Is er meer dan het blote oog ziet? Parapsycholoog Jacob Jolij: ‘Je moet bovennatuurlijke ervaringen niet weg verklaren’
Je denkt aan iemand en precies dan belt die persoon. Je droomt iets en later komt het uit. Psycholoog en onderzoeker Jacob Jolij legt uit wat er achter zulke paranormale ervaringen schuilt.
Er is geen hard bewijs voor het bestaan van bovennatuurlijke krachten, maar hoe kan het dan dat er tóch bijzondere dingen gebeuren die niet helemaal logisch te verklaren zijn? In zijn nieuwe boek Parapsychologie gaat psycholoog en cognitief neurowetenschapper Jacob Jolij op zoek naar de wetenschap achter het onverklaarbare. Want, zegt Jolij, paranormale ervaringen bestaan en hebben betekenis. ‘Die moet je niet van tafel vegen als zijnde illusies. Je kunt accepteren dat ze er zijn, zonder in magie te geloven.’
Als neurowetenschapper doet hij wetenschappelijk onderzoek naar paranormale verschijnselen. Hij reconstrueert en bestudeert zulke verschijningen in het laboratorium onder meer met willekeurige getallengeneratoren, waarover later meer. In zijn experimenten maakt hij vaak zat bijzonder toevallige dingen mee. En in zijn eigen leven trouwens ook. Dat betekent niet per se dat er méér tussen hemel en aarde is, maar wel dat we misschien anders naar de werkelijkheid moeten kijken. We vroegen Jolij wat er achter paranormale ervaringen schuilgaat.
Jacob Jolij (1979) is cognitief neurowetenschapper en psycholoog. Eén van zijn onderzoeksgebieden is de parapsychologie, de studie van paranormale verschijnselen. Hoewel de meeste wetenschappers geloven dat zulke verschijnselen niet bestaan, is hij daar niet zo zeker van. In zijn nieuwe boek Parapsychologie (Nieuw Amsterdam) onderzoekt hij wat er overblijft als je bovennatuurlijke ervaringen langs strenge wetenschap legt.
Sommige mensen zeggen ‘tekenen van bovenaf’ te krijgen, zoals een klok die op een bijzonder moment slaat. Hoe kun je dat verklaren?
‘Laat ik beginnen met de sceptische uitleg op basis van de cognitieve psychologie. Er gebeurt namelijk voortdurend van alles om ons heen: klokken slaan, wekkers gaan af, apparaten maken geluid. Op een gegeven moment valt zo’n gebeurtenis toevallig samen met iets dat voor jou emotioneel of symbolisch belangrijk is. En omdat we extreem goed zijn in het zien van patronen en betekenis, koppel je daar meteen een verhaal aan.
We hebben bovendien een geheugenbias: betekenisvolle gebeurtenissen onthouden we, alle keren dat er niks gebeurde vergeten we. Het is een beetje als het winnen van de loterij: voor de winnaar is het heel bijzonder, maar er is altijd wel íemand die wint. Over het grotere geheel is het niet zo bijzonder, maar vanuit het perspectief van de winnaar wel.
‘Op persoonlijk niveau kun je best spreken van bijzonder toeval’
Sceptici zeggen: het is geen signaal van boven, maar statistische ruis waaraan we betekenis toekennen. Tegelijkertijd kan die gebeurtenis voor jou persoonlijk wél betekenis hebben. Op dat persoonlijke niveau kun je dus best spreken van bijzonder toeval, maar het komt niet van bovenaf, het komt vanuit jezelf.’
Sommige mensen zeggen dat ze tijdens zo’n gebeurtenis met een overleden dierbare hebben gesproken. Hoe zit het met bijna-doodervaringen?
‘Bijna-doodervaringen zijn eeuwenoude, ingewikkelde ervaringen. Er lijkt op zo’n moment echt wat te gebeuren en er is een duidelijke rode draad te zien in wat mensen dan ervaren. Dat maakt het verleidelijk om te denken: er gebeurt écht iets. Tegelijkertijd wijst veel onderzoek erop dat er een biologische of fysiologische oorzaak aan ten grondslag ligt. Met andere woorden: wat je ervaart tijdens een bijna-doodervaring, is wat een brein doet als het flink in de penarie zit.
Het lijkt erop dat de hersenen een biologisch shutdown-functie hebben die je kunt vergelijken met een computer die wordt afgesloten en weer opgestart. Tijdens zo’n bijna-doodervaring schakelt het brein zichzelf uit en aan. Als het weer opstart, worden bepaalde ervaringen of herinneringen gereconstrueerd die we interpreteren als een licht in de tunnel, een mooi gevoel of een gesprek met een overleden dierbare.
‘Je kunt een ervaring niet per definitie aannemen als werkelijkheid’
Zulke ervaringen zijn onmogelijk te onderzoeken; je kunt moeilijk met iemand praten terwijl hij klinisch gezien dood is. Wat we wél weten: de ervaringen zijn echt en goed gedocumenteerd, maar je kunt ze niet als bewijs zien dat er meer is. Filosofen als Immanuel Kant schreven daar ook al over: je kunt een ervaring niet per definitie aannemen als werkelijkheid, en dat geldt ook voor bijna-doodervaringen.’
Welke magische overtuigingen heb jij? Doe de test
Hoe verklaar je gebeurtenissen als dat iemand belt als je aan hem denkt, of dat een kind precies op de sterfdag van een grootouder wordt geboren?
‘Dit soort verhalen zijn heel herkenbaar en 80 tot 90 procent van de mensen maakt zoiets wel eens mee. Statistisch gezien heb je hier te maken met de wet van de grote aantallen: er worden enorm veel kinderen geboren en er zijn heel veel sterf- en verjaardagen, dus dat er af en toe een opvallende match is, is bijna onvermijdelijk. Ook hier geldt: het lijkt bijzonder, maar het gebeurt altijd wel ergens.
Wetenschappelijk gezien zijn zulke alledaagse toevalligheden lastig te onderzoeken, omdat je afhankelijk bent van anekdotes. Daarom gebruiken we bij parapsychologisch onderzoek vaak willekeurige getallengeneratoren om zulke toevallige voorvallen te analyseren.
‘Accepteer dat bovennatuurlijke ervaringen er zijn, zonder in magie te geloven’
Zo’n generator produceert op basis van basale principes totaal willekeurige getallenreeksen. Het is fundamenteel onmogelijk om te voorspellen wat zo’n apparaat gaat doen. Zo kunnen we bijvoorbeeld een baseline vaststellen van hoe vaak iemand geboren wordt op de sterfdag van een grootouder, en onderzoeken hoe toevallig dat is.
Ook kunnen we ermee onderzoeken of mensen daadwerkelijk uitkomsten kunnen voorspellen. En het grappige is: als we proefpersonen vragen om naar de generator te kijken en er bijvoorbeeld met hun geest voor te zorgen dat alle getallen die de machine toont evengetallen zijn, zien we dat mensen de uitkomst niet kunnen voorspellen.
Maar we zien wél dat de getallen die de machine produceert minder willekeurig worden op het moment dat een mens op de een of andere manier bij het experiment betrokken is, bijvoorbeeld door naar de machine te kijken. Er ontstaan ineens bepaalde patronen in de cijfers die de getallengenerator produceert. Dat zijn dingen die we zien in parapsychologisch onderzoek: mensen bakken er niks van om getallen te voorspellen, maar de getallen worden wel regelmatiger dan ze zouden moeten zijn. Waarom dat gebeurt, dát weten we nog niet.’
Wat leert ons dat?
‘Hier komen ideeën van onder anderen psychotherapeut Carl Jung om de hoek kijken. Samen met natuurkundige Wolfgang Pauli stelt hij dat er twee werelden zijn: een wereld van materie en energie én een wereld van ervaringen en bewustzijn. En dat zijn twee werelden die voortvloeien uit één onderliggende realiteit. Je bewustzijn hangt dus samen met de materiële wereld, maar ze is niet hetzelfde.
Bijzonder toeval, wat Jung synchroniciteit noemde, laat zien dat er een diepere verbinding is tussen de betekenis die jij ergens aan geeft (die natuurkundig dus geen betekenis heeft) en iets wat in de materiële wereld gebeurt. Zoals jouw gedachten en de cijfers die een getallengenerator produceert. Dat is geen bericht van het universum, maar wellicht wel een signaal dat de twee werelden op een dieper niveau met elkaar verbonden zijn.’
Lees ook: Mensen die elkaar leuk vinden, gaan ongemerkt lichamelijk synchroon open, ontdekte hoogleraar cognitieve psychologie Mariska Kret
Betekent dat dan dat er méér is?
‘Ja en nee. Niet tussen hemel en aarde, maar er is meer dan alleen de materie en energie zoals we die waarnemen. Veel hersenwetenschappers zeggen: ons bewustzijn is gewoon wat onze hersenen doen, punt. Maar ik denk: juist omdat je die rare interactie krijgt tussen de mens en toevalsprocessen moet je verder verkennen of ons bewustzijn ergens anders zit. De werkelijkheid is misschien anders, hoewel dat nog altijd een controversieel idee blijft.
Er zijn ook mensen die het vervelend vinden dat je het sceptisch bekijkt. Want er is gewoon meer en dat moet je niet willen verklaren, dat moet je voelen. Het belangrijkste is volgens mij dat we accepteren dat bovennatuurlijke ervaringen bestaan, zonder dat we er magisch over denken.’
Via Facebook vroegen we jullie: is er meer tussen hemel en aarde? En zo ja, wat heb je meegemaakt dat je er zo over denkt? Hieronder een greep uit jullie antwoorden:
- ‘Na het overlijden van mijn vader ging mijn autoradio regelmatig uit zichzelf aan. Mijn vader had een autobedrijf. Dat gebeurde alleen op bijzondere dagen.’
- ‘Teveel om op te noemen. Je voelt het of je voelt het niet, je ziet het of wilt het niet zien.’
- ‘Mijn kat heeft een periode naast een foto van mijn overleden vrouw gelegen op de slaapkamer. Toen ik de foto een andere plek gaf, is hij een tijd niet meer op de slaapkamer geweest.’
- ‘Ja hoor. Ik mag een doorgeefluik zijn tussen hemel en aarde. Het is eigenlijk kwantumfysica. Alles is immers energie. En bewustzijn is eeuwig. Dat deel van jou blijft voor altijd bestaan. En dus komen er boodschappen en antwoorden op vragen door vanuit de ongeziene wereld die voor veel aardlingen heilzaam zijn. We zijn geen ‘ik’, geen persoonlijkheid, maar puur bewustzijn.’
- ‘Wanneer je hierover praat dan word je meestal toch niet geloofd. Hou het liever voor mezelf.’
- ‘In coma gelegen, heel gesprek gevoerd met mijn overleden ouders. Zelf weet ik er niks meer van. Maar familie die aan mijn bed zat, hoorde mij antwoorden. Moest blijkbaar mijn ouders beloven om het niet meer te doen, het was mijn tijd nog niet.’
- ‘Ik denk dat er zeker nog veel is tussen hemel en aarde waar wij geen weet van hebben. Er zijn vele andere dimensies, ver buiten ons in het universum, maar ook hier om ons heen. Dimensies die wij niet kunnen waarnemen, omdat wij daarvoor de zintuigen niet hebben.’
- ‘Dat wat we als toeval zien gebeurt altijd met een reden. Daarom weet ik zeker dat er meer is. In therapie heb ik afscheid kunnen nemen van mijn overleden oma en mijn overleden opa kwam ‘door’ tijdens dat proces. Dat gaf mij zo veel kracht en overtuiging dat de mensen van wie je houdt nooit echt weg van je gaan.’
- ‘Ik geloof het niet, maar weet zeker dat je ziel na de dood verder gaat. Ik ga de bewijzen hiervoor hier niet terloops noemen. Het is fijn te weten dat de zielen van familie bij je zijn. Ik gebruik ook, af en toe, het zesde zintuig. In de westerse wereld staan we ver af van spiritualiteit. In het oosten wordt dit veel meer toegelaten, net als in Afrika en bij inheemse volkeren. Het is een enorme plus. De westerse wereld is veel te aards en we zitten te veel in ons hoofd.’
- ‘Ik (wij) heb drie zoons waarvan er twee ernstige lichamelijke en verstandelijke beperkingen hebben. Mijn leven is complex, hectisch, intensief en vol zorg en zorgen. De toekomst is onzeker. Maar ik sta. Op twee benen. En kan iedere dag weer opstaan en doorkomen. Ik ben ervan overtuigd dat ik deze kracht krijg. Van God. Want menselijker wijs is het onmogelijk.’