Ga naar inhoud

Herstellen van een burn-out? Anaïs van Ertvelde ontdekt waarom ‘weer de oude willen worden’ een valkuil kan zijn

Anaïs van Ertvelde
Foto: Thomas Nolf
leestijd 3 minuten
Column 25 september 2026

Anaïs van Ertvelde is een Vlaamse ­schrijver, ­historicus, podcast­maker en columnist, en vertelt elke maand over haar leven.

Met enige voorzichtigheid manoeuvreer ik mijn lijf in de neerwaartse hond. Mijn handen dreigen meteen van de mat te glijden. Voor het eerst sinds mijn burn-out lukt het me om te sporten. Ik zou er blij om moeten zijn, maar wanneer ik het doe, bekruipt me een gevoel van verlies. Spieren, behendigheid, jaren van training. Ze lijken allemaal weg.

Links en rechts van mij staan drie vrienden in precies dezelfde pose, al doen ze het beter dan ik. D. met de jaloersmakende lichtvoetigheid van een deeltijdse yogaleraar, R. met de krachtige schouders van een amateurklimmer en I. die aan het niezen is. Ze heeft hooikoorts.

Yoga is de bewegingsleer bij uitstek waarbij het gaat om hoe je lijf voelt, om de verbinding die je met jezelf maakt. Niet om of je langer en verder kan dan je buur. Maar ik doe het dus toch: vergelijken. Als het niet met anderen is, dan wel met mezelf.

Ben je beter wanneer je zo dicht mogelijk komt bij wie je was?

‘Zeg, dat ging goed, hé’, zegt D. tijdens ons ontbijt na de yogales. Hij legt zijn hand op mijn schouder en lepelt dan zijn schaaltje yoghurtparfait verder naar binnen. Hij weet hoe diep ik heb gezeten. Hij was erbij in de jaren waarin ik met mijn yogamatje niets anders kon dan erop liggen. ‘Hoe is het nu met je energieniveau?’ Ik prik met mijn vork in mijn roerei. Het is me nog steeds niet duidelijk hoe ik deze vraag moet beantwoorden.

Anna Katharina Schaffner – een cultuurhistorica die zich omschoolde tot ‘uitputtingscoach’ – leerde me in haar boek Exhaustion. A history dat we eigenlijk geen wetenschappelijke methode hebben om uitputting te meten. Er is geen eenheid, schrijft ze, waarin we menselijke energie objectief kunnen vastleggen. Sterker nog, we weten niet echt hoe we energie moeten definiëren. Als uithoudingsvermogen? Levenslust? Beschikbare calorieën?

Bovendien zit er onder die vraag naar mijn energie vaak een andere vraag verscholen.

‘Wil je weten of ik weer de oude ben?’ leg ik D. voor. Hij zuigt peinzend aan zijn lepel. ‘Weet ik niet’, antwoordt hij. ‘Of ja, ik weet niet of je dat moet willen.’

De hoeveelheid energie die je dacht te hebben, was altijd een illusie

Wel, daar ben ik zelf ook niet uit. Het is vast de hamvraag aan het einde van ieder revalidatieproces: ben je beter wanneer je zo dicht mogelijk komt bij wie je voordien was? Of is beterschap net dat je geleerd hebt om rekening te houden met wie je nu bent?

Voor ik antwoord, komt R. – niet toevallig de therapeut van ons vriendengroepje – al met raad. ‘Je moet geen leven willen waarin je nooit een burn-out gehad hebt’, zegt ze. ‘Je voelt vooral verlies, en daar mag je om rouwen, maar zie ook de winst. Je hebt de energie niet meer voor mensen die niet het beste met je voor hebben. Je zegt nu nee tegen plichtplegingen. De hoeveelheid energie die je dacht te hebben, was altijd een illusie. Anders had je geen burn-out gekregen.’

De Anaïs van vroeger was hier vast tegen in verzet gegaan, maar nu kan ik alleen maar, met een mond vol roerei, overtuigd ja knikken.

Dit helpt je misschien ook verder: Zo zeg je nee: 21 tips van assertiviteitsdeskundigen

Meer lezen over dit thema?
De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."