Ga naar inhoud

Zo verloopt de prikkelverwerking bij mensen met autisme

prikkels-autisme
Beeld:
leestijd 2 minuten
Uitgelegd 12 april 2026

Er zijn veel labels waarbij prikkelgevoeligheid een grote rol speelt, waaronder bij ADHD. Hoe verloopt de prikkelverwerking bij mensen met autisme?

Mensen met autisme kunnen zowel over- als ondergevoelig reageren op zintuigelijke prikkels. Ze dragen bijvoorbeeld geen jas omdat ze kou amper voelen, maar kunnen zich wel ergeren aan de naden in hun sokken. De gevoeligheden kunnen per persoon sterk verschillen. Terwijl de een het rinkelen van een deurbel niet verdraagt, hoort een ander die niet eens als hij ergens mee bezig is. Weer anderen hebben een hekel aan aanraking, felle lichten of sterke geuren.

Wat gebeurt er in de hersenen van iemand met autisme?

Diep in het brein ligt de thalamus, de ‘poort’ voor zintuigelijke informatie. Alles wat we zien, horen, ruiken, proeven en voelen gaat langs de thalamus, die bepaalt welke informatie doorgaat naar het bewustzijn. Zo kunnen we geroezemoes op de achtergrond negeren als we geconcentreerd lezen, maar horen we de telefoon wel. En voelen we kleding aan ons lichaam op het moment van aantrekken, maar negeren we die de rest van de dag.

Lees ook: Hoe werkt autisme in de hersenen?

Het lijkt erop dat bij autisme de thalamus soms informatie naar het bewuste doorlaat die achtergehouden zou moeten worden, met overgevoelig (hypersensitief) reageren als gevolg. Bij ondergevoelig (hyposensitief) reageren gebeurt het omgekeerde. Dat geldt voor alle zintuigen, en voor de waarneming van het evenwicht en de positie in de ruimte.

Maar ook voor prikkels vanbinnen, zoals pijn, warmte of kou, honger of dorst kunnen mensen met autisme onder- of overgevoelig zijn. Daarnaast kan iemand overprikkeld raken door de vele gedachten en gevoelens. De informatieverwerking loopt spaak, het brein raakt overbelast.

Lees ook: Hoogsensitief of autistisch? Het verschil is minder duidelijk dan je denkt, volgens deze onderzoekers

Voorbeelden hypersensitiviteit: last hebben van tl-verlichting; van muziek in de supermarkt; aanraking of bepaalde kleding(labels) moeilijk verdragen; last hebben van zeep- of parfumgeur; moeite hebben met bepaalde smaken of smaakcombinaties; gemakkelijk het evenwicht verliezen.

Voorbeelden hyposensitiviteit: zonlicht niet als fel ervaren en erin kijken; doof lijken en zelf hard praten; weinig reactie op pijn of hitte; weinig geur en smaak opmerken; dingen omstoten, struikelen of tegen anderen opbotsen; geen honger of dorst voelen.

Meer lezen over dit thema?
De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."