Waarom niet elke pijnlijke ervaring traumatisch is (en wanneer je wel van trauma kunt spreken)
Het woord ’trauma’ duikt steeds vaker op in ons dagelijks taalgebruik. We spreken over een traumatische jeugd, een relatiebreuk die als een trauma voelt, of zelfs een ‘klein trauma’ na een nare gebeurtenis. Maar wanneer is iets volgens psychologen eigenlijk écht een trauma?
Het kleinste leed noemen we steeds vaker een traumatische ervaring, ook als het dat misschien niet per se was. Zo luchten miljoenen TikTokkers onder de noemer #traumadump of #TraumaTok hun hart op het platform, zei zanger Claude (die Nederland vertegenwoordigde op het Eurovisie Songfestival) onlangs tegen RTL Nieuws ‘een klein soort licht trauma’ aan het songfestival te hebben overgehouden en riep ik pas grappend dat ik niet durf te schaatsen vanwege een traumatische val op het ijs als kind. Maar kun je dat allemaal een trauma noemen?
Het woord is onderhevig aan wat psychologen ‘concept creep’ noemen: de betekenis van het woord trauma breidt zich uit, waardoor ook minder ernstige gebeurtenissen als traumatisch worden bestempeld.
‘We gebruiken het woord ‘trauma’ soms te snel en te vaak’, zegt ook psycholoog en trauma-expert Anne Marsman tegen het vakblad GZ-psychologie. En dat kan schadelijk zijn en het ‘gewicht’ van het woord aantasten. De betekenis die we aan trauma geven, heeft invloed op hoe we ernaar kijken en ermee omgaan. En als we alles maar een trauma noemen, bestaat de kans dat we echte traumatische ervaringen bagatelliseren.
Wat is trauma?
Binnen de psychologie bestaan er verschillende visies over de betekenis van trauma. Sommige deskundigen definiëren trauma als een schokkende, levensbedreigende gebeurtenis, anderen hanteren een bredere kijk waarbij vooral de impact die de gebeurtenis heeft achtergelaten centraal staat.
Volgens GZ-psycholoog en expert op het gebied van psychotraumatologie Ad de Jongh is een trauma een schokkende, angstaanjagende of levensbedreigende gebeurtenis die je hebt meegemaakt. Essentieel daarbij is dat het leven daadwerkelijk in gevaar was, of dat je dit zo hebt ervaren.
Aan de hand van hoe je op de gebeurtenis reageert, kun je klachten of stoornissen ontwikkelen. Dit kan ook wanneer je getuige bent van een traumatische gebeurtenis waar anderen direct bij betrokken waren.
Welke soorten traumatische ervaringen zijn er?
Zo’n 60 procent van de mensen maakt op een moment in zijn leven een traumatische gebeurtenis mee, zoals:
- (Seksueel) misbruik
- Verkrachting
- Oorlog
- Moord
- Verwaarlozing
- Fysiek geweld
- Emotionele mishandeling
- Natuurramp
- Een ongeluk
Maar wat als een ervaring die van buitenaf niet levensbedreigend lijkt toch zijn sporen achterlaat in je leven? Marsman hanteert een iets bredere kijk op de betekenis van trauma. Volgens haar gaat trauma niet zozeer over de gebeurtenis zelf, maar over de impact die het op iemand heeft achtergelaten. ‘Een traumatische ervaring is een zo ingrijpende en overweldigende ervaring dat die een langdurige negatieve impact heeft op het welzijn’, zegt ze, ‘soms tot ver in de volwassenheid.’
Maar niet iedereen reageert hetzelfde op een schokkende gebeurtenis, legt ze uit. Sommige mensen maken levensbedreigende dingen mee die geen traumasporen achterlaten. Anderen maken minder ingrijpende dingen mee, maar hebben daar ontzettend veel last van. Wat voor de één levensbedreigend voelt, is dat voor de ander niet.
Lees ook: PTSS-expert Bessel van der Kolk: ‘Traumabehandelingen zijn maatwerk’
Hoe uit trauma zich?
Als je een traumatische gebeurtenis hebt meegemaakt of als je getuige was van een traumatische gebeurtenis waar anderen bij betrokken waren, kan dat tot psychische en fysieke klachten kan leiden. Denk daarbij aan slaapproblemen, angsten en wisselende stemmingen, maar ook vermijding, shock en hypervigilantie (altijd ‘aan’ staan).
Zeven procent van de mensen die een traumatische ervaring meemaakt, ontwikkelt een posttraumatische stress-stoornis (PTSS): een psychische stoornis waarbij je nare ervaringen in je gedachten of dromen blijft herbeleven en andere klachten langer dan een maand aanhouden en je beduidend belemmeren in het dagelijks leven.
De klachten na een traumatische ervaring ontstaan vaak pas later. Zo komt een traumatische jeugd meestal op volwassen leeftijd pas naar boven. Die klachten dienen dan als copingmechanismen: automatische reacties die ons beschermen tegen de emotionele impact van een heftige gebeurtenis. Volgens Marsman is dat dan ook waar trauma daadwerkelijk over gaat: de wond die de gebeurtenis heeft achtergelaten.
Maar het is lastig om vast te stellen of bepaalde klachten afkomstig zijn van een (jeugd)trauma, benadrukt ze. ‘Er zijn talloze factoren van invloed op de klachten die iemand heeft.’ Zo heeft iemand met een jeugdtrauma vaak te maken met chronische stress, wat het zenuwstelsel kan ontregelen. En dat kan weer allerlei fysieke en psychische klachten veroorzaken. Marsman: ‘Daarom moet je oppassen met causale verbanden. Er is eerder sprake van een sneeuwbaleffect.’
Trauma vs. pijn uit het verleden
Maar ook andere nare ervaringen met mensen die dicht bij je stonden kunnen hun sporen achterlaten, aldus hoogleraar stressgerelateerde psychopathologie Bernet Elzinga. Ervaringen die op het eerste gezicht niet zozeer in de categorie ‘levensbedreigend’ vallen, maar ons ook niet ongedeerd laten.
Bijvoorbeeld als je werd gepest op school, als je partner is vreemdgegaan of als je van je ouders geen aandacht en zorg kreeg. Zulke interpersoonlijke gebeurtenissen zijn enorm bedreigend, vertelde Elzinga eerder aan Psychologie Magazine. De mens is immers een sociaal wezen, en buitengesloten of belazerd worden doet veel (mentale) pijn die later in het leven voor klachten kan zorgen. Een heftige emotionele reactie kan volgens haar duiden op traumatische ervaringen in je verleden.
Als je expliciet of impliciet de boodschap hebt meegekregen dat je niet de moeite waard bent, kan dat je zintuigelijke drempel beïnvloeden, legt Elzinga uit. Dat kan je gevoeliger maken voor bepaalde emotionele triggers. Zij ziet trauma als een rekbaar begrip. ‘Je hoeft geen posttraumatische stressstoornis (PTSS) te hebben om te kunnen worden getriggerd. En er zijn veel meer ervaringen die blijvende impact op je hersenen kunnen hebben dan erkend in de DSM, het handboek van klinische professionals.’
Overweldigende ervaring met een negatieve impact
Deskundigen hebben kortom verschillende visies als het op trauma aankomt. De één hanteert een nauwere definitie dan de ander. Maar dat een nare ervaring uit het verleden je nu nog weleens angst inboezemt, wil volgens mij niet direct zeggen dat er sprake is van trauma. En daar gaat het in de (digitale) volksmond vaak mis.
De definitie van Marsman vind ik logisch klinken. Trauma gaat over een vorm van oude pijn, maar lang niet alle oude pijn is traumatisch. Een nare situatie van vroeger kan sporen achterlaten, en je in het nu emotioneel raken en (mentale) pijn doen, maar dat maakt een ervaring niet per definitie een trauma. Bij de zwaarte van dat woord passen Marsmans woorden dat er sprake moet zijn van ‘een zo ingrijpende en overweldigende ervaring dat die een langdurige negatieve impact heeft op het welzijn’.
Is mijn val op het ijs volgens deze definitie traumatisch? Waarschijnlijk niet. Dat ik liever geen schaatsen aantrek is misschien jammer als er – die ene keer in de zoveel jaar – ijs ligt, maar een negatieve impact op mijn welzijn heeft het natuurlijk niet. Ik ben hoogstens een beetje angstig als ik het tóch weer eens probeer.
Lees ook: Waarom raakt iets je zo? Zo onderzoek je jouw emotionele triggers