Ga naar inhoud

Hoogsensitief of autistisch? Het verschil is minder duidelijk dan je denkt, volgens deze onderzoekers

illustratie die weergeeft dat elk brein anders werkt
Illustratie: Kateryna Kovarzh
leestijd 5 minuten
Artikel 22 januari 2026

Er is in de wetenschap en daarbuiten debat gaande over wat hoogsensitiviteit is, en wat overeenkomsten en verschillen zijn met autisme. Hoogleraar en autisme-expert Sander Begeer en psychofysiologie-onderzoeker en ervaringsdeskundige Denise van der Mee delen hun visie. ‘Het is riskant om te stellen dat HSP en autisme duidelijke, aparte categorieën zijn.’

Er komt steeds meer aandacht voor het label hoogsensitief, kortweg HSP. Je leest beschrijvingen als ‘gevoelig voor sfeer’, ‘snel overprikkeld’, ‘diep nadenkend’, ‘intens emotioneel’, ‘sterk invoelend’ en denkt: ja, dat ben ik. Het voelt als een warm en positief label dat erkenning geeft.

Maar hoe duidelijk is hoogsensitiviteit eigenlijk als psychologisch begrip? Kan het echt een opzichzelfstaand persoonlijkheidskenmerk zijn? Of overlapt het juist veel met autisme? Kan het zijn dat sommige mensen die zichzelf HSP noemen, in feite autistisch zijn? Dit zonder dat ze het zelf doorhebben, omdat ze jarenlang hun gedrag en emoties hebben aangepast om zich sociaal aan te passen?

HSP is geen diagnose

HSP werd vooral bekend door het werk van Elaine Aron. Zij beschreef een temperamentstrek die Sensory Processing Sensitivity (SPS) heet. Het gaat om sterke gevoeligheid voor prikkels, diepe verwerking van informatie en vatbaarheid voor overstimulatie. SPS is een normale variatie binnen de bevolking. Het is geen diagnose en geen compleet psychologisch profiel.

Toch is HSP in boeken en op websites veel breder geworden. Eigenschappen zoals intuïtie, sterke empathie, gevoeligheid voor incongruentie, harmoniegerichtheid, ethisch bewustzijn en spirituele ontvankelijkheid worden vaak toegevoegd. Deze kenmerken zijn niet wetenschappelijk bevestigd binnen SPS.

Leg je de populaire HSP-kenmerken naast autisme, dan valt de overlap op. Sensorische gevoeligheid, overprikkeling, diepe verwerking, gevoeligheid voor sfeer, intens reageren op emoties, behoefte aan rust, moeite met veranderingen, sterke empathie en een rechtvaardigheidsgevoel komen vaak voor bij autistische volwassenen.

Vooral bij mensen die pas op volwassen leeftijd worden herkend. Vrouwen vallen hierin extra op. Historisch is autisme bij vrouwen minder goed herkend. Hun autisme ziet er vaak anders uit dan de klassieke voorbeelden. Veel vrouwen krijgen geen diagnose of worden jarenlang verkeerd begrepen. HSP is dan een populaire verklaring voor hun ervaringen.

Lees ook: ‘Hoogsensitiviteit en autisme worden vaak met elkaar verward: een probleem, zeggen deze experts’. Zij pleiten voor een duidelijk onderscheid tussen beide zaken. 

Sociale processen verlopen niet automatisch

De redenering dat we HSP en autisme van elkaar moeten onderscheiden omdat de breinen van HSP’s en mensen op het spectrum anders werken, klopt niet. Voor zover we nu weten laten breinonderzoeken bij HSP en autisme geen consistente, onderscheidende patronen zien; de gevonden verschillen overlappen sterk en wijzen niet op twee fundamenteel verschillende breinmechanismen.

Een ander veelgehoord argument om HSP als iets anders te zien, heeft betrekking op empathie. ‘Autistische mensen hebben weinig empathie, HSP’s juist veel’, wordt vaak gezegd. Maar dat is achterhaald. Veel autistische volwassenen hebben juist sterke affectieve empathie.

Ze voelen emoties van anderen soms zo intens dat het overweldigend kan zijn. Bovendien vertonen autistische volwassenen evenveel of zelfs meer prosociaal gedrag dan niet-autistische volwassenen. Dit weerlegt het stereotype dat autistische mensen weinig sociale motivatie zouden hebben.

‘Maskeren kan leiden tot uitputting en verhoogde sensorische gevoeligheid’

Het klopt wel dat bij autisme sociale processen vaak gecontroleerd verlopen in plaats van automatisch. Vooral cognitieve empathie, het automatisch oppikken van sociale signalen, is lastiger. Veel autistische mensen hebben daarom een bewuste, analytische route ontwikkeld.

Ze letten op details en denken na over wat anderen voelen. Zo kunnen ze incongruenties sneller detecteren dan niet-autistische mensen. Door ervaring worden deze processen zo verfijnd dat ze intuïtief lijken en sociale problematiek minder snel opvalt.

Dit gedrag heeft echter een prijs: maskeren. Maskeren betekent dat iemand zijn gedrag en emoties aanpast om sociaal te passen. Ze reguleren hun emoties, volgen sociale regels en scannen voortdurend hoe ze overkomen. Juist door maskeren wordt autisme minder zichtbaar.

Zo lijken ze empathisch, harmonieus en sociaal intuïtief. Voor hen voelt maskeren soms vanzelfsprekend, terwijl het aangeleerde expertise is. Maskeren kan leiden tot uitputting en verhoogde sensorische gevoeligheid. Deze kenmerken worden ook vaak genoemd in HSP-literatuur over sociale interacties.

Ook ervaringen in de jeugd spelen een rol. Het gevoel ‘anders te zijn’ of ‘niet begrepen te worden’ kan kleine maar herhaalde teleurstellingen en microtrauma’s opleveren. Dat kan leiden tot perfectionisme, pleasen, hyperalertheid op sfeer en overmatig scannen van sociale verwachtingen. Dit lijkt op HSP-kenmerken, maar past ook bij langdurig onbegrepen autisme of sensitieve jeugdervaringen.

Onderscheid tussen HSP en autisme is onduidelijk

Kortom, er is geen overtuigend wetenschappelijk bewijs dat HSP een consistente, onafhankelijke persoonlijkheidscategorie is. Er is wel bewijs voor SPS, maar dat dekt slechts een klein aantal eigenschappen. Vooral sensorische gevoeligheid en diepe verwerking.

Het verklaart niet de brede cluster die in populaire HSP-profielen wordt genoemd. Veel kenmerken die HSP-mensen vaak noemen, zoals sterke empathie, sociale intuïtie, eerlijkheidsgevoel en gevoeligheid voor sfeer, zijn niet uniek voor HSP. Ze komen net zo goed of vaker voor bij autistische volwassenen, vooral bij degenen die maskeren.

Dit betekent niet dat iedereen die zich HSP noemt, autistisch is. Wel is het onderscheid veel minder duidelijk dan vaak wordt aangenomen. Belangrijke vragen blijven onbeantwoord:

  • Hoe verhoudt HSP zich tot maskeren?
  • Op welke leeftijd herkennen mensen zichzelf als HSP?
  • Welke rol spelen eerdere sociale ervaringen en microtrauma’s?
  • Hoeveel overlap is er met camouflerende autistische profielen?

Door deze hiaten in onderzoek is het moeilijk om stevige conclusies te trekken. Het is daarom riskant om te stellen dat HSP en autisme duidelijke, aparte categorieën zijn.

Voor lezers betekent dit: kijk voorbij de simpele tweedeling ‘HSP is iets anders dan autisme’. Veel mensen die zich herkennen in HSP zouden baat hebben bij informatie over hoe autisme eruitziet bij volwassenen, inclusief subtiele, intern gerichte varianten. Niet om iedereen in een hokje te duwen, maar om ruimte te maken voor een vollediger zelfbegrip en beter passende hulp.

Meer lezen over dit thema?
De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."