Wat kwam je tekort in je jeugd? 5 vragen over vroeger om dat te onderzoeken
Misschien voel je je diep gekwetst als een vriend een afspraak afzegt, of op het laatste moment toch niet op je verjaardag kan komen. Je merkt dat een opmerking op je werk je zo raakt dat je meteen denkt: ik kan beter ontslag nemen. Of je houdt anderen op afstand zodra ze te dichtbij komen, waardoor het lastig is om een liefdesrelatie aan te gaan.
Heftige emoties en zelf-saboterend gedrag zijn vaak signalen van oude, niet-helpende patronen die in je jeugd zijn ontstaan. Meestal zijn ze onbewust, bijna automatisch. Achteraf kun je er flink last van hebben omdat ze je geluk in de weg staan en problemen veroorzaken in je relaties of werk.
Een eerste stap in het doorbreken daarvan is ontdekken welke tekorten je in je jeugd hebt opgelopen. Als kind heb je bepaalde basisbehoeften: een veilige en voorspelbare band met anderen, ruimte voor zelfstandigheid en vrijheid om je emoties te uiten. Maar ook: plezier maken en duidelijke grenzen krijgen.
Voor een gezonde emotionele ontwikkeling is het belangrijk dat al deze behoeften worden vervuld. Wanneer dat onvoldoende is gebeurd, ontstaan emotionele tekorten. Die vormen de voedingsbodem voor je valkuilen en leiden tot de niet-helpende patronen die je later in je leven kunt ontwikkelen
Onderzoek je emotionele tekorten
Met deze vragen ontdek je in vier stappen wat jij vroeger tekortgekomen bent. Je kunt de vragen uitgebreid beantwoorden of gewoon beginnen met steekwoorden die bij je opkomen. Gebruik voor elke vraag gerust een nieuw vel papier, zodat je de ruimte hebt om je gedachten op te schrijven.
Let op: dit kan best lastig zijn. Doorloop deze stappen daarom met zelfcompassie en geduld.
Het hoeft niet in één keer, of perfect. Merk je dat de vragen spanning oproepen, bijvoorbeeld omdat je als kind ingrijpende gebeurtenissen hebt meegemaakt? Dan is het verstandig om ze samen met iemand die je vertrouwt en die misschien al iets weet over je verleden te beantwoorden en er daarna over in gesprek te gaan.
Bij complexere klachten, zoals een persoonlijkheidsstoornis, chronische depressie of trauma, raden we aan om de hulp van een therapeut in te schakelen.
Stap 1. Dit heb je meegekregen vanuit huis
Vraag 1: Beschrijf het gezin waarin je bent opgegroeid. Wat typeerde jouw thuissituatie? Hoe zag het dagelijks leven eruit?
Voorbeelden:
- Ik groeide op in een groot gezin en mijn vader was vaak afwezig. Mijn moeder had zorgen en de jongsten werden deels opgevoed door de oudere kinderen. Ik deed wat nodig was, maar er was weinig ruimte voor plezier.
- Er waren geen heftige of verdrietige gebeurtenissen, we waren altijd vrolijk en optimistisch. Maar moeilijke emoties werden niet besproken en liever weggestopt.
- Ik ben enig kind en kwam nooit iets tekort. Hierdoor was wel alle aandacht op mij gericht, zowel positief als negatief. Mijn ouders waren een team en ik was in mijn eentje, dat voelde soms eenzaam.
Vraag 2: Hoe zou je je opvoeding omschrijven? Wat wilden je ouders jou meegeven?
Voorbeelden:
- Mijn ouders waren gedisciplineerd en vonden resultaat belangrijk. Bij goede cijfers of gewonnen sportwedstrijden kreeg ik pas waardering.
- Er was veel vrijheid en er waren bijna geen regels: zelf op onderzoek gaan was belangrijk. Ik voelde me vaak aan mijn lot overgelaten en miste antwoorden op belangrijke vragen.
- Mijn ouders waren streng, maar ook behulpzaam. Je moest vooral niet bij de pakken neer-zitten en altijd doorgaan. Zelf keuzes of afwegingen maken, mocht niet vaak.
Het hoeft geen kwade opzet of gebrek aan liefde te zijn van ouders, als er in bepaalde behoeften niet is voorzien. Ouders of verzorgers kunnen liefdevol én tegelijkertijd veeleisend zijn. Of juist uit liefde alles doen voor hun kind, waardoor het de behoefte aan zelfstandigheid mist.
Stap 2. Dit heeft een ingrijpende gebeurtenis met je gedaan
Vraag 3: Zijn er specifieke momenten in je jeugd die je als vervelend hebt ervaren of misschien zelfs traumatisch waren? Dit kan thuis zijn gebeurd, op school, op de sportclub of elders.
Voorbeelden:
- Ik ben een tijdje gepest op de basisschool. Het was niet heel opvallend pestgedrag, maar wel erg onaardig. Ik voelde me vaak rot en werd niet geholpen door klasgenoten.
- Mijn ouders maakten vaak ruzie en in mijn kamer kon ik dat horen. Daar kreeg ik pijn in mijn buik van.
- Mijn moeder kon onvoorspelbaar zijn. Soms was alles goed en gezellig, maar als ze niet lekker in haar vel zat kreeg ik plotseling de wind van voren. Ik probeerde altijd te peilen hoe haar stemming was.
Stap 3. Zo werd er vroeger met je emoties omgegaan
Vraag 4: Hoe reageerden je ouders/verzorgers op emoties als angst, boosheid of verdriet?
Je kunt de ingrijpende gebeurtenis hierbij als voorbeeld nemen, maar je kunt deze vraag ook algemener beantwoorden.
Voorbeelden:
- Als ik huilde, kreeg ik vaak de opmerking: kop op, er zijn ergere dingen!
- Boosheid werd meteen afgestraft, dan moest ik naar mijn kamer tot ik weer ‘normaal’ kon doen.
- Als ik een emotie liet zien, werden meteen oplossingen aangedragen.
Stap 4. Deze leefregels bepalen (deels) hoe je in het leven staat
Vraag 5: Zijn er bepaalde leefregels voortgekomen uit jouw thuissituatie, zoals je die in de voorgaande vragen hebt omschreven? Leefregels die – wellicht onbewust – een dominante rol spelen in je dagelijks leven?
Voorbeelden:
- Emoties laten zien is een teken van zwakte, en heeft afwijzing tot gevolg.
- Negatieve gevoelens hou je voor jezelf zodat je anderen niet belast.
- Pas als je goed presteert, ben je waardevol en kun je serieus genomen worden.
- Conflicten kun je beter vermijden, omdat je anders mensen kwijt kunt raken.
- Je moet sterk zijn en je problemen zelf oplossen, dat maakt je onafhankelijk.
Welke valkuilen belemmeren jou?
Je hebt zojuist in kaart gebracht welke tekorten je als kind hebt opgelopen en in welke basisbehoeftes niet (of te weinig) is voorzien. Daardoor kun je negatieve overtuigingen ontwikkelen over jezelf, anderen en de wereld om je heen. Dat noemen we ook wel valkuilen of schema’s. Ook ingrijpende gebeurtenissen zoals een groot verlies, pesten, een ongeluk of misbruik, kunnen leiden tot dit soort overtuigingen.
Sommige mensen zijn zich hier erg bewust van, bij anderen liggen ze meer op de achtergrond. Het lastige aan valkuilen of schema’s is dat ze, zelfs jaren later, plotseling weer kunnen opspelen wanneer er iets heftigs gebeurt.
Als kind kun je bijvoorbeeld veiligheid en voorspelbaarheid hebben gemist, waardoor je de overtuiging hebt ontwikkeld: ‘niemand is te vertrouwen’. Als rationele, gezonde volwassene denk je dat misschien niet bewust, maar zodra zich een situatie voordoet die – voor het kind in jou – lijkt op iets van vroeger, kunnen die oude gevoelens en overtuigingen opnieuw worden aangewakkerd. Je reageert dan automatisch zoals dat kleine kind destijds zou doen.
Dat is heel begrijpelijk wanneer je die reactie kunt koppelen aan de pijn van toen. Maar als volwassene kun je daar last van hebben, omdat je er juist anders mee om wilt leren gaan.
Wil je hier dieper induiken? De online training Doorbreek je patronen – schematherapie zelf toepassen geeft je handvatten om zelfstandig aan de slag te gaan met schematherapie. We maakten deze training in samenwerking met schematherapeut Hannie van Genderen, auteur van de bestseller Doorbreek je patronen in vijf stappen, een bewezen effectieve methode waarmee je belemmerende patronen kunt doorbreken en anders met tegenslagen kunt omgaan.