De helft van de perfectionisten heeft vooral voordeel van dat trekje: 5 dingen die gezonde perfectionisten anders doen
Veel perfectionisten willen niet minder perfectionistisch zijn. Ze zien hun perfectionisme niet als ‘slechte’ eigenschap, maar zijn juist blij met hun doorzettingsvermogen om te streven naar bovengemiddelde uitkomsten. En daar hebben ze nog gelijk in ook, zegt de Amerikaanse klinisch psycholoog Jeff Szymanski.
Perfectionisme kent problematische kanten en het streven naar volmaaktheid speelt vaak een rol bij burn-outs en depressies. Maar, zegt klinisch psycholoog en auteur van het boek The perfectionist’s handbook Jeff Szymanski, er valt ook veel positiefs te zeggen over perfectionisme.
De gunstige kant van perfectionisme
Meer dan de helft van de perfectionisten heeft vooral voordeel van hun perfectionistische trekjes, blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. Dit type perfectionist heeft zijn leven op orde, is opvallend stressbestendig, wordt gewaardeerd door zijn omgeving en is doorgaans heel gelukkig.
Sowieso gelukkiger dan ongezonde perfectionisten, maar óók gelukkiger dan mensen die helemaal niet perfectionistisch zijn. Een benijdenswaardig clubje dus.
Volgens Szymanski zijn er verschillende dingen die gezonde perfectionisten anders doen. Zo weten ze onder andere…
- Dat zelfkritiek opbouwend moet zijn. Ongezonde perfectionisten ranselen zichzelf af als ze een fout maken, gezonde perfectionisten oordelen eerlijk maar mild over zichzelf. Ze steken hun energie liever in de vraag waardoor het fout ging en hoe het volgende keer beter kan.
- Wanneer doorgaan onzinnig wordt. Een van de grote fouten die perfectionisten maken, is te denken: als een beetje van iets goed is, is meer ervan beter. Niet dus! Een tekst één keer op fouten checken levert een enorme kwaliteitsverbetering op, daarna neemt de opbrengst snel af. Sta dus geregeld stil bij de vraag of je inspanningen nog wel in verhouding zijn tot de opbrengst.
- Hoe zinnig hulp of feedback vragen is. Het is geen teken van zwakte; je laat er juist mee zien dat je leergierig bent. Vaak wordt je werk er alleen maar beter van als je het al in een vroeg stadium voorlegt aan iemand wiens oordeel je vertrouwt. Bang dat je de reacties niet aankunt? Spreek van tevoren met jezelf af dat je er inhoudelijk niet op in hoeft te gaan – het is voldoende om vriendelijk ‘bedankt’ te zeggen en alles na afloop nog eens rustig te overwegen.
- Dat orde geen doel op zich is. Een goed georganiseerd archief is goud waard; een archief dat zoveel subcategorieën kent dat gegevens wegbergen een lastige klus wordt, vreet vooral tijd. Vraag jezelf dus af, steeds als je zucht naar orde de kop opsteekt, wat de meerwaarde hier is.
- Dat niemand op alle terreinen kan uitblinken. De tienduizend-urenregel van de Amerikaanse psycholoog K. Anders Ericsson leert dat je pas echt goed wordt in dingen waarin je veel tijd én gerichte training steekt. Het is dus per definitie onmogelijk om ‘overal’ goed in te zijn.
Zit je perfectionisme aan de gezonde of de ongezonde kant? Ontdek in hoeverre je de vruchten plukt van je perfectionisme, of er juist onder gebukt gaat. Doe de test: Hoe (on)gezond is je perfectionisme?
Lees ook: Waarom je blij mag zijn met je perfectionisme
Bron: Jeff Szymanski, The perfectionist’s handbook