Pam van der Veen: ‘Kun je introverter worden met het klimmen der jaren?’
Onder de ramen op mijn werkplek in de binnenstad zat vaak een djembéspeler. Hij trommelde urenlang ritmisch voort, tot je hem afkocht met een tientje. Mijn collega werd daar stapelgek van. Enkele minuten na de start van zo’n sessie kwam de stoom al uit haar oren. Geagiteerd door het kantoor benend wenste ze de trommelaar de gruwelijkste dingen toe.
Die collega was wat Winnie Dunn, autoriteit op het gebied van zintuiglijke prikkelverwerking, een Sensor zou noemen: iemand met een grote gevoeligheid voor geluiden, geuren, licht, onrust. Ze kromp ineen achter haar laptop als er meer dan twee mensen zaten te praten en de ‘ping’ van mijn e-mail bezorgde haar steevast een halve toeval.
Lastig voor haar, ook door mijn onbegrip. Want zelf hoorde ik de djembé pas als haar kreten me erop attendeerden. Mijn hersenen registreerden dat gesprek naast mijn bureau of die inkomende mail vaak niet eens. ‘Hoezo heb jíj́ er geen last van?’ vroeg mijn getergde collega dan. Waarop ik grapte dat ik waarschijnlijk was behept met een door het leven murw gebeukt brein, dat z’n ontvankelijkheid voor milde prikkels helaas was verloren.
Ik krijg meer behoefte aan stilte, alleen-zijn, reflectie. Kun je introverter worden met het klimmen der jaren?
Inmiddels weet ik beter. Het is niet dat ik ongevoelig ben (toch??), maar ik stoor me niet snel aan zintuiglijke prikkels. Sterker nog, ik heb er altijd van gehouden: stevige muziek op een hectisch festival, een achtbaan aan smaken in een gerecht, chaotische gesprekken in grote gezelschappen. Volgens Dunn ben ik een kruising tussen een Zoeker, op jacht naar input en afwisseling, en een Toeschouwer, die zich ook in een drukke omgeving goed kan concentreren, maar details nog weleens over het hoofd ziet.
Het verandert wel, merk ik. Ik krijg meer behoefte aan stilte, alleen-zijn, reflectie. Kun je introverter worden met het klimmen der jaren? Volgens neurowetenschappers zijn introverten vatbaarder voor veranderingen in hun dopamineniveau en hebben ze minder prikkels nodig om zich prettig te voelen. Dat klinkt helemaal niet slecht. Dus kom maar door met die transformatie: van dopaminejunk naar sober, beheerst en inhoudelijk persoon, niet gedreven door snelle prikkels, maar door innerlijke motivatie.
Nou ja, een mens mag fantaseren.
PS: Bij hoeveel prikkels voel jij je het prettigst? Ontdek jouw prikkelprofiel.