvoorwerpen met anderen te delen, want we hebben alles zelf. Door de waan van de dag vol deadlines, mailtjes en klusjes raken onze sociale contacten nog verder op de achtergrond en worden ze gehaaster en oppervlakkiger.
‘Iemand die in een moderne stad woont kan, voor het eerst in de geschiedenis, een hele dag doorbrengen en bijna alleen maar vreemden tegenkomen,’ zegt Junger. ‘Hij kan omringd zijn door anderen en zich toch diep en gevaarlijk alleen voelen.’
Ontberingen geven ons vleugels
Ook gelijkheid binnen de stam en een duidelijk doel van onze bezigheden zijn menselijke oerbehoeften, legt Junger uit. Zo kan het dat ontberingen als armoede, rampen en oorlogen ons soms ironisch genoeg juist beter laten voelen dan vrede en overvloed. Omdat we elkaar dan weer keihard nodig hebben en in één klap een glashelder, gezamenlijk doel hebben: een vijand verslaan, wederopbouw, samen overleven. Junger: ‘Mensen hebben geen moeite met ontbering, sterker nog: ze krijgen er vleugels van. Waar ze moeite mee hebben, is zich niet nuttig te voelen.’
Zo gaan zelfmoordcijfers omlaag zodra landen in oorlog raken. In de Tweede Wereldoorlog steeg het moraal en de veerkracht van burgers juist in de steden die het zwaarst gebombardeerd werden. En bij natuurrampen als overstromingen worden sociale banden alleen maar sterker. ‘Wat dergelijke rampen lijken te doen, is de klok tienduizend jaar terugdraaien,’ verklaart Junger. Inkomen, afkomst en ras worden onbelangrijk: mensen worden op waarde geschat naar wat ze doen voor de groep. ‘Dat geeft een groepsgevoel dat veel mensen bitter missen.’
Wat kunnen we doen?
- Reserveer bewust tijd voor vrienden, voordat die wordt opgeslokt door overwerk, de was en het beantwoorden van mail.
- Investeer in je band met de buurt. Voorwerpen en diensten uitwisselen geeft een oud gevoel van verbondenheid en wederzijdse steun. Ook al zijn het maar kopjes suiker, ze geven het veilige signaal dat we op anderen kunnen rekenen.
- Zoek zo veel mogelijk direct contact. Dat gaat dieper en is bevredigender dan indirect contact via mail en app.
- Concentreer je op echt belangrijke, hechte banden. Door sociale media steken we onevenredig veel tijd in vage kennissen. Terwijl dierbaren ons als geen ander een vertrouwd gevoel kunnen geven.
- Zoek een groep waarmee je hecht samenwerkt aan hetzelfde doel, zoals vrijwilligerswerk dat je raakt, of een teamsport.
3. Verouderd stresssysteem
Omvallende bomen, gifslangen, wilde dieren, vuur, verdrinken en verdwalen: ze staan in de top-tien van de belangrijkste oorzaken van dood of verwonding in traditionele gemeenschappen, blijkt uit het boek van bioloog Jared Diamond. Het zijn de typische gevaren waarvoor ons stresssysteem is geëvolueerd: concreet, duidelijk, kortdurend. Een stoot cortisol maakt ons lichaam klaar om te vluchten, vechten of bevriezen. En wanneer het gevaar is geweken – meestal vrij snel – komt ons lichaam weer in balans.
Naarmate de omgeving kunstmatiger is geworden, zijn onze stressoren abstracter, leggen hoogleraar psychiatrie Witte Hoogendijk en journalist Wilma de Rek uit in hun pasverschenen boek Van big bang tot burn-out. Stress ontstaat als de omgeving iets van ons eist, waarvan we niet weten of we het tot een goed einde kunnen brengen. Dus ook moderne problemen als files, tijdsdruk en overvolle to-do-lijsten en mailboxen roepen die spanning op.
Verouderd stresssysteem
Maar de reactie van ons stresssysteem mist dan haar doel: vechten, vluchten of bevriezen helpt niet in de file of een vergadering. Hoogendijk en De Rek: ‘Met dank aan je verouderde stresssysteem, dat nog niet snapt dat je voor het invullen van je belastingpapieren helemaal geen verhoogde hartslag nodig hebt, laat staan voor de gedachte aan het invullen van die krengen, sta je zinloos op scherp.’
Net als dieren in gevangenschap missen we ons natuurlijke gedrag en onze natuurlijke omgeving
Bovendien is moderne stress vaak chronisch: tijdsdruk en volle mailboxen zijn geen vijanden die ons pad kortstondig kruisen. En onze lichamen zijn niet toegerust op een permanente stroom cortisol, met burn-outs en hartkwalen tot gevolg.
Onze stressrespons slaat de plank al helemaal mis bij alle gevaren op wereldniveau die we dankzij de media in onze huiskamer krijgen: oorlogen, natuurrampen, terrorisme. Ze zadelen ons op met een chronisch onveilig gevoel, maar zijn te ver weg om er iets aan te kunnen doen.
Wat kunnen we doen?
- Wanneer je lichaam reageert alsof het in levensgevaar is, terwijl je alleen maar een deadline hoeft te halen, probeer het stresssysteem dan gerust te stellen. Bijvoorbeeld met mindfulness of door op veilige signalen uit de omgeving te focussen: je hebt een stevig huis, genoeg eten, vrienden om op terug te vallen en het is behaaglijk warm.
- Zoek af en toe concrete ontberingen op, waar het lichaam weer lekker ouderwets op kan reageren: kou, hitte, zware inspanning, afzien.
4. Verstoord ritme
We zijn ons er vaak niet van bewust, maar veel processen in het lichaam hebben hun eigen natuurlijke ritme. Zoals het slaap-waakritme, de stofwisseling, temperatuur, concentratie en het herstel van ons lichaam. Onze interne biologische klok geeft de maat aan en laat deze processen in harmonie verlopen.
Die ritmes zitten diep in de genen verankerd, omdat ze grote evolutionaire voordelen hebben. In de eerste plaats omdat sommige processen elkaars tegenpool zijn en dus gescheiden moeten worden. Zo is ons lichaam er overdag helemaal op ingesteld om actief en alert te zijn: het maakt cortisol aan en de stofwisseling werkt op volle toeren. Terwijl ’s nachts juist alles is gericht op energiebesparing en herstel: lichaamstemperatuur, stofwisseling en cortisolniveau staan op een laag pitje, terwijl de groeihormonen juist pieken.
In de tweede plaats is het enorm handig als het lichaam op de zaken vooruit kan lopen. Als onze stofwisseling bijvoorbeeld weet wanneer er eten aankomt, dan bereidt het zich daarop voor, wat cruciaal is voor een goede vertering. Onze biologische klok geeft een ritme af van ongeveer 24,2 uur, maar corrigeert zichzelf elke dag aan de hand van tijdsindicaties uit de omgeving. Daglicht is het belangrijkst, maar ook maaltijden, lichaamsbeweging en sociale interactie geven een aanwijzing.
Dag en nacht lopen door elkaar
Dit systeem is ontstaan toen we nog leefden met het op- en ondergaan van de zon en werkte toen perfect. Maar tegenwoordig trekken we ons minder aan van het dag- en nachtritme. We doen ’s avonds de lampen aan en gaan onverminderd door met onze activiteiten, waardoor ons lichaam denkt dat het nog dag is. Het blauwe licht van iPads en smartphones geeft helemaal verwarrende signalen, omdat het lijkt op het blauwige ochtendlicht. Bovendien hebben we een 24-uurseconomie, waarin we ploegendiensten draaien, overwerken en dwars door alle tijdzones reizen.
Het gevolg: een ontregelde biologische klok en lichaamsprocessen die door elkaar gaan lopen. Mensen die langdurig hun ritme in de war schoppen, krijgen te maken met allerhande gezondheidsproblemen, zoals maag- en darmklachten, hartkwalen en slaap-, stemmings- en geheugenstoornissen.
Wat kunnen we doen?
- Houd zo veel mogelijk het oude dag-nachtritme aan. Wees overdag actief en beweeg veel. Reserveer de avond voor rustige activiteiten en de nacht om te slapen.
- Vang overdag zo veel mogelijk daglicht, zeker in de ochtend: dat geeft een sterk signaal dat de dag is begonnen. Dim ’s avonds de lichten, zet beeldschermen uit of in elk geval op de minst felle stand.
- Houd vaste tijden aan. Zo weet het lichaam van tevoren wanneer er gegeten, geslapen of bewogen gaat worden en kan het zich daarop voorbereiden.
- Om de biologische klok in het gareel te krijgen, is opstaan op een vaste tijd het belangrijkst, zeggen slaapwetenschappers. Wijk daar in het weekend niet te veel van af.
Bronnen o.a.: J. Diamond, De wereld tot gisteren. Wat we kunnen leren van traditionele samenlevingen, Spectrum, 2013 / S. Junger, Tribe. On homecoming and belonging, Grand Central Publishing, 2016 / W. Hoogendijk e.a., Van big bang tot burn-out, Balans, 2017
Natuurlijke blijmakers
Sommige bezigheden voelen alleen al goed omdat ze aansluiten bij onze natuurlijke behoeften. Zoals kippen het niet echt nodig hebben om te scharrelen, aangezien ze hun voer op gezette tijden in hun bakje krijgen, maar het gewoon lekker vinden om te doen.
- Kamperen heeft grote overeenkomsten met ons jager-verzamelaarsleven: een goed plekje zoeken, de hele dag buiten zijn, een vuurtje stoken en samen slapen.
- Teamsport lijkt op jagen of het uitvechten van een stammenoorlog. ‘De details zijn stuk voor stuk veranderd, maar de basis is nog dezelfde: de planning en de strategie, de werkwijze en de gevaren, de fysieke inspanning en de verwonding, de groepssamenwerking, met als hoogtepunt het schieten op het doel,’ schrijft de Amerikaanse zoöloog Desmond Morris in Natuurlijk gelukkig.
- Verzamelen: mooie schelpen zoeken op het strand, kastanjes rapen, voetbalplaatjes sparen: het lijkt allemaal op het traditionele verzamelen van voedsel.
- Reizen: tot de intrede van de landbouw, zo’n tienduizend jaar geleden, waren we een rondtrekkende soort. Reizen, waarbij je met weinig bezittingen steeds op een andere plek neerstrijkt, lijkt daarop.
- Wandelen geeft ook dat ‘trekkersgevoel’, plus de nodige lichaamsbeweging en de mogelijkheid om in de verte te kijken. Dat geeft tegenwicht aan ons zittende bestaan, waarbij we uren achter elkaar naar een te dichtbij schermpje staren – volgens onderzoekers een reden waarom er tegenwoordig zoveel mensen bijziend zijn.
- De zintuigen stimuleren. Als we binnen zitten en vooral in ons hoofd bezig zijn, staan veel zintuigen droog: er staat geen zuchtje wind, er zijn geen wisselende geuren, er valt geen spatje regen of straaltje zon op onze huid. Een buitenwandeling, een warm bad of een massage geeft voeding aan de zintuigen.