Controle houden of leren loslaten: wat heb je in de hand en wat niet?
Op veel gebeurtenissen in het leven heb je geen invloed. Waar je wél invloed op hebt, is hoe je erop reageert. Richt je dus vooral op de dingen waar je controle over hebt, zeggen psychologen; dat is veel gezonder. Tips om te leren wat je kunt veranderen en wat je maar beter kunt accepteren en loslaten.
Chantal is blij met haar nieuwe baan. Alleen haar nieuwe werkomgeving is wennen: dertig collega’s in een doodstille kantoortuin. Als ze iets zegt of vraagt wat losstaat van het werk, krijgt ze slechts korte reacties. Ze vraagt zich af hoe ze de situatie voor zichzelf kan verbeteren. Kan ze de sfeer op de afdeling wat gezelliger maken, of is dat vergeefse moeite?
Ons hele leven maken we ons druk over van alles en nog wat. Van zwijgzame collega’s en overtollige kilo’s tot veel ingrijpender problemen als ziekte en overlijden van geliefden. En dan is er ook nog eens het wereldleed, met oorlogen en miljoenen hongerende mensen.
Op sommige situaties hebben we zelf een beetje invloed, op andere helemaal niet. Op dieet gaan of een nieuwe baan zoeken is altijd mogelijk, maar tegen ernstige ziekten of het wereldvoedselprobleem valt als individu niets te beginnen.
Daar kun je veel mentale energie aan verliezen en heel gefrustreerd van raken, besefte ook de Amerikaanse bedrijfskundige Stephen Covey. Hij ontwikkelde een methode om dat te voorkomen: door kwesties in het juiste vakje te stoppen.
Richt je op de dingen waar je wel invloed op hebt
Volgens Covey ligt om ieder van ons een ‘cirkel van betrokkenheid’: daarbinnen vallen alle zaken en problemen waarbij we ons betrokken voelen, die ons aan het hart gaan. Op een deel van die dingen hebben we geen invloed.
Het advies van Covey is om die dingen minder aandacht te geven, want ze kosten alleen maar energie en leveren niets positiefs op.
Denk daarbij aan de weersvoorspelling voor je vakantie – aan regen kun je niets veranderen en dat ticket is toch al betaald – of een vriend die altijd beren op de weg ziet bij je enthousiaste plannen: je kunt hem niet overtuigen en blijven proberen is dus verspilde moeite.
Binnen de cirkel van betrokkenheid ligt een tweede, kleinere cirkel: de cirkel van invloed. Die gaat over de omstandigheden en personen waar we wél invloed op hebben. Richt je op deze cirkel, adviseert Covey.
In de situatie met die zorgelijke vriend heb je bijvoorbeeld wél controle over jezelf. Je kunt bepaalde gespreksonderwerpen bij hem mijden en je enthousiasme delen met iemand anders.
Je komt psychologisch in een opwaartse spiraal
Het heeft grote voordelen om zo in het leven te staan. Want als je je opwindt over dingen waaraan je niets kunt veranderen, word je onnodig boos, gefrustreerd en soms zelfs bitter. Bovendien krimpt je invloed steeds verder, doordat je energie opraakt aan zinloos getob.
Maar als je de problemen aanpakt die binnen de cirkel van invloed vallen en die je dus wél kunt veranderen, of als je vaardigheden inzet om mensen en omstandigheden tot verandering te bewegen die daarvoor openstaan, kom je psychologisch in een opwaartse spiraal, zegt Covey: je gevoel van invloed zal groeien en dat vergroot weer je gevoel van welbevinden.
Accepteren wat je niet kunt veranderen
Dat klinkt logisch, maar de praktijk is lastig. Het gebed van de Amerikaanse theoloog-filosoof Reinhold Niebuhr uit 1937, dat later als schietgebed werd overgenomen door de Anonieme Alcoholisten, is niet voor niets zo’n bekende tegelwijsheid geworden: ‘Geef me de moed om te veranderen wat ik kan veranderen; geef me de wijsheid om te accepteren wat ik niet kan veranderen; en geef me het inzicht om het verschil tussen beide te zien.’
Soms is het onderscheid overduidelijk. De Europese vluchtelingencrisis kun je niet oplossen, maar je kunt wel een hulpactie op touw zetten of taalles geven aan vluchtelingen. Daarnaast is er een grijze zone waarbinnen het niet altijd makkelijk te zien is of je nu wel of geen invloed hebt, en hoe die invloed er dan uitziet.
Chantal slaagt erin de stille kantoortuin de ene dag wel in om een collega tot een praatje te bewegen, de volgende dag niet. Was die de eerste toeschietelijkheid nou het resultaat van haar aanpak, of van het toevallige goede humeur van die collega?
Je eetpatroon aanpassen en meer bewegen
Covey onderkent die grijze zone ook. Daarom maakt hij binnen de cirkel van invloed het verschil tussen directe invloed en indirecte invloed. Directe invloed kunnen we vooral uitoefenen op ons eigen gedrag en keuzes: die kunnen we immers zelf veranderen. Wie bijvoorbeeld gezonder wil leven, kan zijn eetpatroon aanpassen en meer bewegen.
Op anderen hebben we vooral indirecte invloed; hun gedrag kunnen we wel een beetje sturen, maar niet honderd procent. Als je zelf heel vriendelijk tegen iemand bent, is de kans groot dat je vriendelijkheid terugkrijgt. Maar is diegene toevallig net ontslagen, dan heeft je vriendelijkheid misschien geen enkele impact.
Ben Tiggelaar zegt: het verschilt per situatie
Hoe stel je nu vast of een probleem binnen de cirkel van betrokkenheid of de cirkel van invloed valt? En of je directe of indirecte invloed kunt uitoefenen? Dat verschilt per situatie, zegt Ben Tiggelaar, gedragswetenschapper en Covey-kenner. Het hangt af van het onderwerp, het moment en de betrokkenen.
Tiggelaar geeft een persoonlijk voorbeeld: ‘Ik heb de neiging om te overeten, en dat heeft gevolgen voor mijn gewicht. Daarom houd ik al jaren scherp in de gaten wat er op mijn bord komt. Thuis lukt dat heel goed: niet te veel, gezonde ingrediënten, en sinds een tijdje eet ik ook vegetarisch. Maar soms word ik ergens uitgenodigd en is dat lastiger.
Bij een goede vriend kan ik directe invloed uitoefenen door van tevoren te zeggen dat ik bepaalde dingen liever niet eet. Maar bij zakelijke bijeenkomsten heb ik meestal geen invloed op het menu. Al kijken mensen er tegenwoordig niet meer van op als je bepaalde dingen overslaat. Dat doe ik gerust, wat dan weer wel directe invloed is.’
We denken dat we op de gekste dingen invloed hebben, maar…
Best lastig is dat we over het algemeen te optimistisch zijn over hoeveel invloed we hebben op situaties of gebeurtenissen. Psychologen noemen dat ‘de illusie van controle’: de menselijke neiging je eigen invloed groter in te schatten dan die werkelijk en aantoonbaar is.
De Amerikaanse psychologe Ellen Langer, hoogleraar aan Harvard, stelde dit fenomeen al in 1975 vast. Uit haar experimenten bleek dat mensen op de gekste dingen invloed denken te hebben. Zo dachten proefpersonen meer kans te hebben op het winnen van de loterij als ze zelf hun cijfers mochten kiezen.
Bij dobbelen bleek dat mensen harder gooiden als ze hogere cijfers wilden, en zachter als ze op lage cijfers uit waren. Allemaal in de illusie dat ze daarmee invloed uitoefenden op het resultaat, terwijl ze die in werkelijkheid helemaal niet hadden.
Optimisten geloven meer in hun eigen invloed
Dat is best een gezonde neiging, zegt de Amerikaan Martin Seligman, grondlegger van de positieve psychologie en auteur van onder andere Gelukkig zijn kun je leren. De ‘illusie van controle’ is een belangrijk onderdeel van een optimistische levensinstelling.
Optimistische mensen geloven bij positieve situaties dat ze daar zelf invloed op hebben uitgeoefend – hun eigen gedrag of karakter is ervoor verantwoordelijk – en bij negatieve situaties dat ze er geen invloed op hadden.
Niet iedereen die probeert zal slagen, maar wie niet probeert zal in ieder geval níét slagen
Ze slagen bijvoorbeeld voor een examen omdat ze zich zo goed hebben voorbereid. Als ze zakken, heeft de docent de stof niet goed uitgelegd of waren de vragen buitenproportioneel moeilijk.
Pessimisten doen precies het omgekeerde. Bij negatieve gebeurtenissen denken ze dat ze daar zelf invloed op hebben uitgeoefend, bij positieve situaties zoeken ze de oorzaak elders. Zakken ze voor een examen, dan denken ze: ‘Ik ben niet slim genoeg om dit te kunnen leren.’ Slagen ze: ‘De vragen waren heel makkelijk.’
Betere relaties en succesvollere carrière
Of de optimisten zichzelf nu een rad voor ogen draaien of niet, uit onderzoek blijkt telkens dat het allerlei voordelen heeft om te geloven in je eigen invloed op positieve gebeurtenissen en die invloed zelfs wat te overschatten.
Optimisten zijn bijvoorbeeld fysiek en geestelijk gezonder dan pessimisten. Ze hebben betere relaties, doordat mensen het leuker vinden om met hen om te gaan. Verder blijken optimisten succesvoller in hun carrière.
Ook als het gaat om je persoonlijke eigenschappen of vaardigheden is het slim om stevig te geloven in je eigen invloed daarop. Want hoe meer je daarin gelooft, des te groter is je daadwerkelijke invloed. Die selffulfilling prophecy gaat bijvoorbeeld op voor intelligentie, bleek onder meer uit een studie door de Amerikaanse Stanford-universiteit.
Kinderen die dachten dat hun intelligentie een vaststaand gegeven is, bleken veel minder snel een moeilijke uitdaging aan te nemen en die ook vol te houden, dan kinderen die ervan overtuigd waren dat ze door oefening slimmer en handiger konden worden.
Tiggelaar: ‘Dat sluit aan bij een oude wijsheid waar ik zelf ook aan hecht: niet iedereen die probeert zal slagen, maar wie niet probeert zal in ieder geval níét slagen.’ Om in te schatten hoe groot je invloed in allerlei situaties is, bestaan dus verschillende manieren: Covey adviseert gezond realisme, Seligman benadrukt de positieve effecten van optimisme.
Ben Tiggelaar verenigt beide inzichten in wat hij noemt ‘optimistisch realisme’: ‘Schat je invloed zo realistisch mogelijk in, maar rond een beetje af naar boven.’
Lees ook: Wat is de beste strategie als het leven tegenzit?
Heb ik invloed op de situatie?
Inschatten of je wel of geen invloed hebt is vooral lastig in sociale situaties, zegt gedragswetenschapper Ben Tiggelaar. Bijvoorbeeld: je stuurt een collega aan, ze houdt zich niet aan je opdrachten, en als je haar daarop aanspreekt zegt ze wel ja maar doet vervolgens toch nee. Tips van Ben Tiggelaar om zo’n situatie aan te pakken:
- Onderzoek je eigen perceptie. ‘Waar je zelf invloed op hebt, is vaak een kwestie van beleving. Toets daarom bij kennissen, vrienden, collega’s, familieleden hoe zij je invloed op deze collega inschatten.’
- Proberen en leren. Probeer verschillende manieren van aanpak en kijk welk effect die hebben. ‘Het is belangrijk om na elke poging een reflectiemoment in te bouwen. Vraag jezelf daarbij af: waarom ging het zo? Lag het aan mij en mijn gedrag? De omstandigheden? Stel jezelf vervolgens de vraag of je het een volgende keer anders kunt doen.’
- Kijk terug. Welke stappen heb je vroeger gezet in een vergelijkbare situatie? Wat was daarvoor toen nodig? Welke twijfels had je toen en hoe is het uiteindelijk goed gekomen? Tiggelaar: ‘Dit kan je veel zelfvertrouwen geven.’