Ga naar inhoud

Houdt puzzelen je brein echt scherp? Dit zegt de wetenschap

vrouw is aan het puzzelen
Beeld: Johner Images
leestijd 7 minuten
Wetenschap 29 juni 2026

Van sudoku’s tot Wordfeud: miljoenen mensen puzzelen dagelijks. Niet alleen omdat het leuk is, maar ook omdat veel mensen geloven dat het hun brein scherp houdt. Maar maakt puzzelen je echt slimmer, of worden we vooral beter in puzzelen zelf? Dit zegt de wetenschap.

Een sudoku bij het ontbijt, een kruiswoordpuzzel in de krant, een potje Wordfeud op de bank: we zijn echt gek op puzzelen. En die liefde lijkt alleen maar toe te nemen. Volgens de Britse krant The Guardian beleeft de puzzel zelfs een ware renaissance. De verkoop van puzzelboeken in het Verenigd Koninkrijk is sinds 2019 met maar liefst 91 procent gestegen.

Ook online zijn puzzels populairder dan ooit. Binnen nieuwsapps, zoals die van The New York Times, besteden gebruikers soms meer tijd aan de puzzels dan aan het nieuws. Die groeiende populariteit is ook in Nederland duidelijk zichtbaar. Kijk alleen al naar het succes van apps als Woordle en Wordfeud, de vele puzzelbijlagen in kranten en tijdschriften en de groeiende schappen met puzzelboekjes in boekhandels.

Veel mensen zien puzzelen als een soort fitness voor hun hersenen. Het idee klinkt verleidelijk: door je brein regelmatig uit te dagen, houd je het scherp. Maar klopt dat wel?

Ben je abonnee? Nu elke dag meer dan 20 puzzels in de MM-app, exclusief voor abonnees.

Studies laten zien dat mensen die regelmatig puzzelen gemiddeld beter scoren op tests voor geheugen, concentratie, redeneervermogen en informatieverwerking dan mensen die dat niet doen. Psycholoog Helen Brooker en haar collega’s van de Britse Universiteit van Exeter brachten in 2019 bijvoorbeeld het puzzelgedrag – zowel cijferpuzzels zoals Sudoku’s als woordpuzzels zoals kruiswoordraadsels – van ruim 19.000 volwassenen van 50 jaar en ouder in beeld.

Ze maakten daarbij gebruik van gegevens uit de PROTECT-studie, een grootschalig onderzoek naar gezond ouder worden. Brookers conclusie was dat fanatieke puzzelaars gemiddeld beter scoren op cognitieve tests dan mensen die dat minder vaak of niet doen. Bij sommige tests waren de verschillen zo groot dat de prestaties overeenkwamen met die van mensen die acht tot tien jaar jonger waren.

Maar er zit een addertje onder het gras bij dit type onderzoek. Want er is dan wel een verband gevonden tussen puzzelen en cognitieve prestaties, maar wat is oorzaak en wat is gevolg? Het kan immers ook zo zijn dat mensen met een scherp brein van nature vaker naar een puzzelboekje grijpen. Uit dit soort studies kun je daarom niet concluderen dat puzzelen je slimmer maakt.

Maakt puzzelen je slimmer?

Om uit te vogelen of puzzelen echt de oorzaak is van een scherper brein, is ander onderzoek nodig. In een recente studie lieten onderzoekers daarom een groep proefpersonen wekenlang actief trainen met puzzels en andere hersenkrakers. De andere groep hoefde dat niet te doen. Een veelgebruikt onderdeel hierbij is de zogenoemde ‘n-back-taak’.

Daarbij moeten deelnemers voortdurend onthouden of een letter, cijfer of afbeelding overeenkomt met wat één of meerdere stappen eerder werd getoond. Na een tijdje oefenen werden de meeste deelnemers daar heel handig in; een stuk beter dan de niet-getrainde mensen. Toch vertaalde die vooruitgang zich niet of nauwelijks naar andere vaardigheden, zoals logisch redeneren, probleemoplossend vermogen of algemene intelligentie.

Een grote overzichtsstudie bevestigt dat we waarschijnlijk niet direct slimmer worden van puzzelen en breintraining. Volgens Erik Scherder, hoogleraar klinische neuropsychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, worden we vooral beter in de specifieke taak die we oefenen: ‘We ontdekken strategieën die precies werken voor één type taak. Doe je vaak kruiswoordpuzzels, dan train je vooral taalvaardigheid en woordkennis. Maak je veel sudoku’s, dan oefen je vooral logisch redeneren en patroonherkenning. De winst blijft meestal dicht bij de vaardigheid die je traint.’

Met andere woorden, aldus Scherder: van veel puzzelen word je een betere puzzelaar, maar word je niet slimmer, kun je niet beter de weg vinden en vergeet je nog steeds waar je je sleutels ook alweer had neergelegd.

Zelfs speciale breintrainers, apps die beloven je hersenen jong, scherp en slim te houden, blijken geen wondermiddel. Uit analyses van tientallen studies naar braintraining, waaronder werk van Susanne Jaeggi, hoogleraar psychologie en cognitieve neurowetenschappen aan Northeastern University in Boston, blijkt hetzelfde patroon: iemand die bijvoorbeeld veel geheugenspelletjes doet, gaat beter presteren op geheugentaken, zoals het onthouden van een boodschappenlijstje of een reeks telefoonnummers, maar de winst sijpelt meestal niet automatisch door naar andere vaardigheden. Volgens Jaeggi worden de beloftes van zulke app-makers in ieder geval nauwelijks ondersteund door wetenschappelijk bewijs.

De vraag is volgens haar dan ook niet zozeer óf cognitieve training werkt, maar voor wie, onder welke omstandigheden en voor welke vaardigheden het effect optreedt. Sommige studies wijzen erop dat specifieke groepen, zoals ouderen of mensen met cognitieve problemen, er mogelijk meer baat bij kunnen hebben. Jaeggi en haar team doen daarom verder onderzoek om uit te pluizen welke training voor wie werkt.

Cognitieve reserves

Toch kunnen we veel hebben aan regelmatig puzzels of breinbrekers oplossen. ‘Puzzelen past goed binnen een leefstijl die het brein actief houdt’, benadrukt Scherder. ‘Vooral wanneer je jezelf blijft uitdagen met steeds nieuwe of moeilijkere puzzels, moeten verschillende hersennetwerken aan het werk blijven. Dat draagt bij aan wat we cognitieve reserve noemen. Cognitieve reserve kun je zien als een soort mentale buffer: een vermogen van het brein om langer goed te blijven functioneren wanneer ouderdom of ziekte schade begint aan te richten.’

Dat idee wordt ondersteund door langetermijnonderzoek van Joe Verghese, hoogleraar neurologie aan de Stony Brook University in New York, en zijn collega’s. Zij volgden bijna vijfhonderd mensen van 75 jaar en ouder die nog helder van geest waren. Ze ontdekten dat bij deelnemers die regelmatig kruiswoordpuzzels maakten, cognitieve achteruitgang gemiddeld later zichtbaar werd, ongeveer tweeënhalf jaar later dan bij deelnemers die zelden puzzelden. Daarbij hielden ze rekening met factoren zoals opleiding, lichamelijke gezondheid en andere vormen van mentale activiteit, zoals lezen en spelletjes doen.

Dat betekent volgens de onderzoekers niet dat puzzelen dementie kan voorkomen, maar wel dat ouderen daarmee waarschijnlijk de eerste beschadigingen door dementie langer kunnen opvangen, oftewel: ze hadden een grotere ‘cognitieve reserve’.

Puzzelen en andere vormen van breintraining zijn overigens niet de enige activiteiten met zulke voordelen. Scherder: ‘Andere mentale uitdagingen, zoals een nieuwe taal leren, een potje schaken of bridgen, of een muziekinstrument bespelen, zijn waarschijnlijk minstens zo goed voor het brein. Misschien zelfs wel beter, omdat ze je voortdurend dwingen nieuwe kennis en vaardigheden op te bouwen en je uit je routine halen. Om cognitieve reserve op te bouwen voor je oude dag is mental effort belangrijk: dingen doen waarvoor je moeite moet doen.’

Behoefte aan nadenken

Daarnaast is puzzelen ook gewoon heel ontspannend – en bovendien belonend. Scherder: ‘Veel mensen hebben een need for cognition, een behoefte aan nadenken en mentale uitdagingen. En als je na lang puzzelen eindelijk de oplossing vindt, levert dat een sterk beloningsgevoel op. Dat gevoel ontstaat doordat ons brein verschillende stofjes aanmaakt die zijn betrokken bij motivatie, leren en plezier, zoals dopamine, endorfines en oxytocine.’

Elke oplossing geeft daardoor een klein ‘yes!’-moment in je brein. Makers van puzzelapps weten dat systeem feilloos te bespelen met punten, niveaus en allerlei beloningen, waardoor ‘één laatste puzzeltje’ voor je het weet uitloopt op nog vijf.

De conclusie? Van puzzelen krijg je waarschijnlijk geen hoger IQ en het is geen wondermiddel tegen dementie. Maar het kan je brein wel langer fit houden en levert ook ontspanning, plezier en voldoening op. En juist die combinatie verklaart waarom we er maar geen genoeg van krijgen.

Wie zijn brein gezond en scherp wil houden, doet er goed aan om niet alleen te puzzelen, maar ook voldoende te bewegen, sociaal actief te blijven, goed te slapen en regelmatig iets nieuws te leren. Voor je hersenen is variatie uiteindelijk waardevoller dan één enkele oefening.

Ontspannen met een leuke puzzel? Nu elke dag meer dan 20 puzzels in de MM-app, exclusief voor abonnees.

Bronnen: G. Sala e.a., Near and far transfer in cognitive training. A second-order meta-analysis. Collabra: Psychology, 2019. / M. Melby-Lervåg e.a., Working memory training does not improve performance on measures of intelligence or other measures of ‘far transfer’. Evidence from a meta-analytic review, Perspectives on Psychological Science, 2016. / J.A. Pillai e.a., Association of crossword puzzle participation with memory decline in persons who develop dementia, Journal of the International Neuropsychological Society, 2011. / S.M. Jaeggi e.a., Short- and long-term benefits of cognitive training, Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America, 2011.

Meer lezen over dit thema?
De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."