Onze zoon heeft het licht gezien, wat mogen wij als ouders hiervan vinden?
De vraag
In zijn puberteit heeft onze zoon (19) geëxperimenteerd met drugs en foute vrienden. Ineens zag hij het licht en verdiepte hij zich in het christendom. Nu praat hij over niets anders meer. Ik merk dat mensen moe van hem worden, ook mijn man en ik. Is dit een fase? Moet ik ingrijpen? Wat kunnen en mogen wij als ouders hiervan vinden?
Het advies
Systeemtherapeut Maggie Wood: ‘Wat boft jullie zoon met zulke betrokken ouders in deze spannende levensfase, waarin jongeren op zoek gaan naar hun identiteit. Jullie bieden hem veiligheid én de ruimte om te experimenteren. In een tijd waarin iedereen iets vindt van opvoeding, is het belangrijk te onthouden dat jullie de kenners van jullie kind zijn.
In deze fase, passend bij zijn leeftijd, onderzoekt hij hoe hij zich verhoudt tot veel dingen in de wereld, zoals drugs en geloof. Verkramp niet. Geef hem ruimte zijn eigen weg te vinden terwijl jullie hem in de gaten houden. Door nieuwsgierig vragen te stellen, sluiten jullie emotioneel bij hem aan.
Geïnteresseerd zijn in zijn beleving is belangrijk, want op die manier ‘klankborden’ geeft zelfinzicht. Wanneer je vindt dat je moet ingrijpen omdat de omgeving er last van heeft, gaat hij juist harder in zijn overtuiging; op deze leeftijd past afzetten tegen ouders. Verdragen is van belang.
‘Geef hem ruimte zijn eigen weg te vinden terwijl jullie hem in de gaten houden’
Mijn advies: vaar op jullie ouderlijk kompas. Steun op elkaar als ouderteam, blijf dicht bij jullie eigen waarneming, in verbinding met jullie zoon en schakel hulp in wanneer je vindt dat hij radicaliseert. Dat is de sterkste basis die hij kan hebben.’
Lees ook: Waar het écht om gaat bij kinderen opvoeden
Jongenscoach David Meijer: ‘Jullie zoon maakt steeds meer eigen keuzes en laat zich minder leiden door sociale druk of de mening van zijn ouders. Toch blijft ook op deze leeftijd jullie mening belangrijk.
Blijf in verbinding met hem en wees beschikbaar als hij jullie hulp nodig heeft. Dat kan door in gesprek te gaan over wat hem aanspreekt in het geloof. Wat betekent dit voor hem in het dagelijks leven? Je kunt ook benoemen dat je het een bijzondere stap vindt, zeker gezien zijn gedrag in de puberteit. Wat maakt dat hij zich nu zo met dit onderwerp bezighoudt?
En een reflectievraag voor jullie: zouden jullie dezelfde zorgen hebben als hij veel zou gamen en daar voortdurend over zou praten?
Ik begrijp jullie zorgen over zijn sociale ontwikkeling goed. Vertel hem op een geschikt moment – bijvoorbeeld tijdens een autorit – dat je bang bent dat hij anderen én jullie kwijtraakt, omdat hij over niets anders meer praat. Vraag hoe hij denkt dat dat voor de ander is.
Geef hem tips, zodat hij weet wanneer te stoppen, bijvoorbeeld als de ander geen tegenvraag stelt. Spreek ook een teken af dat jullie in gezelschap kunnen gebruiken als hij te ver doorschiet.’
Lees ook: Grenzen stellen in de opvoeding