Marieke de Wit: ‘Ze hield me vast en zei: doe die pruik maar gewoon af’
Over mijn lichaam en of ik het mooi of lelijk vond, dacht ik niet veel meer na. Het had kinderen gedragen. Het was gezond. Het deed meestal wat ik ervan verlangde. Soms werd ik ineens even getroffen door iets: het slappe vel van mijn hals als ik boven een spiegel hing, een groef die niet meer verdween.
Tot ik kanker kreeg en verliefd werd tegelijkertijd.
Hoogzomer was het. Met een zweterig haarwerk op fietste ik naar haar huis. Het was onze vierde date en ik was zojuist kaal geworden. Die pruik stond me fantastisch, maar ik kan je vertellen: je kunt best een kopje koffie drinken met iemand en doen alsof er niks aan de hand is, maar in bed glijdt zo’n ding onherroepelijk van je hoofd.
Binnenkort zou ze dus te zien krijgen hoe onaantrekkelijk ik was geworden en voorlopig ook zou blijven. Ik nam me voor dan maar extra opgewekt te zijn, omdat ik nu alleen nog maar een leuke persoonlijkheid te bieden had.
Alsof dat lukte.
Ze zag meteen dat ik helemaal niet vrolijk was. Ze hield me vast en zei: doe die pruik maar gewoon af, mij maakt het niet uit. Traag, met tegenzin deed ik wat ze vroeg en zette me schrap om in haar ogen te zien wat ik zelf al lang wist.
Maar in plaats daarvan zei ze: ‘Je bent mooi, kaal staat je goed.’
Ik heb die pruik daarna verbannen en mijn kaalzijn nooit meer lelijk gevonden, zelfs niet als ik werd nagestaard. Ik voelde alleen maar haar blik en wat die me vertelde: dat ik iemand was die begeerlijk was en prachtig, dwars door alle chemo’s heen.
Mijn haar is inmiddels terug, maar ik heb een borst minder. Ik kijk naar mezelf in de spiegel en ben tevreden met wat ik zie. Mijn littekens, mijn lichaam. Het heeft kinderen gebaard en een ziekte overleefd. Het is asymmetrisch. Ze houdt van asymmetrisch, zegt ze. Mijn litteken is nu onderdeel van mij, een plek waar je ook kusjes op kan geven.
Laatst keken we foto’s van vorig jaar. We schrikken er allebei van.
Jeetje wat zag je er ziek uit, zegt ze. Ik zag dat toen echt niet.
Nee, ik eigenlijk ook niet.