Ga naar inhoud

Anaïs van Ertvelde over de zoektocht naar een nieuwe woning: ‘Toch lijkt er iets te ontbreken. Geen ziel, denk ik’

Anaïs van Ertvelde
Foto: Thomas Nolf
leestijd 3 minuten
Column 14 juli 2026

Anaïs van Ertvelde is een Vlaamse ­schrijver, ­historicus, podcast­maker en columnist, en vertelt elke maand over haar leven.

Mijn Nederlandse lief kijkt rond met de blik van een antropoloog die net gearriveerd is op een exotische locatie.

Veel Vlaamser dan dit wordt het niet. De huizen staan hier schots en scheef op de ingezakte stoep: een betonnen blok nieuwbouwappartementen naast een vervallen boerderijtje naast een fermette, waar mensen wonen die niets van het boerenleven weten, maar graag een landelijke levensstijl voorwenden.

Ruimtelijke planning is een vies woord in deze randgemeente. De invloeden van de grote stad zijn nog niet doorgedrongen. Hier geen hippe koffiebars, maar een heuse Lourdesgrot. Ooit een drukbezocht katholiek bedevaartsoord met een aanpalend hotel, waar je nog steeds met slagroom overladen wafels kan eten.

Al zijn de eerste stedelijke verschoppelingen al gearriveerd. Op de vlucht voor huizenprijzen die nu ook in Vlaanderen echt de pan uit swingen. Want het oogt hier dan wel landelijk; het is maar een kwartiertje fietsen van die grote stad. Waar ze wel hippe koffiebars hebben.

Zou mijn lief hier aarden? Hij die de reuring van hartje Amsterdam gewend is? ‘Kijk’, zegt hij en wijst vol ongeloof naar de Mariabeeldjes die boven vele deurposten hangen te verkommeren. Waarna hij met zijn rolstoel blijft haken achter de ongelijke stoeptegels.

Wij zijn hier voor de bungalows. Met hun gelijkvloerse bouwplan en ruime kamers, hét toevluchtsoord voor de rolstoelende medemens. In de stad, waar de smalle, historische woningen de verdiepingen rond wenteltrappen op elkaar stapelen, zijn zo goed als geen toegankelijke huizen te koop. Liften zijn duur en de overheid is uiterst zuinig met de terugbetaling ervan, waardoor de gehandicapte stadsvlucht enorm is.

We hebben een afspraak met een makelaar – zo eentje met te veel gel in zijn haar en gladde praatjes. De bungalow waarvan hij niet kan wachten om die aan ons te verkopen, is op papier perfect. Hij staat zelfs – je gelooft het niet – in de Invalidenstraat.

‘Het is toch een beetje als bij verliefdheid, besluiten we’

We spelen good cop, bad cop, mijn lief en ik. Ik probeer de eigenaars met mijn enthousiasme te begeesteren. Hij stelt de makelaar bij iedere vochtplek kritische vragen. Niet dat je bij deze bungalow veel vragen kan stellen. Het recente bouwwerk lijkt solide; het interieur neutraal; de zonnepanelen lachen ons toe vanop het platte dak. Zelfs de badkamer hoeven we niet te verbouwen om ze toegankelijk te maken. Toch lijkt er iets te ontbreken. Geen ziel, denk ik. Alleen gebouwd om geld mee te verdienen.

Met een document voor een bod staan we weer op straat. We twijfelen. Maar waarom? Het is net binnen ons budget. Er zijn geen grote minpunten. We hebben al zo weinig opties. Mijn lief beweert bij hoog en laag dat het niet aan de locatie ligt.

Het is toch een beetje als bij verliefdheid, besluiten we. Iemand kan op papier alles in de aanbieding hebben, maar als je er niets bij voelt, als dat onvatbare moment van connectie ontbreekt, heeft het dan zin om jaren te investeren in een gemeenschappelijk project?

Ik steek het boddocument toch maar in mijn tasje, waar ik het een maand later verfrommeld terugvind.

Lees ook: Toe aan een frisse start? Zo neem je goed afscheid van ‘het oude’

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."