Ga naar inhoud

Anaïs van Ertvelde zoekt inspiratie in de sauna: ‘Wanneer ik ontspan, stop met zoeken’

Anaïs van Ertvelde
Foto: Thomas Nolf
leestijd 3 minuten
Column 15 augustus 2026

Anaïs van Ertvelde is een Vlaamse ­schrijver, ­historicus, podcast­maker en columnist, en vertelt elke maand over haar leven.

Een druppel zweet druipt langs mijn voorhoofd.

Het is hier heet. Vijfennegentig graden om precies te zijn. De jonge vrouw met de thermometer in haar hand zei het net nog. Haar vriendin zucht. Zij houdt meer van de milde warmte in de ruime sauna beneden dan van dit kleine houten hokje op het dak van het gebouw. We passen er met ons drietjes net in, maar hebben wel een prachtig uitzicht op de door de zonsondergang verlichte torens van Norwich.

Ze praten verder over een ontrouw vriendje en negeren de aanwezigheid van een schrijfster in de intimiteit van deze afgesloten ruimte. Ik lig dan wel onopvallend stil, maar zoals altijd wanneer anderen achteloos babbelen, zijn mijn oren gespitst. Zeker nu ik op schrijfresidentie ben. Voor het eerst in jaren weer eens alleen op stap met mijn notitieboekje als compagnon. Op zoek naar inspiratie die overal voor het stelen ligt. ‘He was always so devoted to you’, verklaart de ene vrouw ontzet. ‘I think he still is’, antwoordt haar vriendin. Hun in bikini gehulde lichamen kleuren langzaam roze. Net als het mijne.

Lange tijd, tot nu eigenlijk, heb ik geleerd dat een schrijver het lichaam moet ontstijgen. In de enige schrijfcursus die ik ooit volgde, besteedde de docent de eerste twintig minuten aan het veroordelen van het lichaam als niets meer dan een afleiding van dat waarmee de auteur zich zou moeten bezighouden. Een laag beest, noemde hij het, dat steeds weer gevoed en uitgelaten moet worden, en zo de lange uren aan het bureau – daar waar romans tot stand komen – nodeloos onderbreekt.

Ik wilde hem toen al vertellen over die eeuwenoude traditie van gehandicapte en zieke schrijvers die in bed schrijven, op straat, in ziekenhuizen, in bossen – overal behalve aan dat bureau. Maar dat deed ik niet. Ik had hem moeten vertellen over mijn vriend Piet, die pas de moed vond om poëzie te schrijven toen zijn zieke lichaam hem de energie voor uitvoerig gestoffeerde essays ontnam. En over het feit dat ik waarschijnlijk helemaal geen fictie zou zijn gaan schrijven als de grillen van mijn eigen gehandicapte lichaam, dat stilzittend lezen steeds lastiger vindt, me niet bij mijn baan aan de universiteit hadden weggevoerd.

En daarom ben ik nu hier in Engeland. Om fictie te schrijven. Het is spannend op de goede manier én op de enge; aan je eerste roman werken.

Ik voel mijn weerstand tegen de intense hitte van de sauna toenemen, mijn glibberige benen beginnen te trillen totdat ik uiteindelijk toegeef aan het heerlijke gevoel van wegsmelten. En wanneer ik ontspan, stop met zoeken, luister naar die twee vriendinnen, vind ik zomaar de oplossing voor de verhaallijn waarmee ik eerder die dag uren achter mijn laptop zat te knoeien. Mijn twee geliefden zijn dan wel ontrouw, ze zijn elkaar toch toegewijd.

Op dat moment maak ik een belofte aan mezelf: de rest van mijn kostbare tijd op deze residentie zal ik me niet opsluiten in mijn bureau, maar me laten meevoeren door het ritme van mijn lichaam, en de flitsen van inspiratie waar het me op trakteert, net wanneer ik het uitlaat.

Altijd al een roman willen schrijven, of een eigen atelier bouwen in de achtertuin? Het is tijd dat je het gewoon gaat doen: 10 creatieve opdrachten om de kunstenaar in jezelf te inspireren.

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."