‘Maak oogcontact en check of wij oké zijn’: wat mannen kunnen doen om vrouwen op straat een veiliger gevoel te geven

‘Mannen weten niet hoe het is om te leven met een fysiek sterker geslacht. Die angst kennen wij niet,’ zegt cabaretier Peter Pannenkoek in een videofragment dat viral is gegaan sinds hij het vorige week op Instagram plaatste. Hij vraagt mannen daarin om zich voor te stellen dat zij moeten samenleven met grote, sterke orks, die op mannen vallen, en sóms gewelddadig zijn. ‘De hele dag moet je de afweging maken, deugt deze, of loop ik gevaar.’ Voor vrouwen zijn mannen orks, en daar heb je rekening mee te houden, is de boodschap.
Hij is een van de vele mannen die op social media reageerde op recente geweldsmisdrijven tegen vrouwen. Op LinkedIn worden emotionele oproepjes geplaatst: ‘Mannen, we moeten aan de bak!’ Er verschijnen TikTok-filmpjes van jongens die uitbeelden hoe zij zich op straat gedragen om vrouwen gerust te stellen. En offline wordt vast ook door mannen nagedacht over wat zij kunnen doen om vrouwen te helpen. Zo vertelde een collega van Psychologie Magazine dat haar man soms expres zijn pas inhoudt als hij achter een vrouw loopt om te voorkomen dat zij zich opgejaagd voelt.
Vrouwen zijn vaker slachtoffer van seksueel geweld
Deze zorgen zijn terecht. De helft van de jonge vrouwen is bang om slachtoffer te worden van criminaliteit in hun eigen buurt en maakt daarom soms een omweg, blijkt uit recent CBS-onderzoek uit 2025. Dat hangt ook samen met het type geweld waar ze bang voor zijn. Volgens cijfers van de Veiligheidsmonitor krijgen mannen en vrouwen even vaak te maken met geweld, maar zijn vrouwen vijf keer zo vaak slachtoffer van seksuele misdrijven. De geweldsdelicten van de afgelopen tijd zullen het brede gevoel van onveiligheid onder vrouwen niet hebben verminderd.
Zolang een kleine groep mannen blijft aanranden, moorden en verkrachten, zal dat gevoel natuurlijk niet verdwijnen. Maar dat betekent niet dat ‘gewone mannen’ niks kunnen betekenen. Psychologie Magazine raadpleegde experts en onderzoeken, en vroeg aan lezers, toevallig voor een groot deel vrouw, waar zij behoefte aan hebben. Van de bijna 2.000 vrouwen die hebben gereageerd, voelt tachtig procent zich onveilig op straat. En wat blijkt: mannen kunnen van alles doen om hen te helpen.
Vijf adviezen voor mannen:
- Wees geen omstander, maar een ‘upstander’
Op dit moment zijn het met name vrouwen die andere vrouwen te hulp schieten als zij op straat in de problemen komen, zegt Lieke Gaminde. Zij is voorzitter van de stichting Stop Straatintimidatie en adviseert gemeenten bij het opstellen en uitrollen van actieplannen rond dit thema. ‘Meiden herkennen het sneller als er iets mis is. Het zou helpen als mannen en jongens ook alerter worden op gevaar voor vrouwen, en zich ermee bemoeien als ze het vermoeden hebben dat het niet goed zit.’
Ingrijpen kan lastig zijn door het bekende omstandereffect: als er meer omstanders aanwezig zijn, zullen mensen minder snel in actie komen om een slachtoffer te helpen, bijvoorbeeld omdat we bang zijn het verkeerde te doen en het oordeel van anderen vrezen. Dat effect treedt op bij noodgevallen waarbij het niet honderd procent zeker is dat hulp nodig is, of als iemands gedrag op de grens ligt van wat wel of niet passend is, schrijft hoogleraar sociale psychologie Roos Vonk in haar boek Mijn ego heeft altijd gelijk. Als een auto in de gracht belandt, zullen mensen niet twijfelen om te helpen, maar het is een ander verhaal als een vrouw wordt lastiggevallen. ‘Juist in dat soort situaties leunen we op het gedrag van anderen om te beoordelen of we iets moeten doen. Als die anderen niet ingrijpen, doet uiteindelijk niemand iets. Onbedoeld vertellen we elkaar dat er niets aan de hand is.’
Daarom is het belangrijk juist wél in actie te komen. Zogenoemde ‘upstanders’ die besluiten om slachtoffers te helpen, kunnen het omstandereffect doorbreken. Degenen die durven te handelen, geven andere omstanders de benodigde moed om óók te helpen. Het kan ook slim zijn om met omstanders te overleggen, of iemand te vragen of hij wil helpen, zegt Gaminde. En aarzel niet om de politie in te schakelen als dat nodig is.
De kans dat je ooit een verkrachter van iemand moet aftrekken is niet groot. Maar helpen kan ook op meer subtiele manieren, bijvoorbeeld als je niet zeker weet of er iets mis is. ‘Maak oogcontact en check of wij oké zijn’, schrijft een lezer. ‘Vraag of iemand hulp nodig heeft, of je kan meefietsen’, zegt een ander. ‘Vraag desnoods of alles goed gaat via een notitie in je telefoon, zodat je het niet hardop hoeft te zeggen’, adviseert Gaminde. ‘Ben je oké, zie ik dit goed, heb je iets nodig?’
- Spreek je uit, verander de cultuur
Gendergerelateerd geweld ontstaat niet in een vacuüm, maar in een cultuur die onveilig is voor vrouwen. Stichting Emancipator, dat ‘mannen onderdeel van de oplossing wil maken’, visualiseert dit gedachtegoed in een piramidemodel. Van kleedkamerpraat, victim blaming, naroepen, tot stalking: het zijn de bouwstenen voor de extremen aan de bovenkant de piramide: moord en verkrachting.
Lieke Gaminde pleit dan ook voor een cultuurverandering, net als de lezers van Psychologie Magazine. En daarvoor is het nodig dat mensen zich uitspreken, zegt ze. Het liefst ziet zij dat mannen in Nederland massaal gaan meedoen aan demonstraties, zoals in landen als Spanje gebeurt. Maar je kunt gesprekken voeren over het nieuws in de familie-app of andere mannen corrigeren als zij zich misdragen, desnoods achteraf, zegt ze. ‘Het moet de norm worden dat het stoer is om denigrerende opmerkingen over vrouwen tegen te spreken.’
Lees ook: De waarde van weerbaarheid: ‘Een kleine daad van verzet kan anderen al inspireren’
Je hoeft niet op de barricaden te staan om impact te hebben, zegt ook hoogleraar en organisatiepsycholoog Sunita Sah in een eerder interview met Psychologie Magazine. ‘Als je besluit niet mee te lachen om een seksistische grap kan die stilte krachtiger zijn dan een directe confrontatie. […] Mensen overschatten vaak het risico van klein verzet en onderschatten de impact ervan. Ze denken: wat heeft het voor zin als ik me uitspreek? Mijn stem maakt toch geen verschil.’ Maar klein verzet kan collectieve bewegingen in gang zetten, zegt ze.
- Práát met je kinderen
‘Ik heb een dochter van acht en waarschijnlijk ga ik haar ooit moeten vertellen dat ze voorzichtig moet zijn omdat er allerlei idioten op de loer liggen,’ schreef een bezorgde vader in reactie op de ‘mannen moeten aan de bak’-post op LinkedIn.
Volgens kinderpsycholoog en opvoedkundige Tischa Neve begint praten over veiligheid al als kinderen jong zijn, en is dat voor zowel jongens als meisjes van belang. ‘Als ze naar de kleuterschool gaan, leg je uit dat ze niet met onbekenden moeten meegaan. Als ze ouder worden, praat je over do’s en dont’s op social media. En als ze uitgaan, voer je het gesprek over waarom je wil dat ze samen met iemand naar huis fietsen, en wat ze kunnen doen als dat niet lukt. Sommige gevaren zijn reëel. Maar het is van belang om dit soort gesprekken vanuit rust te voeren, en niet vanuit paniek restricties op te leggen. Je kunt kinderen niet thuishouden. Ze moeten op de fiets stappen en dingen doen.’Het belangrijkste is dát je praat, benadrukt Neve. ‘Veel mensen doen dat helemaal niet, want het zijn moeilijke onderwerpen. De actualiteit is een mooie aanleiding om in gesprek te gaan. ‘Hoe reageren de meiden en jongens op school? Heb jij je weleens onveilig gevoeld, en wat kan je dan doen?’’
- Maak de openbare ruimte veiliger voor vrouwen
Architecten, planologen en stedenbouwkundigen kunnen in de ontwerpfase nadenken over hoe de leefomgeving voor vrouwen veiliger kan – dat gebeurt nu nog te weinig. Buitenruimtes zijn tot nu toe vooral ingericht op de behoeften van mannen, blijkt onder meer uit het Rotterdamse onderzoek Ruimte voor meiden op Zuid. Vrouwen gebruiken de openbare ruimte bijvoorbeeld vooral functioneel – mannen vaker recreatief – en verplaatsen zich dan ook meer dan mannen, die vaker op één plek blijven. Het is daarom belangrijk dat routes veilig zijn. Dat blijkt ook uit de lezersreacties. Vrouwen vragen om ‘betere straatverlichting’, ‘overzichtelijkere straten en pleinen’, ‘meer open ruimte, en minder bosjes’, en ‘huizen die op straat uitkijken.’
- Wees niet zelf het gevaar
En dan toch: wees niet zelf het gevaar. Niet op straat, en niet thuis, waar de meeste geweldsdelicten tegen vrouwen plaatsvinden. De meerderheid van de lezersreacties kan worden samengevat onder de noemer ‘doe vooral dingen níét’.
‘Niet staren (zeker niet in een groep!)’; ‘niet naroepen, fluiten, naast je komen fietsen’; ‘geen opmerkingen maken’; ‘niet zichtbaar je verschijning goedkeuren’; ‘niet ongevraagd aanraken’; ‘geen seksuele grapjes maken’; ‘de straat niet als jachtgebied zien’; ‘check ons niet van top tot teen’; ‘geen filmpjes of foto’s maken’, enzovoort.
Peter Pannenkoek heeft gelijk. Vrouwen zijn, zeker laat op straat, continu bezig met inschatten wie gevaar kan opleveren, en wie niet. Lezers blijken het dan ook te waarderen als jij je best doet om hen gerust te stellen. Het helpt onder andere om capuchon en bril af te doen, afstand te houden, en bij passeren vriendelijk te groeten, zeggen ze.
Of is het misschien tijd voor fluorescerende hesjes met in kapitalen: ‘Ik ben een lieve ork!’ Wie helpt ze ontwerpen?