Bindingsangst? Je hechtingsstijl heeft meer invloed dan je denkt
We hebben allemaal een aangeboren behoefte om ons te binden. Als baby zouden we immers niet overleven zonder de bescherming van anderen. Maar niet iedereen ontwikkelt een veilige hechtingsstijl, zoals mensen met bindingsangst.
Ruwweg de helft van de mensen ontwikkelt als kind een veilige hechtingsstijl, wat inhoudt dat je weinig piekert over de liefde en je prettig voelt bij intimiteit. Je bent in staat langdurige, stabiele relaties aan te gaan en hebt geen onrealistische verwachtingen van je partner.
De andere helft heeft een vermijdende of een afwerende stijl. Een vermijdend gehecht kind durft er niet op te vertrouwen dat de opvoeder er voor hem is; het onderdrukt angst, vermijdt contact en gedraagt zich zelfstandig. Een kind dat afwerend gehecht is, is onzeker over de beschikbaarheid van de opvoeder en zoekt op een boze of huilende, vaak claimende manier contact.
Je hechtingsstijl schijnt door in volwassen relaties
De verschillende hechtingsstijlen zijn terug te zien in volwassen relaties, ontdekten de Amerikaanse psychiater Amir Levine en psycholoog Rachel Heller. Waar de een zich zeker voelt in de liefde, heeft de ander moeite met nabijheid of gelijkwaardige relaties. Je afhankelijk opstellen, bang zijn om verlaten te worden of je partner op afstand houden; het heeft allemaal te maken met de manier waarop je je als kind hebt gehecht.
Maar de meeste mensen herkennen zich wel een beetje in alle stijlen. Want, benadrukken Levine en Heller, het zijn geen statische labels, maar dimensies waarop je hoger of lager kunt scoren.
Familie, vrienden en relaties kunnen je hechtingsstijl veranderen
Wie ooit bruut gedumpt is, gaat een nieuwe relatie misschien liever uit de weg. Die persoon heeft ‘bindingsangst’, zoals dat in de volksmond heet. Bang om weer te worden gekwetst, ontwikkelt hij een vermijdende stijl. Ook mensen die helemaal geen behoefte aan intimiteit lijken te hebben, krijgen vaak het stempel bindingsangst.
Volgens de Vlaamse seksuoloog Rika Ponnet koesteren zij een ideaalbeeld van een vrij leven vol zelfontplooiing en vinden ze relaties al snel verstikkend, een bedreiging van hun onafhankelijkheid. ‘Maar hun dadendrang is vaak een vlucht, weg van intimiteit,’ zegt Ponnet. ‘De behoefte daaraan hebben ze onderdrukt, bijvoorbeeld als gevolg van een jeugd waarin weinig ruimte was voor liefde en verbondenheid.’
Deze ‘vermijders’ doen dat om niet te hoeven voelen, zegt Ponnet. In het begin kunnen ze nog zo blij zijn met hun nieuwe partner, zodra de relatie hechter wordt, bekoelt de liefde.
Dan treden er strategieën in werking om het ‘teveel’ aan intimiteit tegen te gaan: letten op kleine imperfecties van de partner, zich verliezen in werk en hobby’s of lichamelijk contact vermijden. Maar als de ander eenmaal is weggeduwd en de dreiging van intimiteit is verdwenen, kunnen de positieve gevoelens voor die persoon weer in alle hevigheid terugkeren, waardoor een patroon van aantrekken en afstoten ontstaat.
Is er iets te doen aan een vermijdende stijl?
Psycholoog Pieternel Dijkstra, expert op het gebied van relatieprocessen, denkt van wel. ‘Een veilige hechtingsstijl laat zich niet afdwingen, maar het helpt als je je eigen drijfveren kent.
Ga je intimiteit uit de weg uit angst voor afwijzing? Of hoef je oprecht niet zo nodig emotioneel close met iemand te zijn? Of heb je die behoefte wel, maar loop je er toch steeds voor weg? Zie je het patroon, dan kun je er vervolgens boven uitstijgen. Bijvoorbeeld door bij jezelf de neiging om weg te lopen op te merken, en vervolgens iets anders te doen, zoals blijven.’
‘Niemand is de rest van zijn leven gedoemd tot één hechtingsstijl,’ aldus Ponnet. ‘Het is wel een soort blauwdruk, maar die kan ook makkelijk veranderen. Zo kan interactie met een nieuwe geliefde je eigen stijl versterken of afzwakken. Is hij of zij veilig gehecht, dan heeft dat ook een gunstige invloed op jouw gevoel van veiligheid en dus op je eigen liefdesgeluk.’
Lees verder: 4 mensen vertellen over hun ervaring met bindingsangst
Dit artikel verscheen eerder in Psychologie Magazine.