Onze kleinzoon (1,5) is eenkennig en zet het op een brullen, wat kunnen we doen?
De vraag
Onze kleinzoon van anderhalf is heel eenkennig. Bij binnenkomst krijgen we een stralende lach en lijkt hij blij ons te zien. Maar zodra we onze armen naar hem uitsteken, zet hij het op een brullen. Oppassen doen we uitsluitend als we hem ’s middags uit bed kunnen halen en mijn zoon en schoondochter er niet zijn. Dan is er niets aan de hand. Zijn zusje (3,5) is wel open naar ons. Wat kunnen wij (of de ouders) anders doen?
Het advies
Relatie- en gezinstherapeut Kamiel Groenendaal: ‘Het lijkt niet dat jullie iets fundamenteel anders hoeven doen, maar misschien kan een verandering in betekenisgeving helpen. Hoe je het gedrag van je kleinkind interpreteert, bepaalt immers sterk hoe het voelt.
Wanneer je zijn huilen ziet als afwijzing, roept dat verdriet of afstand op. Maar je kunt zijn ‘dreumestaal’, zijn gebrul naar jullie, ook positief zien. Namelijk als een teken van hechting aan zijn eerste hechtingsfiguren, zijn ouders, en als een zoektocht naar balans tussen hen en jullie. In dat licht ontstaat er ruimte voor begrip en rust.
‘Wat helpt, is dit gedrag niet als persoonlijke afwijzing te ervaren’
Zodra zijn ouders weg zijn en hij zich bij jullie ontspant, toont hij dat jullie zijn tweede, veilige hechtingsfiguren zijn. Dat is iets moois. Soms kan zijn reactie ook samenhangen met spanning bij zijn ouders: het loslaten kan voor hen lastig zijn, en dat voelt hij haarfijn aan.
Wat helpt, is dit gedrag niet als persoonlijke afwijzing te ervaren, maar als een teken van groei en verbinding. Misschien kunnen jullie samen met de ouders onderzoeken hoe de overdracht rustiger kan verlopen. Zo blijft iedereen verbonden, elk op zijn eigen plek, en leert jullie kleinkind dat liefde meerdere veilige havens kent.’
Lees ook: Waarom gezinsrituelen belangrijk zijn
Orthopedagoog Ayla Vreeken: ‘Een lastige situatie voor iedereen, maar weet dat jullie niets fout doen. Jonge kinderen kunnen in bepaalde fases eenkennig zijn: ze trekken dan vooral naar degene toe aan wie ze het meest gehecht zijn en bij wie ze zich het veiligst voelen. En dat zijn vaak de ouders.
Vermijd het afscheid nemen niet. Als ouders stiekem verdwijnen, krijgt het kind juist de boodschap dat opa en oma misschien niet veilig zijn. Maak het afscheid kort, voorspelbaar en liefdevol. De ouders kunnen bijvoorbeeld een knuffel geven, zeggen dat ze even weggaan, maar straks terugkomen, en dat opa en oma goed voor hem zorgen.
Daarna kunnen opa en oma een vaste routine aanhouden: eerst even spelen, dan wat eten of drinken, en daarna een boekje lezen. Zo weet het kind wat er komt, wat houvast en rust geeft. Probeer zelf rustig te blijven, zonder plotselinge bewegingen of harde geluiden.
Een vertrouwd knuffeltje kan jullie kleinkind ook helpen zich veilig te voelen. Bouw het langzaam op: begin met korte momenten zonder de ouders en maak de periodes stap voor stap langer. Verdriet hoort erbij, maar met herhaling en voorspelbaarheid zal het afscheid steeds makkelijker gaan.’