Dus toch: twee derde van de ouders heeft een favoriete kind (en het minst favoriete kind lijdt daaronder)
Ook zal zeggen ze van niet, uit onderzoek blijkt dat de meeste ouders een favoriete kind hebben. Wat betekent dat voor het kind dat onderaan het favorietenlijstje bungelt?
‘Maar ik ben toch jullie favoriete kind!’ Ik roep het nog regelmatig als mijn ouders besluiten mij niet voor te trekken of weigeren iets voor me te doen. Gekscherend, want bij ons thuis werd vroeger alles met een schaartje geknipt, en zelfs nu we al lang en breed het huis uit zijn gaat die aanpak nog op.
‘Jullie zijn alle drie favoriet’, is de standaardreactie. Maar hoe politiek correct dat antwoord ook is, de kans bestaat dat het niet waar is. Er wordt al tientallen jaren onderzoek gedaan naar het voortrekken van het ene kind boven het andere kind. En daaruit blijkt dat de meeste ouders wel degelijk een favoriet hebben, ook als de kinderen volwassen zijn.
Er is wel degelijk een favoriet
De Amerikaanse hoogleraar sociologie aan Purdue University J. Jill Suitor doet sinds 2001 onderzoek naar de patronen en gevolgen van ouderlijke voorkeur en het effect daarvan op volwassen kinderen.
In het langlopende onderzoek worden ouders (voornamelijk moeders) gevraagd naar de band met hun kinderen en met wie ze zich het meest emotioneel verbonden voelen, met wie ze de meeste meningsverschillen en ruzies hebben, op wie ze het meest trots zijn en in wie ze het meest teleurgesteld zijn. Uit de antwoorden blijkt dat ongeveer twee derde van de ouders een lievelingskind heeft. Zo geeft 70 procent van de moeders aan zich meer emotioneel verbonden te voelen met een van de kinderen en 55 procent zegt het meest trots te zijn op een van de kinderen.
Die cijfers komen overeen met bevindingen van de Vlaamse evolutionair psycholoog Katherine Conger. Zij observeerde ouders in interactie met hun kinderen en zag dat ongeveer 70 procent van de vaders en 74 procent van de moeders het ene kind voortrekken ten opzichte van het andere.
Wie is het lievelingskind?
Wat je moet je doen om als kind de lieveling van je vader of moeder te zijn? Dat ligt deels buiten je macht, legt Suitor in haar TED Talk uit. Uit haar onderzoek blijkt dat veel moeders een betere band hebben met hun dochters, met de kinderen met wie ze dezelfde waarden delen en met het jongste kind.
Lees ook: Waarom dochters niet zonder moederliefde kunnen
Dat beeld wordt deels bevestigt door een grootschalige overzichtsstudie van Brigham Young University dat vorig jaar is gepubliceerd waarin data van bijna 19.500 mensen werd meegenomen. Dochters blijken inderdaad vaker bevooroordeeld te worden dan zonen. Ook plichtsgetrouwe en meegaande kinderen krijgen vaker een voorkeursbehandeling. Waarschijnlijk omdat ze iets makkelijker op te voeden zijn, legt Alex Jensen, een van de onderzoekers, uit aan The New York Times.
Effect op het minst favoriete kind
Het is belangrijk dat ouders zich bewust zijn van hun neiging om kinderen voor te trekken, concluderen de onderzoekers van de overzichtsstudie. Eerder schreven we al dat één op de acht volwassenen het gevoel heeft dat een broer of zus wordt voorgetrokken. Dat bleek uit de Kinship Panel Study (NKPS), een langlopend onderzoek naar familiebanden in Nederland.
En wie het gevoel heeft dat een broer of zus belangrijker is voor de ouders, heeft daar last van, ook op volwassen leeftijd. Uit de NKPS blijkt dat deze kinderen vaker kampen met problemen als straatvrees, depressie, een laag zelfbeeld en sociale fobieën. Ook leidt het volgens J. Jill Suitor tot minder hechtheid en meer conflicten tussen de kinderen onderling.
Kinderen die worden voorgetrokken hebben juist een betere mentale gezondheid, minder gedragsproblemen, gezondere relaties, en meer succes op school en in hun latere academische carrière, wijst de recente overzichtsstudie uit.
Maar, benadrukt Alex Jensen, het blijft lastig om vast te stellen of de voorkeur de oorzaak is van die negatieve effecten, of dat kinderen die vatbaar zijn voor psychische problemen minder vaak het favoriete kind te zijn.
Differentieel opvoeden
Moet je dan elk kind hetzelfde behandelen? Dat is niet te doen, zeggen deskundigen. Ieder kind heeft andere behoeften en dus ga je er anders mee om. Differentieel opvoeden, heet dat. En zo’n opvoeding is noodzakelijk, zei psychiater Martine Kamphuis eerder tegen Psychologie Magazine.
‘Het ene kind heeft soms nu eenmaal wat meer hulp nodig dan het andere, of het vraagt vaker om aandacht. In een goed functionerend gezin zijn ouders zich bewust van die processen en kunnen ze die ook weer corrigeren.
Eén kind eens iets extra’s gunnen omdat het bijvoorbeeld heel behulpzaam is geweest, is geen voortrekken. Dat is aan het andere kind uit te leggen en wordt dan ook meestal wel begrepen. Als het bevoorrechten niet uit te leggen valt, is er wel sprake van echt voortrekken. En dat is altijd schadelijk.’
Ook interessant: De loyaliteitsvalkuil – Als je nooit geleerd hebt ‘nee’ te zeggen tegen je ouders