Overprikkeling op werk: wat helpt als de emmer acuut overstroomt?
We zitten met de hele redactie rond de lunchtafel. Er worden meerdere gesprekken gevoerd, die ik vandaag geen van alle kan volgen. Om me heen buigen collega’s zich naar elkaar toe om elkaar beter te kunnen verstaan. Ik heb nog geen hap genomen. Al die stemmen. Bestekgekletter. Telefoongeping. Dat felle licht. Het zweet breekt me uit. Ineens is alles me teveel, ik moet hier weg. ‘Lies, alles oké?’, vraagt een stem. Ik stamel een excuus en vlucht naar buiten, terwijl de tranen achter mijn ogen prikken.
Neuropsycholoog Irene Huenges-Wajer ontdekte wetenschappelijk bewijs voor drie factoren die in ons brein een rol spelen bij overprikkeling. Een daarvan is een niet goed afgesteld filter – mij maar al te bekend. En voor alle drie geldt dat ze eerder opspelen onder invloed van emoties, moeheid of stress. Herkenbaar. Als de werkdruk hoog is, ik ’s ochtends een discussie heb gehad met een van mijn tieners of als een gebeurtenis van eerder in de week nog steeds door mijn hoofd gaat, dan loopt mijn emmer sneller vol. En door deze overdaad aan prikkels stroomt die nu kennelijk even acuut over.
Eenmaal buiten, wandelend door het spaarzame groen in onze betonnen kantooromgeving, krijg ik langzaam weer grip op mijn ademhaling – al zou het die middag nog lang duren voor ik me weer helemaal mezelf voelde.
Tegenwoordig gaat dat wat sneller, dankzij de training ‘Omgaan met overprikkeling’. Die zit vol tips en trucs om te voorkomen dat je meter in het rood schiet – en hoe je sneller kunt herstellen als het toch gebeurt. Gelukkig, want onze redactielunches zijn veel te leuk om te moeten missen.
Lees ook: Komen er daadwerkelijk te veel prikkels op ons af in onze maatschappij?