Jean-Pierre: ‘Hij denkt dat ik ADHD heb. En dat het allemaal dus daardoor komt’
Relatietherapeut Jean-Pierre van de Ven geeft elke maand een inkijkje in zijn praktijk.
Je hebt het interbellum. Je hebt het vagevuur. En je hebt de tijd dat een van beide partners al tegenover me op de bank zit, terwijl de andere nog moet komen. In deze tussentijd kletsen we wat, maar bespreken we vooral niet hoe het gaat met hun relatie, want ja, dat kan niet zonder de afwezige. Maar het gekke is: ook al hebben we het over het werk, het weer of de wonderen op het wereldwijde web – het gaat toch alleen maar over die relatie.
‘De winter is laat dit jaar’, merkt Cody op, ‘net als Sherida, haha.’ Hij kijkt op zijn telefoon hoe laat het is. ‘Ik zag een filmpje over ADHD, heb het gisteren aan Sheri laten zien. Ze herkende zich overal in.’ Ik reageer niet. En dan, na tien minuten: ‘Zal ik appen? Zou niet de eerste keer zijn dat ze dit gesprek totaal is vergeten.’
Dan gaat de bel en komt Sherida binnengestormd, excuses prevelend met een verhit hoofd, terwijl ze haar drie tassen uitspreidt over de spreekkamer en haar twee jassen en een sjaal en een vrolijk gekleurde muts op een stoel en mijn bureau gooit en dan toch maar ophangt aan de kapstok.
‘Zó!’ Die zit. Cody krijgt een bemoedigend klopje op zijn been. ‘Wat hebben jullie over me geroddeld?’
‘Dat filmpje’, zegt haar vriend. ‘Over ADHD?’
‘Já!’ zegt Sherida en ze kijkt me aan met van die grote bruine kijkers. ‘Hij denkt dat ik ADHD heb. En dat het allemaal dus daardoor komt.’ Haar ogen zeggen: praat die dwaze ideeën uit Cody’s hoofd.
‘Ja, schat’, klinkt het ijzig, ‘zoals dronken zoenen met een of andere idioot die ik niet eens ken’
‘Het zou wel makkelijk zijn’, begin ik, ‘als alles door jou kwam. Lekker duidelijk. Alhoewel, wat zouden we dan moeten doen? Jou heropvoeden?’
‘Ja, in zo’n gesticht zeker.’ Sherida lacht. Ze klinkt bang.
‘Cody zei dat je wel ADHD-kenmerken herkende in dat filmpje. Wat dan?’ Sherida somt op: te laat komen, haha, daar kan ze niet onderuit, moeite met concentreren, snel afgeleid zijn, domme dingen doen…
‘Zoals vreemdgaan’, zegt Cody behulpzaam. Het komt hem op een boze blik te staan. ‘Ja, schat’, klinkt het ineens ijzig, ‘zoals dronken zoenen met een of andere idioot die ik niet eens ken.’
‘Zie je wat er gebeurt?’ vraag ik. Ze zwijgen. ‘Zo’n diagnose, zo’n etiket werpt op dit moment alleen maar meer olie op het vuur. Ik wil best met jullie praten over ADHD en onderzoeken of je dat hebt, Sherida, maar niet als dat betekent dat ik automatisch in kamp Cody terechtkom.’
‘Kamp Cody, die is goed’, zegt ze. Cody kijkt bedenkelijk. ‘Maar we moeten toch tegen elkaar kunnen zeggen dat we ons zorgen maken?’
‘Ja, dat klopt. Maar zeg dat dan: ik maak me zorgen. En niet: het ligt allemaal aan jou. Als je elkaar bestookt met zulke conclusies kom je nooit in gesprek.’
‘Maak je je zorgen?’ vraagt Sherida, een beetje klein en bibberig ineens. Hij knikt. ‘Ik ook’, zegt ze zacht.