Jean-Pierre van de Ven: ‘Je kunt alleen een goed team zijn als je elkaar dingen gunt’
‘Dus… je verwent de kinderen’, concludeert Michael met de stelligheid van een wetenschapper die jarenlang noest onderzoek heeft verricht naar deze heikele kwestie.
Maar Bente gaat daar niet in mee. Ze kijkt stuurs voor zich uit. En als ik vraag wat ze denkt zegt ze: ‘Ik mag toch wel een cadeautje geven? Dat gebeurt heus niet elke dag.’ Waarop Michael bromt: ‘Mooi wel.’
Zo’n gesprek heet een polka, bij wijlen de emotiegerichte relatietherapeut Sue Johnson. Een polka is een macabere dans voor twee mensen die beiden willen leiden. En ik kan opnieuw iets zeggen over deze dans, de favoriete activiteit van dit ruziemakende stel, maar dat heb ik al vaker gedaan en ik moet niet hetzelfde doen als zij: mezelf eindeloos herhalen. Ik zeg dus: ‘O, heerlijk! Nu wordt het interessant. Want nu komen we in Relatieland.’
‘Relatieland’, zegt Michael vlak.
‘Ja, Relatieland. Dat is het gebied in een relatie waarin geen compromissen mogelijk zijn. Je kunt niet in Groningen wonen én in Amsterdam. Tenminste, de meeste mensen moeten kiezen vanwege het geld. Ander voorbeeld: je kunt niet anderhalf kind nemen. Je moet kiezen tussen een of twee kinderen.’
‘Dus?’ zegt Bente mopperig.
‘Dus: jullie hebben totaal verschillende ideeën over de opvoeding van jullie kinderen. En de vraag is: hoe gaan jullie daarmee om?’
‘Nee, de vraag is: wanneer houdt Bente op met verwennen?’ zegt Michael.
‘Wat noem jij verwennen?’ zeg ik.
‘Al die cadeautjes!’ ‘Welke cadeautjes?’ ‘Die ze elke dag krijgen.’ ‘Elke dag?’ ‘Nou ja, bijna dan.’ ‘Dus op sommige dagen mag het wel en op sommige dagen niet?’ ‘Ja, zoiets. Niet te vaak.’ ‘Wat is vaak?’ ‘Ja… ik vind een keer per maand wel genoeg.’ ‘Een cadeautje per maand is geen verwennerij?’ ‘Nee.’
Ik kijk Bente aan. ‘Je hoort het. Een keer per maand is geen verwennerij.’
‘Doe normaal’, zegt Bente tegen Michael. ‘Wat als Sterre haarspeldjes nodig heeft? Of kleurpotloden?’
‘Nou’, zegt Michael, ‘dan krijgt ze die dus een keer in de maand.’
Bente haalt geërgerd haar schouders op.
‘Zie je wel?’ zeg ik. ‘Hier gaan jullie he-le-maal niet uitkomen. Never, nooit.’
‘Dus?’ Ook Michael is nu boos.
‘Dus: dit is cruciaal. Als jullie samen verder willen moet je beslissen hoe je met situaties omgaat waarin je lijnrecht tegenover elkaar staat. Want geloof me, dit zal niet de laatste keer zijn.’
‘Hij bedoelt, zoek een middenweg’, zegt Bente.
‘Nee, ik zeg juist dat een middenweg niet mogelijk is. Je kunt niet anderhalf cadeautje geven per maand. Het is één cadeautje, of twee cadeautjes.’
‘Nou vooruit’, zegt Michael, ‘twee cadeautjes dan.’
‘Dat’, zeg ik, ‘hoopte ik al. Dat een van jullie de ander iets gúnt. Want je kunt alleen een goed team zijn als je elkaar dingen gunt. Je kunt niet altijd een compromis verzinnen en eindeloos ruziemaken werkt ook niet. Gunnen wel.’
‘Oké. Dan gun ik Michael zijn gezeur’, zegt Bente. ‘Maar over de cadeautjes voor de kinderen ga ik.’
Lees ook: Goed ruziemaken in 3 stappen